ECLI:NL:OGEAA:2025:338

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
5 november 2025
Publicatiedatum
19 november 2025
Zaaknummer
AUA202204144
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:300 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering tot afgifte legaat en toedeling woning in nalatenschap

Eiseres heeft een verzoekschrift ingediend tot afgifte van een legaat en toedeling van het overige aandeel in een woning die deel uitmaakt van de nalatenschappen van haar ouders, erflater en erflaatster. De nalatenschappen zijn nog niet afgewikkeld en het legaat was nog niet aan eiseres afgegeven.

Na verstekverlening tegen meerdere gedaagden en zuivering van verstek door enkele erfgenamen, stemden deze laatste in met de vordering van eiseres. De overige erfgenamen verschenen niet en er werd opnieuw verstek verleend.

Het gerecht oordeelt dat het legaat van 9/16e deel van de woning aan eiseres moet worden afgegeven, vrij van inbreng maar onder de verplichting de kosten van afgifte te dragen. Het overige 7/16e deel wordt aan eiseres toegedeeld onder betaling van Afl. 112.765,63 aan de nalatenschap, gebaseerd op een onbetwiste taxatiewaarde van Afl. 257.750,-.

De kosten voor afgifte van het legaat, waaronder taxatie- en advocaatkosten, komen voor rekening van eiseres. Verzoek tot vergoeding van andere kosten wordt afgewezen. Gedaagden worden veroordeeld tot medewerking aan afgifte en levering, met dit vonnis als vervangende titel bij weigering.

Het vonnis compenseert de proceskosten, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: Vordering tot afgifte legaat en toedeling woning aan eiseres wordt toegewezen onder betaling en medewerking van gedaagden.

Uitspraak

Vonnis van 5 november 2025
Behorend bij AUA202204144 AR
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
[Eiseres]te Aruba,
eiseres, hierna te noemen: [eiseres], gemachtigde: de advocaat mr. E.M.J. Cafarzuza,
tegen:

1.[Gedaagde 1], te ’s-Hertogenbosch (Nederland),

gedaagde, hierna te noemen: [gedaagde 1], procederende in persoon,
2.
[Gedaagde 2], te Eindhoven (Nederland),
gedaagde
,hierna te noemen: [gedaagde 2], procederende in persoon,
3.
[Gedaagde 3], te Londen (Verenigd Koninkrijk),
gedaagde
,hierna te noemen: [gedaagde 3], procederende in persoon,
4.
[Gedaagde 4], zonder bekende woon- of verblijfplaats,
gedaagde, niet verschenen,
5.
[Gedaagde 5], te Nederland,
gedaagde, niet verschenen,
6.
[Gedaagde 6], zonder bekende woon- of verblijfplaats,
gedaagde, niet verschenen,
7.
[Gedaagde 7], zonder bekende woon- of verblijfplaats,
gedaagde, niet verschenen,
8.
[Gedaagde 8], te Aruba,
gedaagde, niet verschenen,
9.
[Gedaagde 9], te Aruba,
gedaagde, niet verschenen,
10.
[Gedaagde 10], zonder bekende woon- of verblijfplaats,
gedaagde, niet verschenen,
11.
DE OVERIGE ERFGENAMEN VAN WIJLEN [erflater] EN [erflaatster], met een onbekende woon- of verblijfplaats,
gedaagden, hierna te noemen: de overige erfgenamen, niet verschenen.

1.DE PROCEDURE

1.1 [
[Eiseres] heeft op 17 november 2022 een verzoekschrift ingediend.
1.2
Op de rolzitting van 12 april 2023 is verstek verleend tegen de gedaagden [gedaagde 10], [gedaagde 1], [gedaagde 2], [gedaagde 3], [gedaagde 4]. [Gedaagde 5], [gedaagde 6], [gedaagde 7], [gedaagde 8] en [gedaagde 9].
1.3
Op 22 januari 2025 hebben [gedaagde 1], [gedaagde 2] en [gedaagde 3] het tegen hen verleende verstek gezuiverd en hebben zij een conclusie van antwoord ingediend. Daarin hebben zij geschreven dat zij instemmen met de vordering van [eiseres].
1.4
Op de rolzitting van 22 januari 2025 is bepaald dat de overige erfgenamen opnieuw moeten worden opgeroepen om te verschijnen op de rolzitting van 27 augustus 2025.
1.5
Op de rolzitting van 27 augustus 2025 is ook verstek verleend tegen de overige erfgenamen.
1.6
De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.

2.DE FEITEN

2.1
Verzoekster is geboren uit het huwelijk van [erflater] (erflater, overleden op 25 september 1984) en [erflaatster] (erflaatster, overleden op 24 april 2012).
2.2
Erflater heeft niet over zijn nalatenschap beschikt. Erflaatster heeft op 14 maart 2008 een testament opgemaakt. In dit testament heeft erflaatster (voor zover van belang) het volgende laten opnemen:
“2. Ik legateer aan mijn dochter, mevrouw [eiseres] (…) mijn woonhuis (casu quo mijn aandeel daarin), [adres], af te geven op haar kosten, zes maanden na mijn overlijden af te geven bij akte afgifte legaat. Boven gemaakte legaat aan mijn dochter is omdat zij alles voor mij doet, mij de laatste jaren heeft verzorgd en tevens mijn enig kind dat in Aruba woont, weshalve ik door aldus te beschikken voldoe op een mij rustende dringende morele verplichting om in haar onderhoud zoveel mogelijk te voorzien. Indien een mijner legitimarissen zich verzet tegen dit legaat en weigert of nalaat mee te werken aan de afgifte van dit legaat, dan zal deze uit mijn nalatenschap niet meer ontvangen dan zijn legitieme portie na aftrek van wat hij/zij al bij leven heeft ontvangen.
3. Onder de last van voormelde legaat benoem ik tot enige erfgenamen mijner gehele nalatenschap mijn kinderen, tezamen en voor gelijke delen. Als een van mijn benoemde erfgenamen en/of legataris vóór of tegelijk met mij is overleden, zullen de afstammelingen van die overleden erfgenaam in diens plaats mijn erfgenamen zijn, zoals de wet dat regelt bij plaatsvervulling; dus plaatsvervulling zal gaan vóór de aanwas.
2.3
Volgens een verklaring van erfrecht van mr. J.R. Croes van 18 december 1984 heeft erflater als zijn erfgenamen achtergelaten erflaatster en zijn kinderen [zoon 1], [gedaagde 1], [gedaagde 2], [gedaagde 3], [zoon 2], [eiseres] en [zoon 3], ieder voor 1/8e deel.
2.5
Volgens een verklaring van erfrecht van mr. H.M. Rodriguez-Taekema van 10 december 2014 heeft erflaatster als haar erfgenamen achtergelaten [gedaagde 1], [gedaagde 2], [gedaagde 3], [eiseres] en [gedaagde 5] (de dochter van [zoon 2]), ieder voor 1/6e deel, en [gedaagde 8] en [gedaagde 9] (de kinderen van [zoon 3]), ieder voor 1/12e deel.
2.6
De nalatenschappen van erflater en erflaatster zijn tot op heden niet afgewikkeld en het legaat is nog niet aan [eiseres] afgegeven.
2.7
Tot de nalatenschappen behoort (volgens het verzoekschrift) uitsluitend het woonhuis aan de [woonplaats].

2.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

2.7 [
[Eiseres] vordert dat het Gerecht de verdeling van de nalatenschappen vaststelt en in dat kader
bepaalt dat de woning aan verzoekster wordt toegedeeld;
bepaalt dat de door [eiseres] gemaakte kosten (waaronder belastingen, de kosten van het taxatierapport, de kosten van deze procedure etc.) voor rekening komen van de nalatenschap;
bepaalt dat voor zover gedaagden hun medewerking niet verlenen, dit vonnis in de plaats treedt van hun medewerking;
met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en veroordeling van gedaagden in de proceskosten.
3.2 [
Gedaagde 1], [gedaagde 2] en [gedaagde 3] hebben ingestemd met toewijzing van de vordering. De overige gedaagden hebben geen verweer gevoerd.

3.DE BEOORDELING

3.1 [
Eiseres] vordert de verdeling van de nalatenschap. Uit het verzoekschrift begrijpt het Gerecht echter dat [eiseres] ook afgifte van het legaat aan haar verlangt. Dat heeft financieel nogal consequenties, omdat [eiseres] voor het gelegateerde deel van de woning niets aan de nalatenschap hoeft te betalen. In het testament is immers niet bepaald dat [eiseres] de waarde van het legaat in de nalatenschap moet inbrengen. Wel moet zij de kosten die samenhangen met de afgifte van het legaat betalen. Uit de conclusies van antwoord van [gedaagde 1], [gedaagde 2] en [gedaagde 3] begrijpt het Gerecht dat zij de vordering van [eiseres] ook zo hebben begrepen, dat [eiseres] zowel afgifte van het legaat als toedeling van het overige deel van de woning verlangt. [gedaagde 1], [gedaagde 2] en [gedaagde 3] schrijven immers dat zij hun “erfaandeel aan [eiseres] willen overdragen, overeenkomstig de wens van hun moeder in haar testament”.
3.2
Dit betekent het volgende. Moeder heeft haar aandeel in de woning aan [eiseres] gelegateerd en niet in geschil is dat [eiseres] tijdig aanspraak heeft gemaakt op afgifte van dit legaat. Dit betekent dat het legaat moet worden afgegeven. Omdat erflater en erflaatster waren getrouwd in gemeenschap van goederen, en erflaatster voor 1/8e deel erfgenaam is van erflater, kon zij bij testament beschikken over 9/16e deel van de woning. Dit 9/16e onverdeelde aandeel heeft zij gelegateerd aan [eiseres]. [Eiseres] hoeft op grond van het testament van erflaatster niet voor dit aandeel te betalen. Wel moet zij de kosten voor afgifte van het legaat betalen.
3.3
Het overige 7/16e aandeel (waarover erflaatster niet bij testament kon beschikken) moet worden verdeeld. [Eiseres] wil dit gedeelte toegedeeld krijgen. Voor dit gedeelte moet [eiseres] wel betalen. Uit het door [eiseres] in het geding gebrachte taxatierapport blijkt dat de woning Afl. 257.750,- waard is. Geen van de erfgenamen heeft zich tegen deze taxatiewaarde verzet. Het 7/16e aandeel in de woning zal dus aan [eiseres] worden toegedeeld, onder de verplichting om (7/16e deel van Afl. 257.750,- = ) Afl. 112.765,63 aan de nalatenschap te betalen. Dit bedrag zal door de notaris onder de deelgenoten (waarvan [eiseres] er overigens zelf één is) moeten worden verdeeld, naar rato van hun erfdeel.
3.4
Nu het legaat aan [eiseres] moet worden afgegeven, kan [eiseres] geen aanspraak maken op vergoeding van de kosten die zij heeft gemaakt voor het huis en voor deze procedure. Op grond van het testament van erflaatster komen immers de kosten voor de afgifte van het legaat voor haar rekening. Hieronder vallen naar het oordeel van het Gerecht ook de taxatiekosten en de advocaatkosten, net als de kosten van de notaris. De kosten die [eiseres] de afgelopen jaren heeft gemaakt voor het huis, bijvoorbeeld de belasting die zij heeft betaald, blijven ook voor haar rekening omdat deze kosten verbonden zijn aan het huis. Bovendien heeft zij deze kosten onvoldoende gespecificeerd.

4.DE BESLISSING

Het Gerecht:
5.1
bepaalt in het kader van de afwikkeling van de nalatenschappen van [erflater] (erflater) en [erflaatster] (erflaatster) het volgende:
bepaalt dat het legaat ter zake van het 9/16e onverdeelde aandeel van erflaatster in de woning aan de [adres] aan verzoekster moet worden afgegeven (vrij van inbreng, maar onder de verplichting de kosten ter zake van de afgifte van het legaat voor haar rekening te nemen);
deelt het overige 7/16e onverdeelde aandeel in de woning aan de [adres] toe aan verzoekster, onder de verplichting om aan de nalatenschap Afl. 112.765,63 te betalen;
veroordeelt gedaagden om op eerste verzoek van verzoekster mee te werken aan de afgifte van het legaat en de levering van hun aandeel in de woning aan haar;
bepaalt dat dit vonnis op de voet van artikel 3:300 lid 2 BW Pro in de plaats treedt van de benodigde medewerking van gedaagden ter zake van de afgifte van het legaat, dan wel levering van hun aandeel in de woning aan verzoekster;
5.2
wijst het meer of anders gevorderde af;
5.3
compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Brandt, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 5 november 2025 in aanwezigheid van de griffier.