Een politieambtenaar die tevens lid van de Staten was, werd door de gouverneur ontslagen wegens plichtsverzuim en ongeschiktheid. De ambtenaar werd veroordeeld voor verduistering en valsheid in geschrifte, maar de gedragingen vonden plaats tijdens zijn periode als politiek ambtsdrager, waarin hij op non-actief stond.
De rechtbank oordeelt dat de Staatsregeling Aruba de combinatie van politiek ambtsdrager en actief dienend ambtenaar verbiedt, waardoor de ambtenaar tijdens zijn politieke functie volledig op non-activiteit stond. Gedragingen in die periode kunnen niet als plichtsverzuim worden aangemerkt, omdat er geen hiërarchische verhouding bestaat tussen politieke ambtsdrager en bevoegd gezag.
Ook de subsidiaire ontslaggrond wegens ongeschiktheid wordt verworpen, omdat de ambtenaar ruim 18 jaar naar behoren heeft gewerkt, niet is aangesproken op disfunctioneren en het strafvonnis nog niet onherroepelijk is. Het bezwaar tegen het ontslag wordt gegrond verklaard en het ontslagbesluit vernietigd.