Appellant verzocht herhaaldelijk om vergunningen voor het telen van cannabis, productie van medicinale cannabis supplementen en import van CBD-producten. Na meerdere verzoeken en bezwaarprocedures werd op 20 maart 2023 een beschikking afgegeven waarin de vergunningen werden afgewezen of voorwaardelijk afgewezen. Appellant stelde geen bezwaar in tegen deze beschikking, waardoor deze formele rechtskracht kreeg.
Na het uitblijven van een beslissing op een herzieningsverzoek van 2 augustus 2023, maakte appellant bezwaar en stelde beroep in tegen de fictieve afwijzing daarvan. Verweerder stelde dat het verzoek tot heroverweging een verkapt bezwaar was tegen de beschikking van 20 maart 2023 en dat deze formele rechtskracht had. Op 3 juni 2024 nam verweerder een beslissing op het bezwaar, waardoor het procesbelang van appellant in deze procedure verviel.
Het gerecht overwoog dat appellant vrij staat een verzoek in te dienen om terug te komen op een onaantastbare beschikking, maar dat dit niet betekent dat het bestuursorgaan verplicht is dit inhoudelijk te heroverwegen zonder nieuwe feiten of omstandigheden. Het beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.