Op 22 januari 2023 heeft de verdachte het slachtoffer meermalen opgetild en met kracht op de grond gegooid, op diens borstkast en buik gesprongen en tegen het hoofd geschopt. Het slachtoffer werd bewusteloos en in een plas bloed achtergelaten en opgenomen in het ziekenhuis met ernstige aangezichts-, schedel- en ribfracturen en pneumothorax.
Na een langdurige coma en behandeling werd besloten de medische behandeling te staken, waarna het slachtoffer op 16 maart 2023 overleed aan een longontsteking. Het gerecht achtte bewezen dat de dood van het slachtoffer een rechtstreeks gevolg was van de mishandeling door de verdachte, waarbij sprake was van voorwaardelijk opzet.
De verdediging voerde aan dat een ander het slachtoffer had mishandeld en dat de dood door longontsteking kwam, maar dit werd verworpen op basis van getuigenverklaringen en medeverdachte. De verdachte werd veroordeeld tot 13 jaar gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest, en de slippers van de verdachte werden verbeurd verklaard.
De vordering tot immateriële schadevergoeding van de moeder van het slachtoffer werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs van geestelijk letsel door directe confrontatie met de ernstige gevolgen van het strafbare feit.