ECLI:NL:OGEAA:2023:243
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Bodemzaak
- A.H.M. van de Leur
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis tot betaling van geldbeheerder aan schuldeiser na beëindiging affectieve relatie
In deze bodemzaak vordert geopposeerde betaling van een geldsom die hij aan opposante had toevertrouwd ter beheer. De zaak betreft een affectieve relatie die in 2019 is beëindigd, waarna geopposeerde opposante verzocht om verantwoording af te leggen over het beheer van de gelden.
Opposante heeft slechts een deel van de gelden bevoegdelijk besteed erkend, terwijl het restant niet met betalingsbewijzen kon worden onderbouwd. Geopposeerde stelde dat opposante het resterende bedrag niet conform opdracht heeft aangewend en dat zij daarom het bedrag verschuldigd is.
De rechtbank oordeelde dat opposante het bedrag van Afl. 288.938,14 verschuldigd is en bevestigde het eerdere vonnis. Tevens werd opposante veroordeeld in de proceskosten en werd haar verlof tot kosteloos procederen verleend. Opposante werd tot kwaad opposant verklaard, waarmee het vonnis waarvan verzet werd bevestigd.
Uitkomst: Opposante is veroordeeld tot betaling van Afl. 288.938,14 aan geopposeerde en het vonnis waarvan verzet is bevestigd.