ECLI:NL:OGEAA:2024:86

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
7 februari 2024
Publicatiedatum
31 mei 2024
Zaaknummer
AUA202303572
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • N.K. Engelbrecht
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 LarArt. 9 LarArt. 23 LarArt. 32 LarArt. 47 Lar
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond: bezwaar tegen uitblijven beslissing erfpachtverzoek niet-ontvankelijk verklaard

Appellante, ARUCAR N.V., heeft een verzoek ingediend voor de uitgifte in erfpacht van drie terreinen te Sabana Blanco. Na het uitblijven van een beslissing op dit verzoek, maakte zij bezwaar. Ook op het bezwaar bleef een beslissing uit, waarna zij beroep instelde bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba.

Het gerecht overwoog dat de uitgifte van grond in erfpacht een rechtshandeling naar burgerlijk recht betreft en derhalve niet kwalificeert als een beschikking in de zin van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar). Hierdoor kon het uitblijven van een beslissing op het verzoek niet worden gelijkgesteld aan een afwijzende beschikking, en was het bezwaar niet ontvankelijk.

Het bezwaar was ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard door verweerder. Het gerecht vernietigde de fictieve afwijzing van het bezwaar en verklaarde het bezwaar alsnog niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en het betaalde griffierecht werd aan appellante terugbetaald.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de fictieve afwijzing van het bezwaar vernietigd en het bezwaar alsnog niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

Uitspraak van 7 februari 2024
Lar nr. AUA202303572

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:

De naamloze vennootschap ARUCAR N.V.,

gevestigd in Aruba,
APPELLANTE,
gemachtigden: de advocaten mrs. A.A. Ruiz en B.F.H. Croes,
gericht tegen:
De MINISTER VAN ALGEMENE ZAKEN, INNOVATIE, OVERHEIDSORGANISATIE, INFRASTRUCTUUR EN RUIMTELIJKE ORDENING,
zetelend in Aruba,
VERWEERDER,
niet verschenen.

PROCESVERLOOP

Bij brief van 11 januari 2023 heeft appellante een verzoek tot de uitgifte in erfpacht om haar een drietal terreinen (kadastrale nrs. M145/99, M146/98 en M54/10) te Sabana Blanco voor uitbreidingsdoeleinden, ingediend.
Tegen het uitblijven van een beslissing op het verzoek heeft appellante op 29 mei 2023 bezwaar gemaakt.
Tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar heeft appellante op 13 oktober 2023 beroep ingesteld bij dit gerecht.
Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend.
Uitspraak is bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

Het wettelijk kader

1.1
Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Lar wordt in deze landsverordening en de daarop berustende bepalingen verstaan onder beschikking: een op enig rechtsgevolg gericht schriftelijk besluit van een bestuursorgaan.
Ingevolge het tweede lid, aanhef en onder a, is van het begrip beschikking uitgezonderd: rechtshandelingen naar burgerlijk recht.
1.2
Ingevolge artikel 9, eerste lid, van de Lar kan degene die door een beschikking rechtstreeks in zijn belang is getroffen, het bestuursorgaan verzoeken de beschikking in heroverweging te nemen, tenzij deze op bezwaar is genomen.
1.3
Ingevolge artikel 23, eerste lid kan degene die rechtstreeks in zijn belang is getroffen door een op een bezwaarschrift genomen beslissing, daartegen beroep instellen bij het gerecht.
1.4
Ingevolge artikel 32, aanhef en onder c, van de Lar kan het gerecht onmiddellijk uitspraak doen indien de beslissing waartegen het beroep is gericht, kennelijk niet in stand kan blijven. Ingevolge artikel 32, onder e, van de Lar kan het gerecht onmiddellijk uitspraak doen indien het bestuursorgaan binnen de gestelde termijn geen verweerschrift heeft ingediend.
1.5
Ingevolge artikel 47, vierde lid, van de Lar kan de rechter zo nodig, zelf in de zaak voorzien.
1.6
Artikel 1, eerste lid aanhef en onder sub e van de Landsverordening uitgifte eigendommen (hierna: LUE) (AB 1989 no. GT 21) bepaalt, dat de uitgifte van grond in erfpacht geschiedt bij notariële akte.
De ontvankelijkheid
Ten aanzien van de ontvankelijkheid van het beroep
2.1
Het gerecht stelt voorop dat een beslissing op bezwaar, ook indien het bezwaar betrekking heeft op een rechtshandeling naar burgerlijk recht en het bezwaar om die reden niet-ontvankelijk is, naar haar aard gericht is op publiekrechtelijk rechtsgevolg. Door deze beslissing neemt immers de door de indiener op grond van de Lar geëntameerde bezwaarschriftprocedure een einde [1] . Ook het uitblijven van een beslissing op een dergelijk bezwaar binnen de voor het nemen daarvan gestelde termijn is derhalve op grond van artikel 23, tweede lid, van de Lar vatbaar voor beroep.
2.2
Het gerecht overweegt dat appellante tijdig in beroep is gekomen tegen het uitblijven van een beslissing op haar bezwaarschrift, zodat zij ontvankelijk is in haar beroep.
Ten aanzien van de ontvankelijkheid van het bezwaar
3.1
Het gerecht constateert dat het bezwaar van appellante betrekking heeft op haar verzoek van 24 mei 2019, zoals herhaald bij brief van 11 januari 2023 tot uitgifte van een stuk grond in erfpacht. Het uitgeven van domeingronden in erfpacht is een rechtshandeling naar burgerlijk recht. Een dergelijke rechtshandeling kan ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van de Lar niet worden aangemerkt als een beschikking. Hieruit vloeit voort dat het uitblijven van een beslissing op het verzoek van appellante evenmin kan worden aangemerkt als een beschikking: artikel 9, tweede lid, van de Lar bepaalt immers dat slechts het uitblijven van een beschikking wordt gelijkgesteld met een afwijzende beschikking.
3.4
In dit geval is dus geen sprake van een fictieve weigering waartegen appellante bezwaar kon maken. Gelet hierop heeft verweerder ten onrechte het bezwaar van appellante van 29 mei 2023 niet niet-ontvankelijk verklaard. In zoverre is het beroep gegrond.
3.5
Gelet hierop ziet het gerecht aanleiding om zelf in de zaak voorziend, het bezwaar alsnog niet-ontvankelijk te verklaren.
4. Voor een veroordeling in de proceskosten ziet het gerecht bij dit resultaat geen aanleiding.

BESLISSING

De rechter in dit gerecht:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de (fictieve) afwijzende beschikking op het bezwaar van 29 mei 2023;
- verklaart het bezwaar van appellante alsnog nietontvankelijk;
- gelast dat het door appellante gestorte griffierecht van Afl. 25,- aan haar wordt terugbetaald.
Deze beslissing is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op woensdag, 7 februari 2023, in aanwezigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na dagtekening van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (LAR-zaken).
Het hoger beroepschrift moet worden ingediend bij de griffie van dit Gerecht.
U wordt verzocht bij het indienen van het hoger beroepschrift het volgende in acht te nemen:
1. Leg bij het hoger beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het hoger beroepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,
b. de dag van ondertekening,
c. waartegen u in hoger beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Voor het instellen van hoger beroep is een griffierecht van Afl. 75 verschuldigd.

Voetnoten

1.Zie ook: Gemeenschappelijk Hof van Justitie van 28 mei 2012, ECLI:NL:OGHACMB:2012:BX7036.