Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
[minderjarige 1]en
[minderjarige 2], allen wonend in Venezuela.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van een visumaanvraag voor verblijf in Aruba in de periode van 13 december 2022 tot en met 10 januari 2023. Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening is ingediend om de afwijzende beschikkingen te schorsen en alsnog een visum te verkrijgen.
De minister heeft de visumaanvraag afgewezen wegens ontbrekende stukken en onvoldoende bewijs van sociaal-economische binding met het woonland, waardoor terugkeer onzeker is. Tevens is het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf onvoldoende aannemelijk gemaakt. Verzoekers sub 1 en 2 worden niet als belanghebbenden erkend omdat zij niet rechtstreeks aanspraak maken op het visum.
Het gerecht oordeelt dat het verzoek van sub 1 en 2 moet worden afgewezen wegens gebrek aan belang. Voor verzoekers sub 3 is vastgesteld dat de aangevraagde reisperiode is verstreken en dat geen nieuwe reisplannen zijn gemaakt. Hierdoor bestaat geen grond voor het treffen van een voorlopige voorziening, mede omdat de minister binnen afzienbare tijd op het bezwaar zal beslissen. Het verzoek wordt derhalve afgewezen en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de visumaanvraag wordt afgewezen.