ECLI:NL:OGEAA:2022:434
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding bij aanvraag Nederlandse nationaliteit
Appellante diende op 12 augustus 2019 een verzoek in om de Nederlandse nationaliteit te verkrijgen op grond van de optieverklaring. Dit verzoek werd op 19 oktober 2020 door verweerder afgewezen. Appellante maakte hiertegen bezwaar op 26 november 2020, dat op 17 mei 2021 ongegrond werd verklaard. Tegen deze beslissing stelde appellante op 30 juni 2021 beroep in, dat op 5 juli 2021 aan het gerecht werd toegezonden.
De beroepstermijn volgens artikel 27 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) bedraagt zes weken en begon te lopen op 18 mei 2021, de dag na de beslissing op bezwaar. Het beroepschrift werd echter op 30 juni 2021 ingediend, één dag na het verstrijken van de termijn. Het gerecht stelde appellante in de gelegenheid om aan te tonen dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was, maar appellante gaf geen reden voor de late indiening.
Tijdens de zitting op 22 juni 2022 werd appellante wederom gevraagd om een verklaring, maar zij reageerde niet. Het gerecht zag daarom geen aanleiding om de termijnoverschrijding te verontschuldigen en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. De uitspraak werd gedaan door rechter A.J. Martijn op 7 december 2022. Beide partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het te laat indienen van het beroepschrift.