ECLI:NL:OGEAA:2024:96

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
10 april 2024
Publicatiedatum
1 juni 2024
Zaaknummer
AUA202303135
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • N.K. Engelbrecht
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 Landsverordening PersoonsregistratiesArt. 47, vierde lid, Landsverordening administratieve rechtspraakArt. 51, eerste lid, Landsverordening administratieve rechtspraakArt. 53, eerste lid, Landsverordening administratieve rechtspraak
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot oplegging dwangsom wegens niet-naleving bestuursuitspraak afgewezen wegens ontbreken procesbelang

Verzoeker heeft op grond van artikel 53 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) een verzoek ingediend om verweerder te verplichten alsnog gevolg te geven aan een uitspraak van 15 maart 2023, waarin verweerder werd opgedragen binnen drie maanden een nieuwe beslissing te nemen op het bezwaar van verzoeker.

Verweerder heeft inmiddels voldaan aan de uitspraak door het verstrekken van het gevraagde overzicht van persoonsgegevens aan verzoekers gemachtigde. Hierdoor is het procesbelang van verzoeker komen te vervallen.

Het Gerecht verklaart het verzoek niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang en wijst een veroordeling in de proceskosten af. De uitspraak van 10 april 2024 is onherroepelijk.

Uitkomst: Verzoek tot oplegging dwangsom wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

Uitspraak van 10 april 2024
Lar nr. AUA202303135

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

UITSPRAAK
op het verzoek ex artikel 53 van Pro de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:

[Verzoeker],

wonende in Aruba,
VERZOEKER,
gemachtigde: drs. M.L. Hassell,
gericht tegen:

HET HOOFD DIENST BURGERLIJKE STAND EN BEVOLKINGSREGISTER,

zetelend in Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigden: mrs. J.M.A.M. Ponsioen en A. Els (DBSB).

PROCESVERLOOP

Bij brief van 21 augustus 2021 heeft verzoeker aan verweerder een verzoek gedaan op grond van artikel 4 van Pro de Landsverordening Persoonsregistraties.
Bij beschikking van 23 december 2021 heeft verweerder het door verzoeker verzochte afgewezen. Daartegen heeft verzoeker op 3 februari 2022 bezwaar gemaakt.
Bij beslissing van 14 juni 2022 heeft verweerder de beschikking van 23 december 2021 gehandhaafd.
Daartegen heeft verzoeker op 19 juli 2022, aangevuld op 1 september 2022, beroep bij het gerecht ingesteld.
Bij uitspraak van 15 maart 2023 (LAR AUA202202297) heeft dit gerecht de beslissing van 14 juni 2022 vernietigd en bepaald dat verweerder binnen een termijn van drie maanden na dagtekening van deze uitspraak een nieuwe beslissing dient te nemen op het bezwaar van verzoeker.
Bij uitspraak van 16 februari 2024 (AUA2023H00063) is voornoemde uitspraak in beroep bevestigd.
Op 7 september 2023 heeft verzoeker onderhavig verzoek op grond van artikel 53 van Pro de Lar ingediend.
Verweerder heeft op 26 oktober 2023 verweerschrift ingediend.
Het gerecht heeft het verzoek ter zitting behandeld op 28 februari 2024. Verzoeker is verschenen bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.
De uitspraak is bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

1.1
Ingevolge artikel 51, eerste lid, van de Lar, neemt het bestuursorgaan, indien de uitspraak strekt tot gehele of gedeeltelijke vernietiging van de beslissing, zo spoedig mogelijk een nieuwe beslissing met inachtneming van de uitspraak van de rechter, tenzij artikel 47, vierde lid, is toegepast.
1.2
Ingevolge artikel 53, eerste lid, van de Lar kan, indien het bestuursorgaan niet binnen de daarvoor gestelde termijn voldoet aan artikel 51, de wederpartij bij het Gerecht een verzoek indienen tot toekenning van een vergoeding ten laste van het Land dan wel een verzoek om het bestuursorgaan te verplichten alsnog gevolg te geven aan de uitspraak. Ingevolge het tweede kan bij de beslissing op dit verzoek worden bepaald dat het bestuursorgaan aan de wederpartij een dwangsom verbeurt voor iedere dag dat het in gebreke blijft aan de beslissing te voldoen.
2. Het verzoek strekt ertoe om verweerder, ingevolge het bepaalde in artikel 53 van Pro de Lar, door middel van het opleggen van een dwangsom van Afl. 500,- voor elke dag dat hij in gebreke blijft te voldoen aan die uitspraak, te verplichten gevolg te geven aan de uitspraak van 15 maart 2023.
3.1
Bij uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 16 februari 2024, in het beroep tegen de uitspraak van 15 maart 2023, heeft het Hof overwogen dat verweerder aan verzoeker schriftelijk een volledig overzicht dient te verstrekken van hem betreffende persoonsgegevens in het Bevolkingsregister met inlichtingen over de herkomst van die gegevens.
Verweerder heeft ter zitting van 28 februari 2024 bedoeld overzicht aan de gemachtigde van verzoeker verstrekt, en daarmee dan ook voldaan aan voornoemde uitspraak. Dit betekent dat het procesbelang van verzoeker bij onderhavig verzoek is komen te ontvallen.
3.2
Verzoeker zal gelet op het bovenstaande niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn verzoek, wegens het in deze ontbreken van procesbelang.
4. Voor veroordeling van verweerder in de kosten van de procedure dan wel teruggave van het griffierecht bestaat geen grondslag.

BESLISSING

De rechter in dit gerecht:
- verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 april 2024 in aanwezigheid van de griffier, mr. A. de Cuba.
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.