ECLI:NL:OGEAA:2023:135

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
10 mei 2023
Publicatiedatum
9 augustus 2023
Zaaknummer
AUA202203967
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • A.H.M. van de Leur
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 63a Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling tot betaling achterstallige huur en rente

Eiser vordert betaling van achterstallige huur van 5.320 gulden, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 19 juli 2020, en een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van 750 gulden. Gedaagde voert verweer tot afwijzing van de vordering.

Het gerecht houdt vast aan het tussenvonnis van 1 maart 2023 en constateert dat gedaagde sinds de indiening van het verzoekschrift op 11 november 2022 geen betalingen heeft verricht die de hoofdsom verminderen. Daarom wordt de hoofdsom toegewezen met rente.

De gevorderde incassokosten worden afgewezen omdat eiser niet heeft aangetoond dat er meer werkzaamheden zijn verricht dan de voorbereiding van de procedure. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van eiser, begroot op 1.249,20 gulden. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van achterstallige huur van 5.320 gulden met wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

Vonnis van 10 mei 2023
Behorend bij B.B. nr. AUA202203967
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
[eiser],
wonende in Aruba,
eiser,
hierna ook te noemen: [eiser],
gemachtigde: de advocaat mr. P.M.E. Mohamed,
tegen:
[gedaagde],
wonende in Aruba, officieel te [adres] doch feitelijk te [adres], [nr.],
gedaagde,
hierna ook te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.

1.DE PROCEDURE

1.1
Het verloop van de procedure tot 1 maart 2023 blijkt uit het tussenvonnis dit Gerecht van die datum. De bij dat vonnis gelaste comparitie van partijen na antwoord heeft plaatsgevonden op 30 maart 2023. [eiser] is samen met zijn gemachtigde ter zitting verschenen, en [gedaagde] is in persoon verschenen. Partijen hebben over en weer het woord gevoerd en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.
1.2
Vonnis is bepaald op heden.

2.HET GESCHIL

2.1 [
eiser] vordert dat het Gerecht bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [gedaagde] veroordeelt om aan hem te betalen Afl. 5.320,-- aan achterstallige huur, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 19 juli 2020 en met Afl. 750,-- aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, kosten rechtens.
2.2 [
gedaagde] voert verweer dat strekt tot afwijzing van het door [eiser] verzochte.

3.DE VERDERE BEOORDELING

3.1
Het Gerecht volhardt in zijn in het tussenvonnis neergelegde overwegingen en beslissingen.
3.2
Uit rechtsoverweging 2.6 van het tussenvonnis in verbinding met de omstandigheid dat [gedaagde] ter zitting heeft verklaard dat zij sinds de indiening door [eiser] van zijn inleidend verzoekschrift op 11 november 2022 niets heeft betaald aan [eiser] dat in mindering strekt op het in hoofdsom aan [eiser] verschuldigde bedrag, te weten Afl. 5.320,--, volgt dat de vordering in hoofsom van [eiser] zal worden toegewezen, te vermeerderen met wettelijke rente zoals onbestreden door hem gevorderd.
3.3
De door [eiser] gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten zal worden afgewezen omdat niet uit verificatoire stukken is gebleken dat [eiser] dienaangaande meer werkzaamheden heeft verricht dan die ter voorbereiding van de gedingstukken en ter instructie van de zaak, waarvoor krachtens artikel 63a Rv alleen de regels ter zake van proceskosten van toepassing zijn. De enkele door [eiser] overgelegde aanmaningsbrief valt zonder meer binnen het bereik van die wettelijke bepaling.
3.4 [
gedaagde] zal, als de overwegend in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [eiser], tot aan deze uitspraak begroot op (50,-- + 199,20 =) Afl. 249,20 aan verschotten (griffiegeld en explootkosten) en Afl. 1.000,-- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten van tarief 3, ad Afl. 500,-- per punt).

4.DE UITSPRAAK

Het Gerecht:
-veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen Afl. 5.320,--, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 19 juli 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;
-veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [eiser], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 1.249,20;
-verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
-wijst af het meer of anders door [eiser] verzochte.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 10 mei 2023 in aanwezigheid van de griffier.