ECLI:NL:OGEAA:2025:136

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
21 mei 2025
Publicatiedatum
12 juni 2025
Zaaknummer
AUA202304019
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdeling nalatenschappen en waardering onroerende zaken tussen gezamenlijke erfgenamen

In deze zaak vorderen twee erfgenamen, [Eiseres] en [Eiser], de benoeming van een taxateur voor waardering van onroerende zaken behorende tot de nalatenschappen van hun overleden ouders, de verdeling van de nalatenschappen, en verantwoording over opgenomen gelden van bankrekeningen. De nalatenschappen betreffen onroerende zaken en bankrekeningen die nog niet verdeeld zijn onder de vier kinderen, die ieder een gelijk aandeel van 1/4e hebben.

De tegenpartij, [Gedaagde 1] en [Gedaagde 2], verzet zich tegen de vorderingen. Het Gerecht constateert dat partijen gezamenlijk erfgenamen zijn en de nalatenschappen zuiver hebben aanvaard, waardoor verdeling mogelijk is. Het Gerecht acht nadere informatie noodzakelijk over de omvang van de nalatenschappen en het beheer van de bankrekeningen en bepaalt daarom een comparitie.

Tijdens deze comparitie kunnen partijen hun standpunten toelichten en bewijsstukken overleggen. Het Gerecht waarschuwt dat het niet verschijnen gevolgen kan hebben voor de beoordeling. De uitspraak wordt aangehouden totdat deze comparitie heeft plaatsgevonden, die gepland staat op 15 juli 2025.

Uitkomst: De beslissing wordt aangehouden en een comparitie gelast voor nadere informatie over de nalatenschappen en bankrekeningen.

Uitspraak

Vonnis van 21 mei 2025
Behorend bij A.R. no. AUA202304019
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:

1.[Eiseres],

2.
[Eiser],
beiden wonende te Aruba,
eisers,
hierna ook te noemen: respectievelijk [eiseres] en [eiser],
gemachtigde: de advocaat mr. N.S. Gravenstijn,
tegen:

1.[Gedaagde 1],

wonende te Aruba,
hierna ook te noemen: [gedaagde 1],
gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Croes,
2.
[Gedaagde 2],
wonende te Aruba,
hierna ook te noemen: [gedaagde 2],
procederend in persoon,
gedaagden.

1.DE PROCEDURE

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit het tussenvonnis in deze zaak van 8 mei 2024 en de daarin genoemde stukken.
1.2
Bij voormeld vonnis zijn eisers in de gelegenheid gesteld een verklaring van erfrecht te overleggen. Bij akte van 19 februari 2025 is de verzochte verklaring van erfrecht overgelegd.
1.3
Vervolgens is vonnis bepaald.

2.DE FEITEN

2.1 [
Eiser], geboren in Aruba op [geboortedatum] 1932 (hierna: de vader) was in gemeenschap van goederen gehuwd met [vrouw van eiser], geboren in Aruba op [geboortedatum] 1930. Uit hun huwelijk zijn vier kinderen geboren: [Eiseres], [eiser], [gedaagde 1] en [gedaagde 2].
2.2
De vader is op 25 mei 2016 in Aruba overleden. De moeder is op 18 september 2019 in Aruba overleden. Beiden hebben niet bij uiterste wil over hun nalatenschap beschikt.
2.3
Blijkens de verklaring van erfrecht zijn [eiseres], [eiser], [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ieder voor 1/4e deel tot de nalatenschappen gerechtigd.
2.4
De nalatenschappen zijn nog niet verdeeld.

3.DE VORDERING

3.1 [
Eiseres] en [eiser] vorderen dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
1. een taxateur wordt benoemd om de tot de nalatenschappen behorende onroerende zaken te waarderen;
2. de nalatenschappen worden verdeeld op de door hen voorgestelde wijze, waarbij de onroerende zaken met de daarop rustende hypothecaire geldleningen primair worden toegedeeld aan [gedaagde 1] en [gedaagde 2] onder de verplichting om wegens overbedeling te vergoeden, subsidiair worden verkocht en de opbrengst onder de erven wordt verdeeld;
3. een onzijdige persoon te benoemen die [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zal vertegenwoordigen indien zij aan dit vonnis weigeren te voldoen;
4. met bepaling dat de voor de toedeling of verkoop van de onroerende zaken op te maken notariële akten rechtsgeldig in de daartoe bestemde registers kunnen worden ingeschreven;
5. [ Gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden veroordeeld rekening en verantwoording af te leggen over de op 17 september 2019 en 18 mei 2016 door [gedaagde 1] opgenomen gelden en tot betaling aan [eiseres] en [eiser] van hun aandeel in deze gelden;
6. met veroordeling van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in de kosten van het geding.
3.2 [
Eiseres] en [eiser] leggen aan hun vordering ten grondslag dat tot de nalatenschappen van de vader en de moeder een tweetal percelen en de saldi van twee bankrekeningen behoren, dat rekening en verantwoording moet worden afgelegd dover de van de bankrekeningen opgenomen gelden en dat de nalatenschappen, nu partijen daar onderling geen overeenstemming over kunnen bereiken, moeten worden verdeeld.
3.3 [
Gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben ieder voor zich verweer gevoerd en geconcludeerd tot afwijzing van het gevorderde.
3.4
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover voor de beslissing van belang, ingegaan.

4.BEOORDELING

4.1
Partijen zijn gezamenlijk erfgenamen van de vader en de moeder. Uit de overgelegde verklaring van erfrecht begrijpt het Gerecht dat partijen de nalatenschappen zuiver hebben aanvaard. De nalatenschappen kunnen derhalve worden verdeeld, waarbij aan ieder van partijen 1/4e deel toekomt.
4.2
Het Gerecht ziet in hetgeen partijen hebben aangevoerd aanleiding om een comparitie van partijen te bepalen teneinde nader te worden geïnformeerd over de omvang van de nalatenschappen (meer specifiek over de vraag of de onroerende zaken wel of niet tot de nalatenschappen behoren) en over de gang van zaken met betrekking tot (het beheer over) de bankrekeningen van de vader en de moeder.
4.3
Het Gerecht wijst partijen erop dat het uit een niet verschijnen van een partij ter comparitie de gevolgtrekkingen – ook in het nadeel van die partij – kan maken die het geraden zal achten.
4.4
De partij die zich gedurende de comparitie op schriftelijke (bewijs)stukken wil beroepen, dient die stukken tijdig - dat wil zeggen uiterlijk op de derde werkdag voor de dag van de zitting - in fotokopie aan zijn wederpartij en aan het Gerecht over te leggen.
4.5
Voor de comparitie wordt in beginsel één uur uitgetrokken. Partijen kunnen hun zaak ter comparitie vijf minuten bepleiten. Als een partij de vastgestelde spreektijd overschrijdt, kan de rechter haar het woord ontnemen.
4.6
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5.DE UITSPRAAK

De rechter in dit Gerecht:
5.1
gelast een verschijning van partijen voor het geven van inlichtingen en/of ter beproeving van een minnelijke regeling op de terechtzitting van mr. T.A.M. Tijhuis, rechter, op
dinsdag 15 juli 2025 om 13:30 uurin zaal A van het in Aruba te [adres] gelegen gerechtsgebouw;
5.2
bepaalt dat partijen dan aanwezig dienen te zijn, desgewenst met gemachtigden;
5.3
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.A.M. Tijhuis, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 21 mei 2025 in aanwezigheid van de griffier.