Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:OGEAA:2024:267

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
4 december 2024
Publicatiedatum
20 januari 2025
Zaaknummer
AUA202400607
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 214 RvArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating voeging en zekerheidsstelling in geschil over ontbinding joint venture overeenkomst

In deze civiele procedure vordert Greenland Financial Group Corp. de ontbinding van een joint venture overeenkomst met Massari Realty wegens toerekenbare niet-nakoming en schadevergoeding. Yosemite Investments verzoekt om zich te voegen aan de zijde van Greenland, wat door het gerecht wordt toegestaan vanwege haar voldoende belang bij de zaak.

Massari verzet zich tegen de voeging en vordert daarnaast zekerheidsstelling voor proceskosten en schadevergoeding van Greenland en mogelijk Yosemite. Greenland verzet zich tegen de zekerheidsstelling en stelt deze te beperken tot een bedrag van 5.000 Arubaanse florin.

Het gerecht oordeelt dat Yosemite voldoende belang heeft bij voeging en dat er geen sprake is van onredelijke vertraging of misbruik van recht. De beslissing over de proceskosten wordt aangehouden. Yosemite wordt opgedragen het griffierecht te voldoen. De zaak wordt aangehouden voor verdere behandeling, met een rolzitting gepland voor het indienen van een conclusie van antwoord door Yosemite.

De hoofdzaak blijft voorlopig geschorst en verdere beslissingen worden aangehouden. Het vonnis is gewezen door rechter J. Brandt op 4 december 2024.

Uitkomst: Yosemite wordt toegelaten tot voeging aan de zijde van Greenland en verdere beslissingen worden aangehouden.

Uitspraak

Vonnis van 4 december 2024
Behorend bij A.R. AUA202400607
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaken van:
GREENLAND FINANCIAL GROUP CORP.,
gevestigd in Panama,
eiseres in de hoofdzaak,
verweerster in het incident tot voeging,
verweerster in het incident tot zekerheidsstelling,
hierna te noemen: Greenland,
gemachtigde: de advocaat mr. G. de Hoogd,
en
YOSEMITE INVESTMENTS LTD.,
gevestigd in Anguilla,
eiseres in het incident tot voeging,
verweerster in het incident tot zekerheidsstelling,
hierna te noemen: Yosemite,
gemachtigde: de advocaat mr. N.S. Gravenstijn,
tegen:
MASSARI REALTY, PROPERTY MANAGEMENT & SERVICES VBA,
gevestigd in Aruba,
gedaagde in de hoofdzaak,
verweerster in het incident tot voeging,
eiseres in het incident tot zekerheidsstelling,
hierna te noemen: Massari,
gemachtigde: de advocaat mr. O.E. Kostrzewski.

1.DE PROCEDURE

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van 28 februari 2024 met producties 1 tot en met 4;
- de tot Greenland gerichte incidentele conclusie tot zekerheidsstelling proceskosten en schadevergoeding met producties 1 tot en met 20 van Massari, ingediend op 26 juni 2024;
- akte houdende verzoek tot voeging met één productie van Yosemite, ingediend op 26 juni 2024;
- de antwoordakte in de incidenten met vijf bijlagen van Greenland, ingediend op 4 september 2024;
- de akte uitlating producties bij antwoord in het incident en het antwoord in het voegingsincident tevens het tot Yosemite gerichte (voorwaardelijke) incident tot zekerheidsstelling proceskosten en schadevergoeding met producties 1 tot en met 18 van Massari, ingediend op 9 oktober 2024;
- de akte van Yosemite, ingediend op 9 oktober 2024.
1.2
Het verzoekschrift in de hoofdzaak was oorspronkelijk ook gericht tegen Yosemite. Bij e-mail van 24 juni 2024 heeft mr. De Hoogd het Gerecht bericht dat het verzoek in de hoofdzaak tegen Yosemite wordt ingetrokken.
1.3
De zaak is verwezen naar de rol voor vonnis in de incidenten.

2.HET GESCHIL

In de hoofdzaak
2.1
Greenland vordert om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, op de minuut en op alle uren:
1. te verklaren voor recht dat de ‘Joint Venture Agreement’ van 27 september 2021 tussen partijen 30 dagen na 14 november 2023 buitengerechtelijk is ontbonden vanwege toerekenbare niet-nakoming van Massari jegens Greenland, althans deze te ontbinden, althans deze ontbonden te verklaren, vanwege toerekenbare niet-nakoming van Massari jegens Greenland;
2. Massari te veroordelen tot betaling aan Greenland van een schadevergoeding op te maken bij staat en te vereffenen als volgens de wet, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 dagen na 14 november 2023, zijnde 14 december 2023, tot aan de dag der algehele voldoening;
3. subsidiair ten opzichte van het gevorderde onder 1 en 2: enige andere beslissing te nemen die UEA vermeent te behoren;
4. Massari te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dit bedrag met ingang van veertien dagen na dagtekening van het vonnis tot de dag van volledige betaling.
2.2
Massari heeft nog niet geconcludeerd voor antwoord.
In het incident tot voeging
2.3
Yosemite verzoekt om in de hoofdzaak te worden toegelaten als gevoegde partij aan de zijde van Greenland.
2.4
Greenland heeft geen bezwaar gemaakt tegen het voegingsverzoek.
2.5
Massari concludeert tot afwijzing van het voegingsverzoek.
In het incident tot zekerheidsstelling
2.6
Massari vordert om bij vonnis, voor zover als mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Greenland en - voorwaardelijk, indien en voor zover het Gerecht Yosemite toestaat zich te voegen in de hoofdzaak aan de zijde van Greenland - Yosemite:
1. te veroordelen om binnen twee weken na de datum waarop in dezen uitspraak is gedaan zekerheid te stellen voor de betaling van de proceskosten en de schade waarin Greenland en Yosemite ten behoeve van Massari kunnen worden veroor-deeld;
2. het bedrag aan zekerheid voor proceskosten en schade in goede justitie te bepalen;
3. te bevelen dat deze zekerheid kan worden gesteld door het storten van het bedrag bij de griffie van het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, althans door het doen stellen van een bankgarantie door een gerenommeerde Arubaanse bank voor een door UEA in goede justitie te bepalen bedrag;
4. te bepalen dat als Greenland en/of Yosemite niet of niet tijdig gevolg geven aan de bevolen zekerheidsstelling, Massari niet gehouden is tot het voeren van verweer in de hoofdzaak en dat Greenland en/of Yosemite in de hoofdzaak niet-ontvankelijk zullen worden verklaard;
5. Greenland en Yosemite te veroordelen in de kosten van dit incident, te vermeerde-ren met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na de in dezen te geven uitspraak tot aan de dag der algehele voldoening;
6. althans alles als door UEA in goede justitie te bepalen.
2.7
Greenland voert verweer. Zij concludeert tot afwijzing, althans beperking tot een bedrag van Afl. 5.000,-, van de vordering tot zekerheidsstelling voor de proceskosten en afwijzing van de vordering tot zekerheidsstelling voor schadevergoeding, met veroordeling van Massari in de kosten van het incident, uitvoerbaar bij voorraad.
2.8
Yosemite heeft nog niet geconcludeerd voor antwoord.

3.DE BEOORDELING

In het incident tot voeging
3.1
De vordering is gebaseerd op artikel 214 Rv Pro. Op grond van dit artikel is eenieder die belang heeft bij een rechtsgeding, hangende tussen andere partijen, bevoegd om zich daarin te voegen.
3.2
Yosemite stelt belang te hebben om in de door Greenland tegen Massari aanhangig gemaakte hoofdzaak zich aan de zijde van Greenland te voegen, omdat zij nadelige gevolgen kan ondervinden van een voor Greenland ongunstige uitkomst van die procedure. Meer in het bijzonder stelt Yosemite dat, indien en voor zover de door Greenland gevorderde verklaring voor recht dat de ‘Joint Venture Agreement’ van 27 september 2021 (hierna: de JVA) rechtsgeldig is ontbonden en de van Massari gevorderde schadevergoeding worden afgewezen, dit niet alleen voor Greenland, maar ook voor haar aansprakelijkheden en schadevergoedingsverplichtingen kan doen ontstaan. Greenland en Yosemite delen immers als de in de JVA opgenomen verkopers van aandelen in Coco Beach N.V. en indirect Crystal Real Estate N.V. (aan Massari als de in de JVA opgenomen koper van die aandelen) hetzelfde lot, aldus Yosemite.
3.3
Het Gerecht is van oordeel dat Yosemite, gelet op het door haar in het incident gestelde, voldoende belang heeft bij voeging aan de zijde van Greenland. De stelling van Massari dat Yosemite met het doen van het voegingsverzoek onrechtmatig handelt dan wel misbruik van recht maakt, kan niet reeds op voorhand tot afwijzing van dit incidentele verzoek leiden. Massari heeft ook niet gesteld, noch is gebleken, dat door de voeging een onredelijke vertraging van deze procedure te verwachten valt. De eisen van de goede procesorde staan daarom niet in de weg aan toewijzing van de gevorderde voeging.
3.4
De beslissing over de proceskosten wordt aangehouden tot in de hoofdzaak wordt beslist.
3.5
Aan Yosemite is nog geen griffierecht in rekening gebracht, terwijl zij dat wel moet betalen. Yosemite zal daarom worden opgedragen het verschuldigde griffierecht aan de griffier te betalen.
In het incident tot zekerheidsstelling
3.6
Greenland heeft al gereageerd op het incident tot zekerheidsstelling, Yosemite niet. Daarom wordt Yosemite in de gelegenheid gesteld een conclusie van antwoord in te dienen in dit incident en daarbij desgewenst te reageren op de producties die Massari bij haar (voorwaardelijk) incident tot zekerheidsstelling heeft ingediend. De zaak zal met dat doel naar de rol worden verwezen.
3.7
Het Gerecht houdt iedere verdere beslissing aan.
In de hoofdzaak
3.8
De hoofdzaak zal te zijner tijd worden voortgezet in de stand waarin deze is gebleven. Voor nu zal iedere verdere beslissing worden aangehouden.

4.DE UITSPRAAK

Het Gerecht:
In het incident tot voeging
4.1
staat Yosemite toe zich in de hoofdzaak te voegen aan de zijde van Greenland;
4.2
draagt Yosemite op het verschuldigde griffierecht te betalen;
In het incident tot zekerheidsstelling
4.3
bepaalt dat de zaak op de rol zal komen van
woensdag 15 januari 2025voor het nemen van een conclusie van antwoord door Yosemite;
In de beide incidenten en in de hoofdzaak
4.4
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Brandt, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 4 december 2024 in aanwezigheid van de griffier.