ECLI:NL:OGEAA:2025:161

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
28 mei 2025
Publicatiedatum
19 juni 2025
Zaaknummer
AUA202500563 AR
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Deels toewijzing vordering wegens overschrijding maximaal toegestane rente bij leningsovereenkomst

Island Finance Aruba N.V. vordert betaling van openstaande leningrente van gedaagde, die niet is verschenen en verstek is verleend. De leningsovereenkomst dateert van 26 mei 2023, na een eerdere uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie die een maximale rente inclusief kosten (APR) van 27% vaststelde. Island Finance bracht echter een effectieve rente van 32,08% in rekening.

Het Gerecht stelt vast dat de overeenkomst deels nietig is wegens strijd met goede zeden en openbare orde, omdat de overeengekomen rente het maximum overschrijdt. Ondanks het verstek wordt de vordering slechts deels toegewezen, waarbij de rente wordt gematigd tot 27% per jaar vanaf 30 september 2024, met een maximum aan te betalen rente.

De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen omdat niet is gebleken dat Island Finance rekening hield met de onrechtmatige rente bij haar incassowerkzaamheden. Ook eventuele boeterente in aanmaningsbrieven wordt niet als incassokosten erkend.

Het vonnis veroordeelt gedaagde tot betaling van een hoofdsom van Afl. 21.113,01 vermeerderd met gematigde rente en de proceskosten, en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Vordering deels toegewezen met rente gematigd tot 27% en incassokosten afgewezen.

Uitspraak

Vonnis van 28 mei 2025
Behorend bij AUA202500563 AR

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS
in de zaak van:

de naamloze vennootschap ISLAND FINANCE ARUBA N.V. te Aruba,

eiseres
,gemachtigde: de advocaat mr. M.E.D. Brown,
tegen:

[Gedaagde], [adres] te Aruba,

gedaagde, niet verschenen.
Tegen behoorlijk opgeroepen maar niet verschenen gedaagde is verstek verleend.
De vordering van eiseres komt – met inachtneming van het navolgende – het Gerecht niet onrechtmatig of ongegrond voor en wordt daarom deels toegewezen.
Het Gerecht stelt vast dat de leningsovereenkomst dateert van 26 mei 2023, dus ruim na de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (hierna: Hof) van 21 april 2020 (ECLI:NL:OGHACMB:2020:84), in welke zaak eiseres eveneens de eisende partij was. In die uitspraak heeft het Hof bepaald dat het maximaal toegestane rentepercentage inclusief kosten (de APR) 27% bedraagt. Niettemin heeft eiseres een effectieve rente bedongen van 32,08%. Gelet daarop stelt het Gerecht vast dat eiseres – kennelijk welbewust – een overeenkomst heeft gesloten die deels nietig is wegens strijd met de Arubaanse goede zeden en openbare orde. Van een financiële instelling met de grootte van eiseres zou anders mogen worden verwacht.
In het verzoekschrift heeft eiseres haar vordering berekend aan de hand van het maximaal toegestane rentepercentage. Dat neemt niet weg dat gedaagde – als hij aan zijn contractuele verplichtingen zou hebben voldaan – méér rente zou hebben betaald dan het maximaal toelaatbare. Het is het Gerecht ambtshalve bekend dat dit niet alleen bij gedaagde het geval is, maar bij veel meer personen die na 21 april 2020 een lening hebben afgesloten bij eiseres. Voor al diegenen geldt dat zij niet méér rente hoeven te betalen dan de maximaal toegestane APR van 27%, ook wanneer zij niet in rechte worden betrokken. In dit percentage zitten inbegrepen de rente over de lening en de vergoedingen die over die lening moeten worden betaald.
Eiseres vordert ook vergoeding van buitengerechtelijke kosten. Dit gedeelte van de vordering wordt afgewezen. Gesteld noch gebleken is dat eiseres bij haar incassowerkzaamheden rekening heeft gehouden met het feit dat zij van gedaagde een hoger rentepercentage had bedongen dan was toegestaan. Daardoor kan niet worden vastgesteld dat eiseres incassowerkzaamheden heeft verricht die voor vergoeding in aanmerking komen. Ook als eiseres het maximaal toelaatbare rentepercentage heeft bedongen, maar in haar aanmaningsbrief of -brieven ook boeterente in rekening heeft gebracht, is geen sprake van incassowerkzaamheden die voor vergoeding in aanmerking komen.

RECHT DOENDE BIJ VERSTEK:

- veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen Afl. 21.113,01, te vermeerderen met de gematigde rente van 27% per jaar vanaf 30 september 2024, waarbij na iedere betaling na 30 september 2024 telkens nog rente verschuldigd is over de dan nog resterende hoofdsom en tot een maximum van Afl. 14.802,24 en na het bereiken van dit maximum te vermeerderen met de wettelijke rente tot de dag der algehele voldoening;
- veroordeelt gedaagde in de kosten van deze procedure van eiseres [1] , tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 940,- aan verschotten, Afl. 750,- aan griffierechten en
Afl. 1.000,- aan gemachtigdensalaris [2] , te vermeerderen met (1) Afl. 250,- aan nakosten gemachtigdensalaris en (2) met Afl. 150,- in geval van betekening van dit vonnis aan gedaagde, indien en voor zover hij na aanschrijving veertien kalenderdagen de tijd heeft gehad om vrijwillig aan dit vonnis te voldoen;
-
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
-
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Brandt, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 28 mei 2025 in aanwezigheid van de griffier.

Voetnoten

1.Waaronder begrepen die van het ten laste van gedaagde gelegde conservatoire beslag.
2.Vanwege de eenvoudige aard van de zaak is op grond van artikel 136 Procesreglement Pro van het liquidatietarief afgeweken.