ECLI:NL:OGEAA:2023:188
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen uitzetting en terugkeerverbod wegens illegaal verblijf in Aruba
Appellante, een Venezolaanse vrouw, kwam op 6 maart 2020 als toerist naar Aruba met een verblijfsduur van 25 dagen. Zij diende een asielaanvraag in die werd afgewezen en verbleef daarna zonder geldige vergunning. Verweerder, de Minister van Justitie en Sociale Zaken, beval haar uitzetting en legde een terugkeerverbod op van 42 maanden.
Appellante voerde aan dat haar verblijf niet illegaal was gedurende de asielprocedure en dat er zicht was op legalisering vanwege een aanvraag voor verblijf bij partner. Het gerecht oordeelde dat het illegale verblijf niet werd gedoogd en dat het zicht op legalisering geen reden was om het uitzettingsbevel in te trekken, mede omdat de vergunning nog niet was verleend.
Het beroep werd ongegrond verklaard. De rechter benadrukte dat de minister bevoegd was het uitzettingsbevel uit te vaardigen op grond van de overschrijding van de toegestane verblijfsduur en dat de aanvraag om verblijf bij partner geen garantie bood op vergunningverlening. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het uitzettingsbevel en terugkeerverbod wordt ongegrond verklaard.