Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:OGEAA:2025:234

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
17 juli 2025
Publicatiedatum
22 augustus 2025
Zaaknummer
46 van 2025
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 43 Sv Aruba
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek strafvorderlijk kort geding tot informatie en vervolgingsbeslissing

Op 15 juli 2025 diende verzoeker een verzoek in op grond van artikel 43 Sv Pro Aruba, met het doel het Openbaar Ministerie te dwingen hem in detail te informeren over de aard en oorzaak van de beschuldigingen tegen hem en om binnen een bepaalde termijn een vervolgingsbeslissing te nemen.

Het Gerecht overwoog dat het Openbaar Ministerie reeds had voldaan aan de eerdere beschikking van 25 juni 2025 door verzoeker te informeren over zijn status als verdachte en de relevante strafbare feiten. Ten aanzien van het verzoek om een spoedige vervolgingsbeslissing oordeelde het Gerecht dat dit prematuur was, aangezien de aangifte pas op 23 mei 2025 was gedaan en geen wettelijke verplichting bestaat om binnen de gevraagde termijn een beslissing te nemen.

Het Gerecht concludeerde dat er geen redelijke grond was voor de gevraagde voorzieningen en wees het verzoek zonder nader onderzoek af. De beschikking werd gegeven door rechter E.A. Lensink op 17 juli 2025.

Uitkomst: Het verzoek tot informatie en tot het nemen van een vervolgingsbeslissing wordt afgewezen.

Uitspraak

Zaaknummer: 46 van 2025
Datum beschikking: 17 juli 2025
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING IN STRAFVORDERLIJK KORT GEDING
gegeven op het verzoek op grond van artikel 43 van Pro het Wetboek van Strafvordering van Aruba (Sv) van:
[Verzoeker],
te [woonplaats],
hierna ook te noemen: verzoeker,
gemachtigden: de raadslieden mr. D.G. Croes en D.L. Emerencia,
tegen:
het Openbaar Ministerie van het Land Aruba,
zetelende in Aruba.

1.DE PROCEDURE

1.1.
Op 15 juli 2025 is namens verzoeker bij het Gerecht een verzoek op grond van
artikel 43 Sv Pro ingediend. Dit verzoek strekt ertoe het openbaar ministerie te gebieden:
1. verzoeker in detail te informeren over de aard en oorzaak van de beschuldigingen tegen hem, inclusief de concrete beschuldigingen waarop het vermeende strafbare handelen is gebaseerd;
2) niet later dan 15 augustus 2025, dan wel binnen een in goede justitie te bepalen termijn, ten aanzien van verzoeker een vervolgingsbeslissing te nemen.
1.2.
De beschikking is bepaald op heden.

2.BEOORDELING

2.1.
Ingevolge artikel 43 lid 1 Sv Pro kan in alle gevallen waarin het belang van een goede strafrechtsbedeling een voorziening dringend noodzakelijk maakt en daaromtrent in geen wettelijke regeling is voorzien, een verzoek om zodanige voorziening in een strafvorderlijk kortgeding worden gedaan door de verdachte of degene die daarbij een rechtstreeks hem bepaaldelijk aangaand belang heeft. Ingevolge het vierde lid wijst de rechter, indien hij aanstonds van oordeel is dat elke redelijke grond aan het verzoek of de vordering ontbreekt, zonder nader onderzoek en met eenvoudige redengeving de gevraagde voorziening af. In dit kader overweegt het Gerecht het volgende.
Ten aanzien van het verzoek onder 1)
2.2.
Aan dit verzoek is ten grondslag gelegd dat het openbaar ministerie niet heeft voldaan aan de beschikking van het Gerecht d.d. 25 juni 2025, erop neerkomende dat aan verzoeker diende te worden medegedeeld of hij verdachte is in een lopend onderzoek en (zo ja:) op welk(e) strafba(a)r(e) feit(en) de verdenking in dat onderzoek vooralsnog betrekking heeft, waarbij een artikelaanduiding en/of kwalificatie van dit/deze feiten zou volstaan. Uit de door verzoeker overgelegde brief van het openbaar ministerie van
25 juni 2025 (productie 8 bij het verzoek) is de rechter evenwel aanstonds gebleken dat het openbaar ministerie hieraan heeft voldaan.
Ten aanzien van het verzoek onder 2)
2.3.
Volgens de stellingen van verzoeker is er eerst op 23 mei 2025 aangifte tegen hem gedaan. Reeds gelet hierop valt aanstonds al niet in te zien op grond waarvan het openbaar ministerie nu al kan worden verplicht om binnen een door het Gerecht te bepalen termijn een vervolgingsbeslissing te nemen. Geen rechtsregel dwingt tot die conclusie en die is ook niet aangevoerd. De in het verzoek opgenomen feiten en omstandigheden bevatten geen aanknopingspunten voor een ander oordeel.
Het verzoek is prematuur. Verzoeker dient voor nu de beslissingen van het openbaar ministerie af te wachten.
Conclusie
2.4.
Gelet op het voorgaande is de rechter aanstonds van oordeel dat elke redelijke grond aan de verzoeken van [verzoeker] ontbreekt. Gelet hierop zal de rechter daarop zonder nader onderzoek beslissen.

3.DE BESLISSING

Het Gerecht wijst de verzoeken af.
Deze beschikking is gegeven in raadkamer op 17 juli 2025 door mr. E.A. Lensink, rechter in dit Gerecht, in aanwezigheid van de griffier, mr. A.B. Bennett.