Uitspraak
1.[Eiser 1 in conventie en gedaagde 1 in reconventie],
[Eiseres 2 in conventie en gedaagde 2 in reconventie],
1.DE PROCEDURE
2.DE FEITEN
Het overschietende deel van kavel 5 kan door hr. [eiser 1 in conventie en gedaagde 1 in reconventie] worden gekocht om toegang te creëren naar zijn achter terrein”.
3.HET GESCHIL
4.DE BEOORDELING
kan worden gekocht. Uit deze bewoordingen volgt niet dat de kavel aan [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] is verkocht en [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] hebben geen concrete feiten en/of omstandigheden gesteld die tot het oordeel leiden dat partijen dit wel hebben bedoeld. De stelling van [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] is ook niet aannemelijk, nu, zoals hiervoor is overwogen, ook in juli 2022 nog geen overeenstemming over de essentialia bestond. Dat partijen met de overeenkomst van 18 maart 2022 een grondruil zijn overeengekomen en dat om die reden deze overeenkomst ook een schriftelijke overeenkomst ten aanzien van Kavel 1 inhoudt, zoals [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] verder nog hebben betoogd, heeft Renling gemotiveerd betwist. Uit de door Renling overgelegde stukken blijkt dat daarvan uitdrukkelijk geen sprake was.