In deze zaak heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba op 28 oktober 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen [verzoeker] en de vennootschap PAN-AMERICAN LIFE INSURANCE COMPANY OF ARUBA V.B.A. (hierna: Palig). [Verzoeker] had een agentuurovereenkomst met Palig, die op 5 april 2024 door Palig met onmiddellijke ingang werd beëindigd wegens onvoldoende prestaties. [Verzoeker] heeft hiertegen verweer gevoerd en verzocht om schadevergoeding, stellende dat de beëindiging kennelijk onredelijk was en dat Palig de wettelijke opzegtermijn niet in acht had genomen.
Tijdens de mondelinge behandeling op 17 juni 2025 hebben beide partijen hun standpunten toegelicht. Het Gerecht heeft vastgesteld dat de agentuurovereenkomst kwalificeert als een duurovereenkomst en dat de onmiddellijke opzegging niet rechtsgeldig was. Het Gerecht heeft geoordeeld dat Palig tekortgeschoten is in haar verplichting om de overeenkomst op zorgvuldige wijze te beëindigen, en heeft een schadevergoeding toegewezen aan [verzoeker] voor de periode van 5 april 2024 tot 5 juli 2024. De hoogte van de schadevergoeding is vastgesteld op Afl. 1.712,32, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 31 juli 2024.
De beslissing van het Gerecht houdt in dat [verzoeker] verlof tot kosteloos procederen is verleend, dat Palig is veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding, en dat de proceskosten zijn gecompenseerd. Het meer of anders gevorderde is afgewezen.