De zaak betreft een geschil over de hoofdverblijfplaats van een minderjarige die door haar grootmoeder (oma) zonder toestemming van de moeder naar Nederland is meegenomen. De moeder, die de minderjarige jarenlang heeft verzorgd, vordert de onmiddellijke terugkeer van het kind naar Aruba en het respecteren van haar blokkaderecht volgens artikel 1:336a BW.
De oma betwist de vordering en stelt dat zij nog steeds voogd is en handelde in het belang van het kind vanwege vermeende slechte verzorging in Aruba. Het Gerecht stelt vast dat de Arubaanse rechter bevoegd is omdat Aruba de gewone verblijfplaats van het kind is. Hoewel de oma formeel voogd is, is het blokkaderecht van de moeder van toepassing omdat de moeder het kind langdurig heeft verzorgd.
Het Gerecht oordeelt dat de oma onrechtmatig heeft gehandeld door het kind zonder toestemming mee te nemen en beveelt de terugkeer naar Aruba. De hoofdverblijfplaats wordt voorlopig bij de moeder vastgesteld. Partijen dragen hun eigen proceskosten. Het vonnis benadrukt het belang van zorgvuldige voorbereiding van de terugkeer en samenwerking met de Raad voor de Kinderbescherming en Voogdijraad.