ECLI:NL:OGEAA:2024:80

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
6 maart 2024
Publicatiedatum
31 mei 2024
Zaaknummer
AUA202302222
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 51 LarArt. 53 LarArt. 47 Lar
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot oplegging dwangsom wegens uitblijven beslissing op bezwaar

Verzoeker heeft sinds december 2019 een aanvraag ingediend voor een zelfstandig schadebesluit wegens onrechtmatige bewaring. Na uitblijven van een beslissing op het bezwaar heeft verzoeker meerdere keren beroep en verzoeken ex artikel 53 Lar Pro ingediend. Het gerecht heeft eerder reeds bepaald dat verweerder binnen termijnen een beslissing moet nemen en dwangsommen oplegde wegens niet-nakoming.

Ondanks eerdere uitspraken en dwangsommen heeft verweerder nog steeds niet voldaan aan de verplichting om een beslissing te nemen op het bezwaar. Verzoeker heeft daarom een derde verzoek ingediend om wederom een dwangsom op te leggen.

Het gerecht oordeelt dat verweerder nog steeds niet heeft voldaan aan de uitspraak van mei 2021 en dat een herhaald verzoek tot nakoming binnen een redelijke termijn mogelijk is. Daarom wordt verweerder opgedragen binnen twee maanden alsnog een beslissing te nemen, met oplegging van een dwangsom van Afl. 500,- per dag bij niet-nakoming, tot een maximum van Afl. 35.000,-. Er is geen proceskostenveroordeling toegewezen.

Uitkomst: Verweerder wordt opgedragen binnen twee maanden een beslissing te nemen op het bezwaar, met oplegging van een dwangsom van Afl. 500,- per dag bij niet-nakoming tot maximaal Afl. 35.000,-.

Uitspraak

Uitspraak van 6 maart 2024
Lar nr. AUA202302222

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

UITSPRAAK
op het verzoek ex artikel 53 van Pro de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:

[Verzoeker],

domicilie kiezende in Aruba,
VERZOEKER,
gemachtigde: drs. M.L. Hassell,
gericht tegen:

DE MINISTER VAN JUSTITIE EN SOCIALE ZAKEN,

zetelend in Aruba,
VERWEERDER.

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak van dit gerecht van 31 mei 2021 (Lar nr. AUA202002189) heeft het gerecht onder meer het met een afwijzende beschikking gelijkgestelde uitblijven van een beschikking op het bezwaar van appellant van 21 april 2021, gericht tegen het uitblijven van een beslissing op zijn aanvraag voor een zelfstandig schadebesluit, vernietigd en bepaald dat verweerder binnen een termijn van drie maanden een nieuwe beslissing dient te nemen op het bezwaar van verzoeker.
Op 23 juni 2023 heeft verzoeker een derde verzoek op grond van artikel 53 van Pro de Lar ingediend.
Het gerecht heeft de zaak behandeld ter zitting van 17 januari 2023. Partijen zijn, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

De feiten

1.1
Bij brief van 17 december 2019 heeft verzoeker bij verweerder een aanvraag voor een zelfstandig schadebesluit ingediend. Verzoeker verzoekt hierbij om hem een schadevergoeding toe te kennen voor veertig dagen onrechtmatige bewaring bij de Guarda Nos Costa ter hoogte van Afl. 2.320,- en een forfaitair bedrag voor de gemaakte kosten.
1.2
Tegen het uitblijven van een beslissing op zijn verzoek heeft verzoeker op 21 april 2020 bezwaar gemaakt.
1.3
Tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar heeft verzoeker op 8 september 2020 beroep ingesteld.
1.4
Bij uitspraak van dit gerecht van 31 mei 2021 (AUA202002189) heeft het gerecht het beroep gegrond verklaard, het met een afwijzende beschikking gelijkgestelde uitblijven van een beschikking op het bezwaar van appellant vernietigd en bepaald dat verweerder binnen een termijn van drie maanden een nieuwe beslissing dient te nemen op het bezwaar van verzoeker.
1.5
Op 8 oktober 2021 heeft verzoeker een verzoek op grond van artikel 53 van Pro de Lar ingediend.
1.6
Bij uitspraak van dit gerecht van 26 januari 2022 (AUA202102959) heeft het gerecht bepaald dat verweerder binnen drie maanden alsnog een beslissing dient te nemen op het bezwaar van verzoeker en dat verweerder een dwangsom aan verzoeker verbeurt van Afl. 500,- voor elke dag dat hij in gebreke blijft om een beslissing te nemen op het bezwaar, met een maximum van Afl. 25.000,-.
1.7
Op 8 juni 2022 heeft verzoeker een herhaald verzoek op grond van artikel 53 van Pro de Lar ingediend.
1.8
Bij uitspraak van dit gerecht van 8 februari 2023 (AUA202201742) heeft het gerecht bepaald dat verweerder binnen twee maanden alsnog een beslissing dient te nemen op het bezwaar van verzoeker en dat verweerder een dwangsom aan verzoeker verbeurt van Afl. 500,- voor elke dag dat hij in gebreke blijft om een beslissing te nemen op het bezwaar, met een maximum van Afl. 25.000,-.
1.9
Op 23 juni 2023 heeft verzoeker een derde verzoek op grond van artikel 53 van Pro de Lar ingediend.
Het wettelijk kader
2.1
Ingevolge artikel 51 van Pro de Lar neemt het bestuursorgaan zo spoedig mogelijk een nieuwe beslissing met inachtneming van de uitspraak van de rechter, indien de uitspraak strekt tot gehele of gedeeltelijke vernietiging van de beslissing, tenzij artikel 47, vierde lid, is toegepast.
2.2
Ingevolge artikel 53, eerste lid, van de Lar kan, indien het bestuursorgaan niet binnen de daarvoor gestelde termijn voldoet aan artikel 51, de wederpartij bij het gerecht een verzoek indienen tot toekenning van een vergoeding ten laste van het Land dan wel een verzoek om het bestuursorgaan te verplichten alsnog gevolg te geven aan de uitspraak. Ingevolge het tweede lid, voor zover thans van belang, kan bij de beslissing op dit verzoek worden bepaald dat het bestuursorgaan aan de wederpartij een dwangsom verbeurt voor iedere dag dat het in gebreke blijft aan de beslissing te voldoen.
De standpunten van partijen
3.1
Verzoeker betoogt dat verweerder voorbij is gegaan aan een rechterlijke uitspraak, en verzoekt om wederom een dwangsom van Afl. 500,- per dag op te leggen om verweerder ertoe te bewegen om gevolg te geven aan de uitspraak.
3.2
Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend, en is ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.
De beoordeling
4. Het gerecht overweegt dat bij het sluiten van het onderzoek niet is gebleken dat verweerder op het bezwaar van verzoeker heeft beslist. Aangenomen dient dan ook te worden dat verweerder nog steeds geen gevolg heeft gegeven aan de uitspraak van 31 mei 2021 (zie 1.4). De omstandigheid dat het gerecht reeds bij beslissingen van 26 januari 2022 en 8 februari 2023 (zie 1.6 en 1.8) op een verzoek in de zin van artikel 53 Lar Pro heeft beslist, en dat inmiddels de daarbij opgelegde dwangsom is volgelopen, brengt niet mee dat daarmee de verplichting tot nakoming van de uitspraak van 14 maart 2022 is komen te vervallen. Een herhaald verzoek om nakoming, mits binnen een redelijke termijn, is daarom mogelijk.
5. Het gerecht ziet aanleiding om verweerder wederom op te dragen om alsnog een beslissing op het bezwaar van verzoeker te nemen binnen een termijn van twee maanden na dagtekening van deze uitspraak, wederom onder het opleggen van een dwangsom.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen wettelijke grondslag.

BESLISSING

De rechter in dit gerecht:
- bepaalt dat verweerder binnen twee maanden na dagtekening van deze uitspraak alsnog een beslissing dient te nemen op het bezwaar van 21 april 2020 van verzoeker;
- bepaalt dat verweerder een dwangsom aan verzoeker verbeurt van Afl. 500,- voor elke dag dat hij in gebreke blijft om na bovengenoemde termijn van twee maanden een beslissing op bezwaar te nemen, met een maximum van Afl. 35.000,-.
Deze beslissing is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 maart 2024 in aanwezigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.