ECLI:NL:OGEAA:2022:88
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken opzet bezit en verspreiding kinderpornografisch materiaal
De zaak betrof de tenlastelegging dat verdachte tussen januari 2018 en januari 2020 kinderpornografische video’s in bezit had en verspreidde via zijn mobiele telefoon. Tijdens de zitting verklaarde verdachte dat hij ongevraagd via een WhatsApp-groepschat deze beelden ontving, die hij vervolgens via de galerij-applicatie verwijderde. Hij was zich niet bewust van automatische back-ups die de beelden alsnog op zijn nieuwe telefoon terugzetten.
De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 81 dagen en onttrekking van de telefoon aan het verkeer. Het Gerecht oordeelde echter dat niet wettig en overtuigend bewezen was dat verdachte de beelden opzettelijk in bezit had of verspreidde. De verklaring van verdachte werd niet zonder meer ongeloofwaardig geacht, mede ondersteund door screenshots waaruit blijkt dat hij herhaaldelijk aangaf dergelijke beelden niet te willen ontvangen.
Het Gerecht concludeerde dat er redelijke twijfel bestond over het opzettelijk bezit en verspreiding van de beelden, waardoor verdachte werd vrijgesproken. Wel werd de in beslag genomen mobiele telefoon onttrokken aan het verkeer vanwege de aard van het materiaal en het algemeen belang. Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van opzet bij bezit en verspreiding van kinderpornografisch materiaal.