ECLI:NL:OGEAA:2024:79

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
6 maart 2024
Publicatiedatum
31 mei 2024
Zaaknummer
AUA202302743
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 51 LarArt. 53 LarArt. 47 Lar
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot oplegging dwangsom wegens niet tijdig beslissing bestuursorgaan

Verzoekers hebben meerdere keren een beroep gedaan op artikel 53 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) omdat het bestuursorgaan niet binnen de gestelde termijn een beslissing nam op hun bezwaar tegen een vergunningverlening.

Eerder had het gerecht het bestuursorgaan al opgedragen binnen drie maanden een beslissing te nemen en een dwangsom opgelegd voor het niet nakomen hiervan. Verzoekers dienden een tweede verzoek in om een hogere dwangsom op te leggen wegens het opnieuw uitblijven van een beslissing.

Het gerecht overweegt dat een herhaald verzoek op grond van artikel 53 Lar Pro mogelijk is, maar niet onredelijk laat mag worden ingediend. Het tweede verzoek werd echter ruim na de gestelde termijn ingediend, zonder bijzondere omstandigheden die dit rechtvaardigen.

Daarnaast oordeelt het gerecht dat het verzoek om geen vergunning te verlenen geen beschikking is waartegen bezwaar kan worden gemaakt volgens de Lar, waardoor het bezwaar niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard.

De rechter wijst het verzoek af en bevestigt dat tegen deze uitspraak geen rechtsmiddel openstaat.

Uitkomst: Het verzoek tot oplegging van een dwangsom wegens niet tijdig beslissen wordt afgewezen.

Uitspraak

Uitspraak van 6 maart 2024
Lar nr. AUA202302743

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

UITSPRAAK
op het verzoek ex artikel 53 van Pro de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:
1.[Verzoeker],
2.de naamloze vennootschap ALLISON BUSINESS PROMOTIONS UNLIMITED N.V. h.o.d.n. AQUAZUL ARUBA APARTMENTS,
VERZOEKERS,
gemachtigde: de advocaat mr. D.C.A. Crouch,
gericht tegen:
1.DE MINISTER VAN ALGEMENE ZAKEN, INNOVATIE, OVERHEIDSORGANISATIE, INFRASTRUCTUUR EN RUIMTELIJKE ORDENING,
2.DE MINISTER VAN JUSTITIE EN SOCIALE ZAKEN,
3.DE MINISTER VAN TOERISME EN VOLKSGEZONDHEID,
zetelend in Aruba,
VERWEERDERS,
gemachtigde: mr. V.M. Emerencia (DWJZ).

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak van dit gerecht van 17 mei 2021 (Lar nr. AUA202100284) heeft het gerecht onder meer het met een afwijzende beschikking gelijkgestelde uitblijven van een beschikking op het bezwaar van verzoekers van 15 oktober 2020, gericht tegen het uitblijven van een beslissing op hun verzoek om geen vergunning te verlenen aan de ondernemer die de opstal Noord 75 gaat exploiteren, vernietigd en bepaald dat verweerder binnen een termijn van drie maanden een reële beslissing dient te nemen op het bezwaar van verzoekers.
Bij uitspraak van dit gerecht van 7 februari 2022 (AUA202102922) heeft het gerecht, beslissend op een verzoek van verzoekers als bedoeld in artikel 53 van Pro de Lar, bepaald dat verweerders binnen drie maanden alsnog een beslissing dienen te nemen op het bezwaar van verzoekers en dat verweerders een dwangsom aan verzoeker verbeuren van Afl. 500,- voor elke dag dat zij in gebreke blijven om een beslissing te nemen op het bezwaar, met een maximum van Afl. 25.000,-.
Op 25 juli 2023 heeft verzoeker wederom een verzoek op grond van artikel 53 van Pro de Lar ingediend.
Het gerecht heeft de zaak behandeld ter zitting van 17 januari 2023. Verzoeker sub 1 is verschenen bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
De uitspraak is bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

Het wettelijk kader

2.1
Ingevolge artikel 51 van Pro de Lar neemt het bestuursorgaan zo spoedig mogelijk een nieuwe beslissing met inachtneming van de uitspraak van de rechter, indien de uitspraak strekt tot gehele of gedeeltelijke vernietiging van de beslissing, tenzij artikel 47, vierde lid, is toegepast.
2.2
Ingevolge artikel 53, eerste lid, van de Lar kan, indien het bestuursorgaan niet binnen de daarvoor gestelde termijn voldoet aan artikel 51, de wederpartij bij het gerecht een verzoek indienen tot toekenning van een vergoeding ten laste van het Land dan wel een verzoek om het bestuursorgaan te verplichten alsnog gevolg te geven aan de uitspraak. Ingevolge het tweede lid, voor zover thans van belang, kan bij de beslissing op dit verzoek worden bepaald dat het bestuursorgaan aan de wederpartij een dwangsom verbeurt voor iedere dag dat het in gebreke blijft aan de beslissing te voldoen.
De standpunten van partijen
3.1
Verzoekers betogen dat verweerder (wederom) voorbij is gegaan aan een rechterlijke uitspraak, en verzoeken om deze maal een dwangsom van Afl. 1.000,- per dag op te leggen om verweerder ertoe te bewegen om gevolg te geven aan de uitspraak.
3.2
Verweerder heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat hetgeen verzoeker in eerste instantie heeft verzocht, namelijk om geen vergunning te verlenen, geen verzoek om het nemen van een beschikking is. Er is derhalve geen fictieve afwijzende beschikking ontstaan, zodat het daartegen gerichte bezwaar niet-ontvankelijk had behoren te worden verklaard. Overigens is nog immer geen vergunning verleend voor het uitoefenen van een horecagelegenheid op het perceel Noord 75, aldus verweerder.
De beoordeling
4.1
Het gerecht overweegt dat, indien een bestuursorgaan, nadat het met toepassing van artikel 53 van Pro de Lar is opgedragen alsnog een uitspraak van de rechter op een door de verzoeker ingesteld beroep te voldoen, een herhaald verzoek om op grond van artikel 53 Lar Pro nakoming in principe mogelijk is. Hoewel het indienen van een dergelijk verzoek niet aan een termijn is gebonden, brengt een redelijke wetstoepassing mee dat het verzoek niet onredelijk laat mag worden ingediend. Het Gerecht hanteert als uitgangspunt dat het verzoek niet later dan een jaar mag worden ingediend, nadat de termijn waarbinnen het bestuursorgaan dient te beslissen is verstreken. In de uitspraak van 7 februari 2022 heeft het gerecht bepaald dat het bestuursorgaan binnen drie maanden alsnog een beslissing dient te nemen op het bezwaar van verzoeker. Dit betekent dat verweerder uiterlijk op 7 mei 2022 een beslissing diende te nemen. Verzoekers hebben onderhavig tweede verzoek op grond van artikel 53 van Pro de Lar op 25 juli 2023, hetgeen als onredelijk laar moet worden aangemerkt. Het bestaan van bijzondere omstandigheden op grond waarvan tot een ander oordeel moet worden gekomen hebben verzoekers niet aannemelijk gemaakt. De door hen aangevoerde omstandigheid dat de horecagelegenheid op het onderhavige perceel onlangs weer actief is geworden, kan niet als een dergelijke omstandigheid worden gezien. Voor zover zij menen dat daartegen van overheidswege ten onrechte niet handhavend wordt opgetreden, kunnen zij een daartoe strekkend verzoek indienen bij het bevoegde bestuursorgaan. Dit betekent dat het verzoek zal worden afgewezen.
4.2
Ten overvloede overweegt het gerecht dat de reactie op een verzoek om “geen vergunning aan een derde te verlenen” geen beschikking is waartegen op grond van de Lar kan worden opgekomen. Dit betekent dat het niet mogelijk is om op grond van de Lar bezwaar aan te tekenen tegen het uitblijven van die reactie. De enige juiste beslissing die het bestuursorgaan nog kan nemen is om het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren.

BESLISSING

De rechter in dit gerecht:
wijst het verzoek af.
Deze beslissing is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 maart 2024 in aanwezigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.