Uitspraak
.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
De zaak betreft een geschil tussen [eiseres] en het Land Aruba over het recht van erfpacht op een perceel. In eerdere procedures werd het Land veroordeeld om aan [eiseres] een optie te verlenen tot erfpacht onder de voorwaarden van 26 augustus 1994. Ondanks deze vonnissen heeft het Land nagelaten een overeenkomst aan te bieden die aan deze voorwaarden voldoet.
[ eiseres] vordert onder meer dat het Land wordt verboden om de ministeriële beschikking te laten verlopen zonder een juiste erfpachtovereenkomst aan te bieden, en dat dwangsommen worden opgelegd bij niet-naleving. Het Land betwist deze vorderingen en stelt dat het aan zijn verplichtingen heeft voldaan.
Het Gerecht oordeelt dat het Land nog niet aan de eerdere veroordelingen heeft voldaan, omdat de aangeboden conceptovereenkomst niet voldoet aan de voorwaarden van 1994. Daarom wordt het Land een dwangsom opgelegd van Afl. 1.500,- per dag vanaf veertien dagen na betekening van het vonnis, tot een maximum van Afl. 150.000,-. Daarnaast wordt het Land veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het Land Aruba wordt een dwangsom opgelegd van Afl. 1.500,- per dag bij niet-naleving van de erfpachtoptie overeenkomstig de voorwaarden van 1994.