ECLI:NL:OGEAA:2024:91

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
3 april 2024
Publicatiedatum
31 mei 2024
Zaaknummer
AUA202303984
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15 LarArt. 19 LarArt. 20 LarArt. 27 LarArt. 28 Lar
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroeg ingediend beroep op uitblijven beslissing bezwaar

Appellante diende op 17 juli 2023 een verblijfsvergunningsaanvraag in voor haar echtgenoot in het kader van gezinshereniging. Na het uitblijven van een beslissing op dit verzoek maakte zij op 10 oktober 2023 bezwaar. Omdat ook op het bezwaar niet werd beslist, stelde zij op 14 november 2023 beroep in bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba.

De Raad toetste het beroep aan de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar). Volgens artikel 15 Lar Pro moet het bestuursorgaan het bezwaarschrift binnen twee weken aan de bezwaaradviescommissie overleggen. De beroepstermijn vangt aan op de dag na de beslissing op bezwaar of, bij uitblijven daarvan, op de dag dat het bestuursorgaan in gebreke raakt. Hieruit volgde dat de beroepstermijn pas op 3 januari 2024 begon, terwijl het beroep al op 14 november 2023 was ingediend.

Gelet op artikel 28 Lar Pro werd het beroep daarom niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak bevat tevens instructies voor het indienen van een hoger beroep bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, inclusief de vereiste formaliteiten en griffierecht.

Deze beslissing werd uitgesproken door rechter A.J. Martijn op 3 april 2024 tijdens een openbare zitting, in aanwezigheid van de griffier.

Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat het te vroeg is ingediend vóór het verstrijken van de beroepstermijn.

Uitspraak

Uitspraak van 3 april 2024
Lar nr. AUA202303984
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:
[Appellante],
wonend in Aruba.
APPELLANTE,
procederend in persoon,
gericht tegen:
DE MINISTER VAN ARBEID, ENERGIE EN INTEGRATIE,
zetelend in Aruba,
VERWEERDER.

1.PROCESVERLOOP

Op 17 juli 2023 heeft appellante ten behoeve van haar echtgenoot in het kader van gezinshereniging een verblijfsvergunningsaanvraag ingediend.
Tegen het uitblijven van een beslissing op het verzoek heeft appellante op 10 oktober 2023 bezwaar gemaakt.
Tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar heeft appellante op 14 november 2023 beroep ingesteld bij dit gerecht.
Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend.
Uitspraak is bepaald op heden.

2.OVERWEGINGEN

1. Ingevolge artikel 15, aanhef en onder a, van de Lar stelt het bestuursorgaan het bezwaarschrift en de daarop betrekking hebbende stukken in handen van de bezwaaradviescommissie uiterlijk binnen twee weken na ontvangst van het bezwaarschrift.
Ingevolge artikel 19, eerste lid, van de Lar brengt de bezwaaradviescommissie het bestuursorgaan binnen vier weken, nadat zij het bezwaarschrift van het bestuursorgaan heeft ontvangen, advies uit.
Ingevolge artikel 20, eerste lid, van de Lar neemt het bestuursorgaan de beslissing op het bezwaarschrift binnen zes weken na de dagtekening van het advies of, indien het advies niet binnen de daarvoor gestelde termijn is ontvangen, binnen zes weken na het verstrijken van die termijn.
Ingevolgde artikel 27, eerste lid, van de Lar bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken en gaat deze in op de dag na die waarop de beslissing op het bezwaarschrift is gedagtekend.
Ingevolge artikel 27, tweede lid, van de Lar bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift wanneer het betrekking heeft op het uitblijven van een beslissing op het bezwaarschrift, acht weken en gaat hij in op de dag waarop het bestuursorgaan in gebreke raakt, tijdig op het bezwaarschrift te beslissen.
Ingevolge artikel 28, eerste lid, van de Lar wordt een beroepschrift nietontvankelijk verklaard indien het is ingediend voordat de termijn is ingegaan of nadat de termijn is verstreken.
2. Het bezwaarschrift is ingediend op 10 oktober 2023. Uit het hiervoor weergegeven wettelijk kader volgt dat de beroepstermijn is aangevangen op 3 januari 2024. Het beroepschrift van appellant is op 14 november 2023 en derhalve voor aanvang van die termijn ingediend.
3. Gelet hierop, en op artikel 28, eerste lid, van de Lar, is het beroep niet-ontvankelijk.
BESLISSING
De rechter in dit gerecht:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is gegeven door mr. A.J. Martijn, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op woensdag 3 april 2024, in aanwezigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na dagtekening van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (LAR-zaken).
Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij de griffie van dit Gerecht.
U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:
1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,
b. de dag van ondertekening,
c. waartegen u in hoger beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Voor het instellen van hoger beroep is een griffierecht van Afl. 75 verschuldigd.
het instellen van hoger beroep is een griffierecht van Afl. 75 verschuldigd.