ECLI:NL:OGEAA:2025:241
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verdeling ontbonden huwelijksgoederengemeenschap na echtscheiding in Aruba
Partijen zijn in 1992 gehuwd in gemeenschap van goederen en in 2009 gescheiden, waarbij de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap nog niet had plaatsgevonden. De man vorderde de scheiding en deling van de gemeenschap, benoeming van een makelaar en boedelnotaris, en een onzijdige vertegenwoordiger. De vrouw voerde verweer tegen de voorgestelde verdeling.
Het Gerecht stelde vast dat partijen niet tot overeenstemming waren gekomen en bepaalde op grond van artikel 3:185 lid 1 BW Pro de verdeling. De gemeenschap omvatte onder meer twee onroerende zaken, pensioenrechten, een motor en inboedel. De echtelijke woning en een andere onroerende zaak worden verkocht, waarbij de verkoopopbrengsten gelijkelijk worden verdeeld. Huurinkomsten werden verdeeld op basis van ontvangen bedragen en perioden, met verrekening tussen partijen.
De motor werd aan de vrouw toegewezen met een vergoeding wegens overbedeling aan de man. Het onverdeelde aandeel in een onroerende zaak werd aan de vrouw toegekend onder verplichting tot betaling wegens overbedeling. Pensioenrechten worden gelijk verdeeld. Verzoeken tot benoeming van notaris, onzijdige vertegenwoordiger, gebruiks- en beheervergoeding werden afgewezen. Proceskosten worden door partijen zelf gedragen.
Uitkomst: Het Gerecht bepaalt de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap met verkoop van onroerende zaken en verrekening van huurinkomsten en overbedeling, waarbij proceskosten door partijen zelf worden gedragen.