Uitspraak
ARUBA BANK N.V.,
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
In deze civiele procedure tussen eiseres en Aruba Bank N.V. staat centraal of de bank toerekenbaar tekort is geschoten door geen geldig pandrecht te vestigen op twee levensverzekeringen van de overleden erflater. Het gerecht heeft eerder geoordeeld dat de bank aansprakelijk is voor de schade die eiseres hierdoor heeft geleden.
De kern van het geschil betreft of en welke uitkeringen uit hoofde van de levensverzekeringen aan de begunstigde zijn gedaan, of deze bij een geldige verpanding rechtstreeks aan de bank zouden zijn betaald, en of de begunstigde de uitgekeerde bedragen aan de bank heeft voldaan ter aflossing van de hypothecaire lening.
Het gerecht neemt als vaststaand aan dat de verzekeraars uitkeringen hebben gedaan aan de echtgenote van de erflater, de begunstigde, ter hoogte van €120.000 en Afl. 30.974. De bank heeft onvoldoende bewijs geleverd dat deze uitkeringen zijn aangewend voor schuldaflossing. Daarom wordt een getuigenverhoor gelast om dit nader te onderzoeken.
Het vonnis verwijst de zaak naar een rolzitting voor verdere procesafspraken en houdt alle overige beslissingen aan. Hiermee wordt de bewijslevering voortgezet om de schade van eiseres definitief vast te stellen.
Uitkomst: De bewijslevering wordt voortgezet met een getuigenverhoor en verdere beslissingen worden aangehouden.