ECLI:NL:OGEAA:2022:379

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
24 augustus 2022
Publicatiedatum
7 november 2022
Zaaknummer
AUA202102681
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • A.H.M. van de Leur
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 18c Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging betalingsbevel en verklaring kwaad opposant wegens schending motiveringsplicht

In deze civiele zaak stond het verzet van opposant tegen een betalingsbevel centraal. Het betalingsbevel was eerder bij verstek uitgevaardigd, waarbij opposant was bevolen een bedrag van Afl. 10.000,- plus rente en incassokosten te betalen aan geopposeerde.

Opposant kwam tijdig in verzet, maar betwistte de vorderingen slechts met een blote ontkenning zonder verdere motivering, wat een wettelijke schending van artikel 18c Rv opleverde. Hierdoor kon geen volwaardig partijdebat plaatsvinden, vooral omdat opposant pas in een latere fase met nieuwe stellingen en een beroep op verrekening kwam, waarop geopposeerde niet adequaat kon reageren.

Het Gerecht oordeelde dat de stellingen van geopposeerde als niet tijdig gemotiveerd betwist vaststaan, verklaarde opposant kwaad opposant en bevestigde het betalingsbevel. Tevens werd opposant veroordeeld in de proceskosten van geopposeerde, begroot op Afl. 2.500,-.

Uitkomst: Het betalingsbevel wordt bevestigd en opposant wordt kwaad opposant verklaard wegens schending van de motiveringsplicht.

Uitspraak

Vonnis van 24 augustus 2022
Behorend bij B.B. nr. AUA202102681
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS op het verzet van:
[opposant],
te Aruba,
opposant,
hierna ook te noemen: [opposant],
gemachtigde: de advocaat mr. A.E.A. Hernandez,
tegen:
[geopposeerde],
te Aruba,
geopposeerde,
hierna ook te noemen: [geopposeerde],
gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Croes.

1.DE PROCEDURE

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het op 3 februari 2021 ter griffie ingediende (oorspronkelijke) tegen [opposant] gerichte verzoekschrift van [geopposeerde], met producties;
- het bij verstek uitgesproken betalingsbevel van dit Gerecht van 26 mei 2021 onder zaaknummer B.B. AUA202100273 (hierna: het betalingsbevel waarvan verzet), waarbij [opposant] uitvoerbaar bij voorraad is bevolen tot betaling aan [geopposeerde] van Afl. 10.000,-- te vermeerderen met (1) wettelijke rente gerekend vanaf 12 augustus 2020 tot de dag der voldoening en (2) Afl. 1.500,-- aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Verder is [opposant] uitvoerbaar bij voorraad bevolen tot betaling aan [geopposeerde] van zijn proceskosten begroot op Afl. 50,--;
- het op 17 september 2021 ter griffie ingediende verzetschrift van [opposant], met één productie;
- de op 10 november 2021 door [geopposeerde] genomen conclusie van antwoord in oppositie, met producties;
- de op 23 maart 2022 door [opposant] genomen conclusie van repliek in oppositie, met producties;
- de op 21 april 2022 door [geopposeerde] genomen akte uitlating producties.
1.2
Vonnis nader bepaald op heden.

2.HET GESCHIL IN OPPOSITIE

2.1 [
opposant] vordert dat het Gerecht (zo het begrijpt) bij vonnis hem goed opposant verklaart, het betalingsbevel waarvan verzet vernietigt en - opnieuw rechtdoende - de oorspronkelijke vorderingen van [geopposeerde] alsnog afwijst.
2.2 [
geopposeerde] voert verweer en concludeert dat - zo het Gerecht begrijpt - [opposant] tot kwaad opposant moet worden verklaard en tot bevestiging van het betalingsbevel waarvan verzet.
2.3
Voor zover voor de beslissing van belang worden de stellingen van partijen hierna besproken.

3.DE BEOORDELING IN OPPOSITIE

3.1 [
opposant] heeft onbestreden gesteld dat hij eerst op 6 september 2021 kennis heeft genomen van het betalingsbevel waarvan verzet. Dat betekent dat [opposant] tijdig in verzet is gekomen en daarom daarin ontvankelijk is.
3.2
Ingevolge artikel 18c Rv rustte op [opposant] de wettelijke verplichting om bij gelegenheid van verzetschrift alle voor de uitkomst van deze procedure van belang zijnde feiten en omstandigheden (bij wijze van verweer) aan te voeren. Eerst dan kan immers een volwaardig partijdebat plaatsvinden. Krachtens dezelfde wettelijke bepaling kan het Gerecht aan schending van die wettelijke verplichting de hem juist voorkomende gevolgtrekking verbinden.
3.3
Bij gelegenheid van verzetschrift heeft [opposant] de vorderingen van [geopposeerde] volstrekt ongemotiveerd betwist. [opposant] heeft om voor hem moverende reden volstaan met een blote ontkenning van de in het oorspronkelijke verzoekschrift van [geopposeerde] neergelegde stellingen, en niet meer dan dat. Aldus heeft [opposant] de hiervoor omschreven wettelijke verplichting grovelijk geschonden. Die schending brengt met zich dat geen sprake is van een volwaardig partijdebat tussen partijen. Dit klemt temeer omdat [opposant] eerst bij gelegenheid van repliek in oppositie (1) met bevrijdende stellingen komt aanzetten en (2) zich beroept op verrekening, terwijl [geopposeerde] daarop niet in volle omvang heeft kunnen reageren. De het Gerecht in dat licht juist voorkomende gevolgtrekking aan het schenden door [opposant] van bedoelde wettelijke verplichting is dat de stellingen van [geopposeerde] in zijn oorspronkelijke verzoekschrift als zijnde niet tijdig gemotiveerd betwist komen vast te staan.
3.4
Die vaststaande stellingen brengen naar het oordeel met zich dat het verzet van [opposant] van het Gerecht van [opposant] ongegrond is, [opposant] tot kwaad opposant zal worden verklaard en dat het betalingsbevel waarvan verzet zal worden bevestigd.
3.5 [
opposant] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden verwezen in de proceskosten van [geopposeerde] in oppositie, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.500,-- aan salaris voor de gemachtigde (2,5 punten, tarief 4 ad Afl. 1.000,-- per punt).

4.DE BESLISSING IN OPPOSITIE

Het Gerecht:
-verklaart [opposant] kwaad opposant;
-bevestigt het betalingsbevel waarvan verzet;
-veroordeelt [opposant] in de kosten van deze verzetprocedure gevallen aan de zijde van [geopposeerde], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.500,--.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op woensdag 24 augustus 2022.