Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:OGEAA:2023:199

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
5 september 2023
Publicatiedatum
15 september 2023
Zaaknummer
AUA202101000
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:207 lid 1 sub a BW ArubaLandsverordening van 23 september 2016 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek van Aruba
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gerechtelijke vaststelling vaderschap en kinderalimentatie in Aruba

De moeder verzocht het gerecht in eerste aanleg van Aruba om het vaderschap van de man vast te stellen en kinderalimentatie toe te wijzen. De man, woonachtig in de Verenigde Staten, verscheen niet en weigerde medewerking aan een DNA-onderzoek zonder geldige reden.

De moeder stelde onbetwist dat zij in het conceptietijdvak geslachtsgemeenschap met de man had en niet met een ander, wat het waarschijnlijk maakt dat hij de verwekker is. Het gerecht oordeelde dat het belang van de minderjarige, die recht heeft op kennis van haar vader en de financiële zekerheid die daaruit voortvloeit, zwaarder weegt dan de weigering van de man tot medewerking.

Het vaderschap werd daarom vastgesteld met terugwerkende kracht tot de geboorte van het kind, met behoud van rechten van derden die te goeder trouw waren. Tevens werd de man verplicht om vanaf 1 september 2022 een maandelijkse bijdrage van 450 gulden te betalen aan de Voogdijraad voor de verzorging en opvoeding van het kind. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: Het vaderschap van de man is vastgesteld met terugwerkende kracht en hij is verplicht kinderalimentatie te betalen vanaf 1 september 2022.

Uitspraak

Beschikking van 5 september 2023
behorend bij EJ nr. AUA202101000
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van
[Naam verzoekster],
wonende in Aruba,
VERZOEKSTER, hierna de moeder,
gemachtigde: de advocaat mr. E.M.J. Cafarzuza,
tegen
[Naam verweerder],
wonende in de Verenigde Staten van Noord Amerika,
[adres],
VERWEERDER, hierna de man,
niet verschenen.
Belanghebbenden:
[Naam minderjarige],geboren op [geboortedatum] in Aruba,
hierna de minderjarige,
de Voogdijraad,
de ambtenaar van de Burgerlijke Stand, de ABS

1.DE PROCEDURE

Het eerdere verloop van de procedure blijkt uit de beschikking van dit gerecht van
5 juli 2022. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- de mondelinge behandeling van 13 september 2022, waaruit blijkt dat zijn verschenen de moeder bijgestaan door haar gemachtigde, namens de Voogdijraad, [naam gemachtigde voogdijraad] en namens de ABS mevrouw [naam gemachtigde ABS]. De man heeft geen verweerschrift ingediend en is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is nader bepaald op heden.

2.DE VERDERE BEOORDELING

Gerechtelijke vaststelling vaderschap en geslachtsnaam

2.1
Bij Landsverordening van 23 september 2016 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (AB 1989 no. GT 100) in verband met een aantal onderwerpen die nog een regeling of aanpassing in het Burgerlijk Wetboek van Aruba behoeven (aanvulling Burgerlijk Wetboek van Aruba), AB 216 no. 51, is de wettelijke regeling van de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap tot stand gekomen. Deze landsverordening is inmiddels in werking getreden.
2.2
Ingevolge artikel 1:207 lid 1 sub a van Pro het (nieuw) Burgerlijk Wetboek van Aruba kan het vaderschap van een man op de grond dat deze de verwekker is van het kind of op de grond dat de man als levensgezel van de moeder ingestemd heeft met een daad die de verwekking van het kind tot gevolg kan hebben gehad, door de rechter in eerste aanleg worden vastgesteld op verzoek van de moeder.
2.3
De moeder heeft onweersproken gesteld dat de man geslachtsgemeenschap heeft gehad met de moeder in het conceptietijdvak. Gesteld noch gebleken is dat de moeder met een andere man geslachtsgemeenschap heeft gehad in dat tijdvak. Dit maakt het tenminste waarschijnlijk dat de man de verwekker is. Om dit met zekerheid te kunnen vaststellen, is een deskundigenonderzoek nodig. Echter, nu de man - ondanks behoorlijke oproeping - niet is verschenen, de vrouw onweersproken heeft gesteld dat de man zijn medewerking aan een DNA-onderzoek om hem moverende redenen heeft geweigerd en ter zitting zijdens de bijzondere curator naar voren is gebracht dat de man duidelijk niet voornemens is om mee te werken aan een deskundigenonderzoek, is een zodanig onderzoek niet mogelijk.
2.4
De omstandigheid dat de man geen medewerking verleent aan een DNA-onderzoek betekent niet dat een verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap moet worden afgewezen. Dit zou strijdig zijn met het belang van de minderjarige die daardoor niet in staat zou worden gesteld een afstemmingsband met haar vader te realiseren. Het gerecht acht het in het belang van de minderjarige dat zij weet wie haar vader is. Dit is van belang voor de ontwikkeling van haar identiteit, maar ook vanwege de financiële gevolgen die het vastleggen van de familierechtelijke betrekking met de man zal hebben in de toekomst. De man heeft het in zijn macht om zekerheid te verschaffen over zijn verwekkerschap. Nu hij zonder valide reden weigert deze zekerheid te verschaffen verbindt het gerecht aan de weigering de conclusie die het gerecht geraden acht. Het gerecht neemt op grond van het hiervoor overwogene als vaststaand aan dat de man de verwekker is van de minderjarige en zal het vaderschap van de man vaststellen.
2.5
De gerechtelijke vaststelling van het vaderschap zal worden uitgesproken, met enkele passende voorzieningen in verband met de rechtszekerheid.
Kinderalimentatie
2.6
De man heeft geen gebruik gemaakt van de hem geboden gelegenheid zich te verweren tegen het verzoek om kinderalimentatie. De verwekker is wettelijk verplicht te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van zijn dochter. Het verzoek zal, gelet op het gestelde en het ontbreken van enig verweer, worden toegewezen, zij het dat de alimentatieverplichting op 1 september 2022 ingaat, omdat de man geacht kan worden niet eerder van het verzoek te hebben kennisgenomen.
2.7
Gelet op de aard van de procedure worden de kosten gecompenseerd.

3.DE BESLISSING

Het gerecht:
stelt vast dat [verweerder], geboren in de Verenigde Staten van Noord Amerika, de vader is van [minderjarige], geboren op [geboortedatum] in Aruba,
bepaalt dat deze vaststelling terugwerkt tot de geboorte van de minderjarige, met dien verstande dat te goeder trouw door derden verkregen rechten daardoor niet worden geschaad en er geen verplichting tot teruggave van vermogensrechtelijke voordelen ontstaat, voor zover degene die hen heeft genoten op de dag van deze beschikking niet was gebaat,
bepaalt dat de griffier van het gerecht, zodra deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van de beschikking doet toekomen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand in Aruba, opdat deze een latere vermelding toevoegt aan de geboorteakte van de minderjarige,
bepaalt de door de vader [verweerder] met ingang van 1 september 2022 maandelijks te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige [naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] in Aruba, op een bedrag van Afl. 450,- per maand, bij vooruitbetaling aan de Voogdijraad te voldoen,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt,
wijst af het anders of meer verzochte.
Aldus gegeven door mr. E.M.D. Angela, rechter in dit gerecht, ter zitting van dinsdag 5 september 2023 in aanwezigheid van de griffier.
Datum uitspraak: 5 september 2023
Instantie: Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Zaaknummer: E.J. nr. AUA202101000
Inhoudsindicatie: EJ. Gerechtelijke vaststelling vaderschap en geslachtsnaam
Rechtsgebieden: Civiel
Rechter: mr. E.M.D. Angela
Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig