ECLI:NL:OGEAA:2024:82
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging fictieve afwijzing en oplegging termijn voor reële beslissing op bezwaar
Appellant verzocht op 23 juni 2022 om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn voor een openbaarmakingsverzoek op grond van de Landsverordening openbaarheid van bestuur (Lob). Na het uitblijven van een beslissing op dit verzoek maakte appellant bezwaar op 13 september 2022. Toen ook op het bezwaar geen beslissing volgde, stelde appellant op 19 december 2022 beroep in bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba.
Tijdens de zitting van 19 april 2023 verscheen appellant bij zijn gemachtigde en overhandigde een nieuwe machtiging. Verweerder reageerde op 17 mei 2023. Het gerecht constateerde dat ten tijde van het onderzoek geen reële beslissing op het bezwaar was genomen, terwijl verweerder daartoe verplicht was. Volgens artikel 23, tweede lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) wordt het uitblijven van een beslissing gelijkgesteld met een afwijzing, maar deze was niet gemotiveerd en kon daarom niet in stand blijven.
Het gerecht veroordeelde verweerder tot betaling van de kosten van het geding aan appellant en bepaalde dat verweerder binnen drie maanden na dagtekening van de uitspraak een reële beslissing moet nemen op het bezwaar. Tevens werd het door appellant betaalde griffierecht terugbetaald. Beide partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de fictieve afwijzing vernietigd en verweerder opgedragen binnen drie maanden een reële beslissing te nemen.