Uitspraak
POST ARUBA N.V.,
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Post Aruba en de vakbond [GEDAAGDE] zijn verwikkeld in een geschil over de jaarlijkse loonsverhoging van Afl. 105,-- zoals bepaald in artikel 25 van Pro de cao 2010-2013. Hoewel de cao is opgezegd in 2013, voerde Post de loonsverhoging tot 2020 door. Vanaf 2021 kon Post dit vanwege haar verslechterde financiële situatie niet meer doen.
Eerder oordeelde het Gerecht in bodemzaken dat de bepalingen van de opgezegde cao blijven gelden zolang er geen nieuwe cao is en dat Post gehouden is de loonsverhoging toe te passen. Post stelde echter dat zij de facto failliet is en door het Land Aruba kunstmatig in leven wordt gehouden, waardoor nakoming onredelijk is.
In kort geding vordert Post opschorting van de loonsverhogingsverplichting vanaf 2022 totdat in hoger beroep of bodemprocedure een nadelige uitspraak voor Post is gedaan. Het Gerecht oordeelt dat Post niet-ontvankelijk is, erkent het spoedeisend belang en volgt inhoudelijk grotendeels eerdere bodemuitspraken, maar wijkt af door de financiële situatie van Post mee te wegen.
Gezien de onbetwiste verliezen en het ontbreken van financiering door het Land Aruba, acht het Gerecht het onredelijk dat Post de loonsverhoging moet blijven toepassen. Daarom wordt de opschorting toegewezen, met uitzondering van werknemers voor wie al beschikkingen zijn gegeven. [GEDAAGDE] wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De verplichting van Post tot jaarlijkse loonsverhoging wordt opgeschort vanaf 1 januari 2022 vanwege haar failliete financiële situatie.