ECLI:NL:OGEAA:2022:420

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
22 april 2022
Publicatiedatum
30 december 2022
Zaaknummer
135 van 2022
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 Landsverordening verdovende middelenArt. 3 lid 1 onder B en C Landsverordening verdovende middelenArt. 4 lid 1 onder B en C Landsverordening verdovende middelenArt. 11 lid 1 Landsverordening verdovende middelenArt. 1:123 Wetboek van Strafrecht Aruba
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor verkoop van cocaïne en hennep gedurende vijf maanden

De verdachte is terechtgesteld voor het medeplegen van de verkoop van cocaïne en hennep in Aruba gedurende een periode van ongeveer vijf maanden. Het onderzoek vond plaats op 1 april 2022, waarbij de verdachte aanwezig was en werd bijgestaan door zijn raadsvrouw. De officier van justitie eiste zes jaar gevangenisstraf, maar het gerecht achtte bewezen dat de handel slechts gedurende vijf maanden heeft plaatsgevonden.

Het bewijs berustte onder meer op verklaringen, waaronder die van de zoon van de verdachte, en het gerecht oordeelde dat er geen aanwijzingen waren voor een langere periode van drugshandel. De verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden.

De strafrechtelijke kwalificatie betrof medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de Landsverordening verdovende middelen en het Wetboek van Strafrecht van Aruba. Gelet op de ernst van de feiten en het feit dat de verdachte first-offender is, werd een gevangenisstraf van 24 maanden opgelegd met aftrek van voorarrest.

Daarnaast werden diverse in beslag genomen voorwerpen verbeurd verklaard, onttrokken aan het verkeer of teruggegeven aan de verdachte, afhankelijk van hun aard en wettelijke vatbaarheid. Het vonnis werd uitgesproken op 22 april 2022 door rechter E.M.D. Angela.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf voor medeplegen van verkoop van cocaïne en hennep gedurende vijf maanden.

Uitspraak

Parketnummer: P-2021/09218
Zaaknummer: 135 van 2022
Uitspraak: 22 april 2022 Tegenspraak
Vonnis van dit Gerecht
in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1971 in [geboorteplaats],
wonende in [woonplaats],
thans gedetineerd in het huis van bewaring in Aruba.

1.Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 1 april 2022. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. C.S. Edwards, advocaat in Aruba.
De officier van justitie, mr. Y. Pronk, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van zes (6) jaren, met aftrek van voorarrest.
Haar vordering behelst voorts:
  • de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen verdovende middelen, die op de beslaglijst onder A tot en met C zijn vermeld;
  • de verbeurdverklaring van de in beslag genomen voorwerpen die op de beslaglijst onder D tot en met L, O, S, T en W zijn vermeld;
  • de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen voorwerpen die op de beslaglijst onder M, N, P tot en met R, U, V, X en Y zijn vermeld.
De raadsvrouw heeft verweer gevoerd.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd:
1. dat hij op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van november 2016 tot en met 5 november 2021 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijke een hoeveelheid cocaïne, zijnde cocaïne een stof als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Landsverordening verdovende middelen of in de Regeling aanwijzing verdovende middelen I, althans enig zout van cocaïne als vorenbedoeld, heeft verkocht en/of heeft afgeleverd en/of heeft vervoerd en/of in bezit en/of aanwezig heeft gehad;
2. dat hij op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van november 2018 tot en met 5 november 2021 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk hennep, althans enige gebruikelijke bereiding waaraan de hars die uit hennep wordt getrokken ten grondslag ligt, als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Landsverordening verdovende middelen of in de Regeling aanwijzing verdovende middelen I, heeft verkocht en/of heeft afgeleverd en/of heeft vervoerd en/of in bezit en/of aanwezig heeft gehad.

3.Formele voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4.Bewezenverklaring

Het Gerecht acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd, met dien verstande:
1. dat hij op
een (of meer)tijdstip
(pen
)in
of omstreeksde periode van
november 20161 mei 2021tot en met 5 november 2021 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander
of anderen, althans alleen,opzettelijke een hoeveelheid cocaïne, zijnde cocaïne een stof als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Landsverordening verdovende middelen
of in de Regeling aanwijzing verdovende middelen I, althans enig zout van cocaïne als vorenbedoeld, heeft verkocht en
/ofheeft afgeleverd en
/ofheeft vervoerd en
/ofin bezit en
/ofaanwezig heeft gehad.
2. dat hij op
een (of meer)tijdstip
(pen
)in
of omstreeksde periode van
november 20181 mei 2021tot en met 5 november 2021 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander
of anderen, althans alleen,opzettelijk hennep
, althans enige gebruikelijke bereiding waaraan de hars die uit hennep wordt getrokken ten grondslag ligt,als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Landsverordening verdovende middelen
of in de Regeling aanwijzing verdovende middelen I, heeft verkocht en
/ofheeft afgeleverd en
/ofheeft vervoerd en
/ofin bezit en
/ofaanwezig heeft gehad.
Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

5.Bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkorte vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door het Gerecht gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het vonnis. Deze aanvulling zal vervolgens aan het vonnis worden gehecht.

6.Bewijsoverwegingen

De raadsvrouw heeft partiële vrijspraak bepleit van de ten laste gelegde pleegperiode, in die zin dat voor de verkoop van cocaïne en hennep tot één (1) jaar bewezen wordt geacht.
Het Gerecht acht, mede gelet op de verklaring van de zoon van de verdachte, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte gedurende ongeveer 5 maanden samen met zijn zoon verdovende middelen heeft verkocht. Uit het dossier kan niet worden afgeleid dat zij
samenlanger verdovende middelen hebben verkocht. De kopers verklaren daar niks over.

7.Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
Feit 1:
Eendaadse samenloop van het medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid onder B en C, van de Landsverordening verdovende middelen, meermalen gepleegd,
strafbaar gesteld bij artikel 11, eerste lid, van deze Landsverordening en artikel 1:123 van Pro het Wetboek van Strafrecht van Aruba.
Feit 2:
Eendaadse samenloop van het medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 4, eerste lid onder B en C, van de Landsverordening verdovende middelen, meermalen gepleegd,
strafbaar gesteld bij artikel 11, eerste lid, van deze Landsverordening en artikel 1:123 van Pro het Wetboek van Strafrecht van Aruba.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

8.Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.
De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

9.Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte is te verwijten en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Meer in het bijzonder heeft het Gerecht het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft zich, samen met een ander, schuldig gemaakt aan verkoop van cocaïne en hennep gedurende ongeveer vijf (5) maanden. De handel in verdovende middelen is een bron van veel vermogens- en geweldscriminaliteit. Bovendien is het gebruik van cocaïne en marihuana schadelijk voor de gezondheid en heeft het een ontwrichtende werking op de samenleving. De verdachte heeft zich daaraan niets gelegen laten liggen. Aldus heeft de verdachte ernstige strafbare feiten gepleegd.
Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
In het voordeel van de verdachte houdt het Gerecht rekening met het feit dat de verdachte first-offender is.
Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat na te noemen gevangenisstraf passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.

10.In beslag genomen voorwerpen

Aan de orde zijn voorts de onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen.
A. Verbeurdverklaring
De onder de verdachte in beslag genomen voorwerpen vermeld onder D tot en met L, O en W van de beslaglijst behoren toe aan de verdachte en zijn vatbaar voor verbeurdverklaring. Het Gerecht zal daarom de verbeurdverklaring gelasten.
B. Onttrekking aan het verkeer
De onder de verdachte in beslag genomen verdovende middelen (vermeld onder A t/m C van de beslaglijst) zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. Het betreft voorwerpen met betrekking tot welke het bewezenverklaarde is begaan. Het ongecontroleerde bezit van de voorwerpen is bovendien in strijd met de wet en het algemeen belang. Het Gerecht zal de voorwerpen daarom onttrekken aan het verkeer.
C. Teruggave aan de verdachte
De overige in beslag genomen voorwerpen behoren toe aan de verdachte. Het Gerecht zal de teruggave daarvan aan de verdachte gelasten, nu deze voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring dan wel onttrekking aan het verkeer.

11.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:62, 1:67, 1:68, 1:74, 1:75, 1:133, 1:136 en 1:224 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.
BESLISSING
Het Gerecht:
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
vierentwintig (24) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;
verklaart verbeurd de in rubriek 10A genoemde voorwerpen;
beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in rubriek 10B genoemde voorwerpen;
gelast de teruggave van de in rubriek 10C genoemde voorwerpen aan de verdachte.
Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. E.M.D. Angela, bijgestaan door mw. M.E. Kelly, (zittingsgriffier), en op 22 april 2022 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Aruba.