ECLI:NL:OGEAA:2024:124

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
17 april 2024
Publicatiedatum
4 juni 2024
Zaaknummer
AUA202102489
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toedeling woning aan moeder met verplichting tot betaling overbedelingsvergoedingen

In deze civiele zaak heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba op 17 april 2024 uitspraak gedaan over de toedeling van een woning aan de moeder, waarbij overbedelingsvergoedingen aan de andere aandeelhouders in de woning zijn vastgesteld.

De moeder kon niet aantonen dat zij financiering van FCCA had verkregen, maar legde een leningsovereenkomst over waarmee zij de woning toedeling financierde. Het Gerecht bepaalde dat de woning aan de moeder wordt toegedeeld, onder de verplichting om aan zowel [eiser 1] als [eiser 2] een bedrag van Afl. 7.401,70 te betalen als overbedelingsvergoeding. Daarnaast moet zij huur- en gebruiksvergoedingen voldoen die tot en met april 2024 zijn ontvangen of verschuldigd.

[Gedaagde 2] is veroordeeld tot betaling van haar aandeel in de huur en gebruiksvergoeding aan de eisers. De kosten van het taxatierapport worden naar evenredigheid verdeeld en de proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Alle partijen dienen mee te werken aan de levering van de onverdeelde aandelen van de woning aan de moeder.

De uitspraak bevat gedetailleerde betalingsverplichtingen en een regeling voor de betaling van eigenaarslasten indien de moeder deze heeft voorgeschoten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De woning wordt aan de moeder toegedeeld onder verplichting tot betaling van overbedelingsvergoedingen en huurvergoedingen aan eisers en gedaagde.

Uitspraak

Vonnis van 17 april 2023
Behorend bij A.R. no. AUA202102489
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:

1.[Eiser 1],

2.
[Eiser 2],
beiden domicilie kiezende te Aruba,
eisers,
hierna ook te noemen: [eisers],
gemachtigde: de advocaat mr. S.A. Kock,
tegen:

1.[Gedaagde 1],

2.
[Gedaagde 2],
beiden wonende te Aruba,
gedaagden,
hierna ook te noemen: moeder en [gedaagde 2],
gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Croes.

1.DE VERDERE PROCEDURE

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 13 december 2023 en de daarin genoemde stukken;
- de akte uitlating, met productie, van de zijde van de moeder en [gedaagde 2] van 6 maart 2024.
1.2
Vonnis bepaald op vandaag.

2.DE VERDERE BEOORDELING

De moeder
2.1
In het tussenvonnis van 13 december 2023 is de moeder in de gelegenheid gesteld om aan te tonen dat zij de toedeling van de woning aan haar overeenkomstig de in dat vonnis gemaakte berekeningen kan financieren. De moeder is daarbij toegelaten een verklaring van FCCA te overleggen waaruit blijkt dat FCCA de toedeling van de woning aan de moeder wil financieren. De moeder heeft geen verklaring van FCCA overgelegd (volgens haar omdat FCCA niet tijdig reageerde), maar een geldleningsovereenkomst die zij met dhr. [betrokkene] is aangegaan. Uit deze overeenkomst blijkt dat de moeder een lening van Afl. 25.000,- is aangegaan om de toedeling van de woning te financieren.
2.2
Gelet op het voorgaande zal worden beslist dat de woning aan de moeder zal moeten worden toegedeeld, onder de verplichting om bij wege van overbedelingsvergoedingen aan zowel [eiser 1] als aan [eiser 2] het bedrag van Afl. 7.401,70 te betalen. Ook [gedaagde 2] komt een overbedelingsvergoeding van dit bedrag toe. Het Gerecht begrijpt uit de stellingen van de moeder en [gedaagde 2] echter dat [gedaagde 2] (op dit moment) geen aanspraak op betaling daarvan maakt.
2.3
Tevens dient de moeder uiterlijk op het moment van levering aan haar van de onverdeelde aandelen van [eiser 1], [eiser 2] en [gedaagde 2] in de woning, aan zowel [eiser 1] als aan [eiser 2] te betalen het bedrag van Afl. 2.250,- ter zake van de tot en met september 2023 ontvangen huur en Afl. 706,50 ter zake van de tot en met september 2023 door haar verschuldigde gebruiksvergoeding. Voor wat betreft de vanaf oktober 2023 tot en met april 2024 ontvangen huur en verschuldigde gebruiksvergoeding is de moeder een bedrag van in totaal Afl. 662,37 aan zowel [eiser 1] als aan [eiser 2] verschuldigd. Ook deze bedragen dient zij uiterlijk op het moment van de levering te voldoen. De toedeling van de woning aan de moeder dient dan ook plaats te vinden tegen de verplichting van de moeder om aan [eiser 1] en aan [eiser 2] Afl. 11.020,57, verminderd met hetgeen zij ter zake tot aan de levering aan hen heeft betaald, te betalen. Tot slot dient bij de levering door de moeder aan zowel [eiser 1] als aan [eiser 2] te worden voldaan een bedrag van Afl. 94,62 per maand vanaf 1 mei 2024 tot het moment van toedeling.
2.4
Partijen dienen zich tot een notaris te wenden teneinde de toedeling van de woning aan de moeder, door de levering van de onverdeelde aandelen van [eiser 1], [eiser 2] en [gedaagde 2] in de woning, aan de moeder te realiseren. Alle partijen dienen mee te werken aan de toedeling van de woning en de daartoe benodigde leveringsakte te ondertekenen of een volmacht te verstrekken.
2.5
De aan de toedeling verbonden kosten dienen naar evenredigheid van ieders aandeel in de woning door partijen gezamenlijk te worden voldaan (dus de moeder voor 5/8e deel en [eiser 1], [eiser 2] en [gedaagde 2] ieder voor 1/8e deel).
2.6
Indien en voor zover de moeder vanaf 2023 tot aan de toedeling eigenaarslasten ten behoeve van de woning heeft betaald, dienen [eiser 1] en [eiser 2] ieder 1/8e deel van deze lasten aan de moeder te voldoen, indien en zodra de moeder onderbouwd met stukken heeft aangetoond wat deze lasten zijn en dat zij deze lasten heeft betaald.
[Gedaagde 2]
2.7
Nu geen, althans onvoldoende feiten en/of omstandigheden zijn gesteld of gebleken voor het oordeel dat niet de helft van de ontvangen huur ten goede van [gedaagde 2] is gekomen en komt, dient zij de andere helft van het aan [eiser 1] en [eiser 2] verschuldigde aandeel in de huur aan hen te betalen. Ook dient [gedaagde 2] haar aandeel in de verschuldigde gebruiksvergoeding aan [eiser 1] en [eiser 2] te betalen. [Gedaagde 2] is aan zowel [eiser 1] als aan [eiser 2] verschuldigd een bedrag van Afl. 2.250,- ter zake van de tot en met september 2023 ontvangen huur, Afl. 706,50 ter zake van de tot en met september 2023 verschuldigde gebruiksvergoeding en Afl. 662,37 ter zake van de huur en gebruiksvergoeding vanaf 1 oktober 2023 tot en met april 2024. [Gedaagde 2] zal dan ook worden veroordeeld om aan zowel [eiser 1] als aan [eiser 2] een bedrag van Afl. 3.618,87 te betalen, vermeerderd met een bedrag van Afl. 94,62 per maand vanaf 1 mei 2024 tot de dag van de toedeling van de woning aan de moeder.
Kosten taxatierapport
2.8
Zoals in het tussenvonnis van 30 augustus 2023 is overwogen, geldt met betrekking tot de kosten van het taxatierapport dat alle partijen deze naar evenredigheid dienen te dragen. Dit betekent dat zowel de moeder als [gedaagde 2] een/vierde deel van deze kosten aan [eiser 1] en/of [eiser 2] dienen te betalen, indien en zodra [eiser 1] en/of [eiser 2] onderbouwd met stukken hebben aangetoond hoe hoog deze kosten zijn en dat de kosten zijn voldaan. Indien de nota van de taxateur nog niet is betaald, dienen [eiser 1] en/of [eiser 2] deze kosten eerst te voldoen, alvorens het aandeel van de moeder en van [gedaagde 2] in deze kosten kan worden verhaald.
Proceskosten
2.9
In de familierelatie van partijen ziet het Gerecht aanleiding de proceskosten te compenseren, aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

3.DE UITSPRAAK

Het Gerecht:
3.1
gelast de volgende wijze van verdeling van de woning:
de woning zal aan de moeder worden toegedeeld, onder de verplichting om aan [eiser 1], voor zover nog niet voldaan, het bedrag van Afl. 11.020,57 en aan [eiser 2], voor zover nog niet voldaan, het bedrag van Afl. 11.020,57 te betalen, vermeerderd met het aan zowel [eiser 1] als [eiser 2] te betalen bedrag van Afl. 94,62 per maand vanaf 1 mei 2024 tot het moment van toedeling;
3.2
partijen dienen mee te werken aan de levering van de onverdeelde aandelen van [eiser 1], [eiser 2] en [gedaagde 2] in de woning en de daartoe bestemde leveringsakte te ondertekenen;
3.3
bepaalt dat de aan de toedeling van de woning aan de moeder verbonden kosten naar evenredigheid van ieders aandeel in de woning door partijen gezamenlijk moeten worden voldaan;
3.4
bepaalt dat [eiser 1] en [eiser 2], indien en voor zover de moeder vanaf 2023 tot aan de toedeling van de woning eigenaarslasten van de woning heeft betaald, ieder 1/8e deel van deze lasten aan de moeder moeten voldoen, indien en zodra de moeder onderbouwd met stukken heeft aangetoond wat deze lasten zijn en dat zij deze lasten heeft betaald;
3.5
veroordeelt [gedaagde 2] tot betaling aan [eiser] van een bedrag van Afl. 3.618,86, vermeerderd met een bedrag van Afl. 94,62 per maand vanaf 1 mei 2024 tot de dag van de toedeling van de woning aan de moeder;
3.6
veroordeelt [gedaagde 2] tot betaling aan [eiser 2] van een bedrag van Afl. 3.618,86, vermeerderd met een bedrag van Afl. 94,62 per maand vanaf 1 mei 2024 tot de dag van de toedeling van de woning aan de moeder;
3.7
veroordeelt de moeder en [gedaagde 2] ieder een/vierde deel van de kosten van het taxatierapport aan [eiser 1] en/of [eiser 2] te betalen, indien en zodra [eiser 1 en/of [eiser 2] onderbouwd met stukken hebben aangetoond hoe hoog deze kosten zijn en dat de kosten zijn voldaan;
3.8
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.9
compenseert de proceskosten, aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;
3.1
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.A.M. Tijhuis, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 17 april 2024 in aanwezigheid van de griffier.
Datum uitspraak: 17 april 2024
Instantie: Gerecht in eerste aanleg van Aruba
Zaaknummer: A.R. no. AUA202102489
Inhoudsindicatie: Civiel. Overbedeling.
Formele relaties (optioneel):
Rechtsgebieden: Civiel
Rechter: mr. T.A.M. Tijhuis
Bijzondere kenmerken: Enkelvoudig