ECLI:NL:OGEAA:2024:217

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
24 september 2024
Publicatiedatum
8 oktober 2024
Zaaknummer
AUA202402865 EJ
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:677 BWArt. 7:685 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing ontbindingsverzoek arbeidsovereenkomst wegens onvoldoende gewichtige redenen

Post Aruba verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een werkneemster die sinds juni 2022 niet meer werkzaam was, maar wel salaris ontving. De werkgever stelde dat er een reorganisatie gaande was waarbij personeel moest afvloeien en dat er geen werkplek meer voor de werkneemster zou zijn.

De werkneemster voerde verweer dat zij niet verantwoordelijk was voor het niet werken sinds de schorsing en dat zij geen oproep tot werk had ontvangen. Tevens ontkende zij dat haar werkplek was komen te vervallen en wenste zij weer aan het werk te gaan.

Het gerecht oordeelde dat het niet werken niet aan de werkneemster kon worden tegengeworpen omdat de werkgever haar had geschorst en vervolgens geen contact had onderhouden. Ook was niet gebleken dat de reorganisatie tot het vervallen van haar functie zou leiden of dat zij tot de afvloeiende werknemers behoorde.

Daarom ontbraken gewichtige redenen voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Het verzoek werd afgewezen en Post Aruba werd veroordeeld in de proceskosten van de werkneemster.

Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst is afgewezen wegens onvoldoende gewichtige redenen.

Uitspraak

Behorend bij AUA202402865 EJ
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
in de zaak van:
de naamloze vennootschap
POST ARUBA N.V.,
te Aruba,
verzoekster,
hierna ook te noemen: Post Aruba,
gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock,
tegen:
[Verweerster],
te Aruba,
verweerster,
hierna ook te noemen: [verweerster],
gemachtigde: de advocaat mr. D.L. Emerencia.

1.DE PROCEDURE

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties van Post Aruba, ingediend ter griffie op 9 augustus 2024;
- de producties van [verweerster], ingediend op 5 september 2024;
- het verweerschrift van [verweerster] en een correctie daarop, ingediend op 10 september 2024;
- de mondelinge behandeling van de zaak op 10 september 2024.
1.2
Tijdens de mondelinge behandeling van de zaak zijn namens Post Aruba verschenen mevr. [waarnemend directeur], waarnemend directeur, en mevr. [HR manager], HR Manager bij Post Aruba, bijgestaan door mr. Kock voornoemd. [Verweerster] is verschenen, bijgestaan door mr. Emerencia voornoemd. Partijen hebben het woord gevoerd, [verweerster] mede aan de hand van een overgelegde en voorgedragen pleitnota. Partijen hebben op elkaars stellingen gereageerd of kunnen reageren en hebben vragen van het Gerecht beantwoord.
1.3
Hierna is beschikking bepaald.

2.DE FEITEN

2.1 [
Verweerster] is sinds 23 september 2014 in dienst van Post Aruba in de functie van loketmedewerkster, tegen een salaris van laatstelijk Afl. 2.445,-- bruto per maand.
2.2
Bij brief van 2 juni 2022 heeft Post Aruba [verweerster] vanwege een incident met een klant voor één werkdag geschorst. Op 2 juni 2022 moest [verweerster] zich weer op het werk melden.
2.3
Bij brief van 3 juni 2022 heeft Post Aruba aan [verweerster] meegedeeld dat naar aanleiding van een op vrijdag 3 juni 2022 ontvangen melding dat [verweerster] aan een kind van een collega een gerucht over die collega zou hebben verteld, een onderzoek zal worden ingesteld en dat [verweerster] per direct tot nadere kennisgeving met behoud van loon op non-actief wordt gesteld.
2.4
Sindsdien heeft [verweerster] niets meer van Post Aruba vernomen.
2.5
Bij brief van 13 maart 2023 is Post Aruba namens [verweerster] verzocht om de non-actiefstelling onmiddellijk op te heffen en [verweerster] weder te werk te stellen. Post Aruba heeft niet op deze brief gereageerd.
2.6
Op 5 juli 2023 heeft [verweerster] op haar verzoek een zogenaamde job letter van Post Aruba ontvangen ten behoeve van Garage Centraal Aruba. Daarin is verklaard dat [verweerster] werkneemster is bij Post Aruba en dat haar maandelijkse inkomen Afl. 2.445,-- bedraagt.

3.HET GESCHIL

3.1
Post Aruba verzoekt het Gerecht om de arbeidsovereenkomst tussen partijen zo spoedig mogelijk te ontbinden wegens gewijzigde omstandigheden, zonder toekenning van een vergoeding dan wel met toekenning van een zodanige vergoeding als het Gerecht in goede justitie zal vermenen te behoren en met veroordeling van [verweerster] in de kosten van dit geding, althans met compensatie daarvan, alles uitvoerbaar bij voorraad.
3.2
Post Aruba heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat [verweerster] al ruim twee jaar niet meer bij haar heeft gewerkt, terwijl haar salaris wel is doorbetaald. Deze situatie kan niet langer voortduren. Er is bij Post Aruba een reorganisatie gaande waarbij personeel moet afvloeien. Dat is mede reden om de arbeidsovereenkomst met [verweerster] te beëindigen.
3.3 [
Verweerster] heeft verweer gevoerd en primair geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek. Subsidiair heeft [verweerster] verzocht om bij toewijzing van het verzoek van Post Aruba aan haar een vergoeding ten laste van Post Aruba toe te kennen.
3.4
Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover voor de uitspraak van belang, nader worden ingegaan.

4.DE BEOORDELING

4.1
Beoordeeld dient te worden of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden. In artikel 7:685 van Pro het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW) is bepaald dat ieder van de partijen te allen tijde bevoegd is zich tot de rechter in eerste aanleg te wenden met het verzoek de arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen te ontbinden. Als gewichtige redenen worden beschouwd omstandigheden die een dringende reden als bedoeld in artikel 7:677 eerste Pro lid BW zouden hebben opgeleverd indien de arbeidsovereenkomst daarom onverwijld zou zijn opgezegd, alsook veranderingen in de omstandigheden, welke van dien aard zijn, dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen.
4.2
Uit de stukken en hetgeen ter zitting is besproken is gebleken dat Post Aruba zich op het standpunt stelt dat de arbeidsovereenkomst met [verweerster] moet worden ontbonden, omdat zij sinds juni 2022 geen werkzaamheden meer heeft verricht. Daarnaast is bij Post Aruba een reorganisatie gaande en is er geen werkplek meer voor [verweerster]. [Verweerster] heeft hiertegen aangevoerd dat het niet aan haar te wijten is dat zij sinds juni 2022 niet meer heeft gewerkt. Ook heeft zij weersproken dat er geen werkplek meer voor haar is. Zij wenst weer aan het werk te gaan bij Post Aruba.
4.3
Post Aruba baseert haar verzoek allereerst op het enkele tijdsverloop sinds de schorsing van [verweerster] op 3 juni 2022 tot heden, dat [verweerster] geen werkzaamheden meer heeft verricht. Deze omstandigheid kan echter niet aan [verweerster] worden tegengeworpen, maar komt voor rekening en risico van Post Aruba. Post Aruba heeft [verweerster] op 3 juni 2022 geschorst voor onderzoek naar een vermeende gedraging van [verweerster]. Dat dit onderzoek daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, is niet gebleken. Post Aruba heeft [verweerster] vervolgens niet meer opgeroepen voor werk en geen contact meer met haar onderhouden. Post Aruba is [verweerster] kennelijk uit het oog verloren en heeft haar aan haar lot overgelaten. Van Post Aruba had als goed werkgever anders mogen worden verwacht, ook als zij (zoals Post Aruba heeft aangevoerd) met andere problemen binnen haar onderneming kampte die dienden te worden opgelost. Post Aruba verwijt [verweerster] weliswaar dat ook zij niets meer van zich heeft laten horen en het ‘wel makkelijk heeft gevonden dat haar loon werd doorbetaald’, maar daarbij gaat Post Aruba eraan voorbij dat zij degene is die [verweerster] tot nadere kennisgeving heeft geschorst en dat het als goed werkgever op haar weg had gelegen om tijdig duidelijkheid over die schorsing te bieden. Daarenboven geldt dat [verweerster] wel heeft verzocht om haar weer tot haar werk toe te laten, maar dat Post Aruba daarop in het geheel niet heeft gereageerd. Verder heeft [verweerster], onderbouwd met stukken en onweersproken, gesteld dat zij in juni 2023 ernstige gezondheidsproblemen kreeg waardoor zij zeer in beslag werd genomen en dat haar herstel geruime tijd heeft geduurd. Haar kan daarom niet worden verweten dat zij gedurende die periode geen actie heeft ondernomen.
4.4
Haar tevens aan haar verzoek ten grondslag gelegde stelling dat er vanwege een reorganisatie geen werkplek meer is voor [verweerster], heeft Post Aruba op geen enkele manier (met concrete feiten en/of verificatoire stukken) onderbouwd. Gelet hierop en nu [verweerster] heeft weersproken dat er voor haar geen werkplek meer is, kan niet worden gezegd dat [verweerster] bij Post Aruba geen werkzaamheden meer kan verrichten. Evenmin is gebleken dat de reorganisatie meebrengt dat de werkplek/functie van [verweerster] spoedig zal komen te vervallen, dat geen andere functie voor [verweerster] beschikbaar is en dat [verweerster], mede gelet op de duur van haar dienstverband, een van de werknemers is die in het kader van de reorganisatie zal moeten afvloeien.
4.5
Het voorgaande brengt mee dat er onvoldoende gewichtige redenen zijn om de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst te ontbinden. Voor dit oordeel is mede van belang dat niet is gesteld of gebleken dat de relatie tussen partijen zodanig is verstoord dat een terugkeer van [verweerster] op de werkvloer geen optie is. Dit is ook niet aan het ontbindingsverzoek ten grondslag gelegd. [Verweerster] heeft gemotiveerd bestreden dat het verwijt aan haar (dat zij aan een kind van een collega een gerucht over die collega zou hebben verteld) terecht wordt gemaakt. Maar ook als dit wel zo is, is gesteld noch gebleken dat zij daardoor, mede gelet op het tijdsverloop, haar werkzaamheden niet meer zou kunnen verrichten. Het ontbindingsverzoek zal worden afgewezen.
4.6
Post Aruba zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure aan de zijde van [verweerster] gevallen, begroot op Afl. 2.500,-- aan salaris van de gemachtigde.

5.DE BESLISSING

Het Gerecht:
5.1
wijst het verzoek af;
5.2
veroordeelt Post Aruba in de kosten van de procedure aan de zijde van [verweerster] gevallen, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.500,-- aan salaris van de gemachtigde.
Deze beschikking is gegeven door mr. T.A.M. Tijhuis, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 24 september 2024 in aanwezigheid van de griffier.