ECLI:NL:OGEAA:2025:343

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
11 november 2025
Publicatiedatum
20 november 2025
Zaaknummer
AUA202501090
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herroeping van adoptie door adoptiemoeder niet mogelijk; verzoek om bijzondere curator

In deze zaak verzoekt de adoptiemoeder om herroeping van de adoptie van haar 14-jarige dochter, die in Grenada is uitgesproken. De rechter oordeelt dat alleen de geadopteerde zelf een verzoek tot herroeping kan indienen, en niet de adoptieouders. De adoptiemoeder heeft aangegeven dat zij niet langer de rol van moeder wil vervullen, maar de rechter benadrukt dat het belang van het kind voorop staat. De Voogdijraad wordt benoemd als bijzondere curator om te onderzoeken of namens het kind een verzoek tot herroeping kan worden ingediend. De zaak is emotioneel beladen, met een complexe achtergrond van gedragsproblemen en een recente scheiding van de adoptieouders. De rechter houdt de beslissing aan in afwachting van het rapport van de Voogdijraad, die ook moet onderzoeken welke hulp het kind nodig heeft. De zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor het indienen van dit rapport.

Uitspraak

Beschikking van 11 november 2025
behorend bij EJ. nr. AUA202501090
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van:
[Verzoekster],
wonende in [woonplaats], te [adres],
verzoekster, hierna: de adoptiemoeder,
procederend in persoon.
Belanghebbenden:
[Belanghebbende 1], de adoptievader,
gemachtigde: de advocaat mr. R.P. Lee,
[Belanghebbende 2], geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats], de minderjarige,
Directie Voogdijraad,
Ambtenaar van de Burgerlijke Stand, de ABS.

1.DE PROCEDURE

1.1
De procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, ingediend op 10 april 2025,
- het advies van de ABS, ingediend op 20 augustus 2025,
- het gesprek tussen de kinderrechter en [belanghebbende 2] op 25 augustus 2025,
- de mondelinge behandeling op 26 augustus 2025, waarbij aanwezig waren de adoptiemoeder, de adoptievader, mevrouw mr. M. Ras namens de Voogdijraad en mevrouw mr. J.M.A.M. Ponsioen namens de ABS.
1.2
Aan het eind van de zitting is bepaald dat op 30 september 2025 een beschikking zou worden gegeven. De procedure is vervolgens geschorst, doordat de adoptiemoeder op 27 augustus 2025 een wrakingsverzoek tegen de behandelend rechter heeft ingediend. Dat wrakingsverzoek is op 8 oktober 2025 ongegrond verklaard. Vervolgens is de uitspraakdatum bepaald op vandaag.

2.DE FEITEN

2.1
The Supreme Court of Grenada heeft bij beslissing van 23 juli 2015 de adoptie uitgesproken van [belanghebbende 2] en haar broertje door de adoptiemoeder en de adoptievader.
2.2 [
Belanghebbende 2] en haar broertje zijn op 8 september 2016 ingeschreven in het bevolkingsregister van Aruba.
2.3
Bij beschikking van 11 april 2017 (in de zaak met nummer 2927 van 2016) heeft het Gerecht op verzoek van de adoptieouders (op grond van artikel 1:26 BWA) voor recht verklaard dat de adoptie-uitspraak van de Supreme Court in Grenada overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt en naar zijn aard voor opneming in het register van burgerlijke stand vatbaar is.
2.4
Het broertje van [belanghebbende 2] is op 8 juli 2019 teruggekeerd naar Grenada.
2.5
Bij beschikking van 27 oktober 2025 (in de zaak met nummer 202501645) heeft dit Gerecht de echtscheiding tussen de adoptieouders uitgesproken. In die beschikking is ook bepaald dat voortaan alleen de adoptievader zal zijn belast met het ouderlijk gezag over [belanghebbende 2].

3.HET VERZOEK

3.1
In het verzoekschrift van de adoptiemoeder staat – voor zover van belang – het volgende:
“I (…) voluntarily relinquish 100% of my parental rights and duties. I terminate forever all my obligations as mother of my adopted 13 year-old female child.
(…)
In the best interests of my life, I (…) am finished with being her adopted mother. However, her adopted father (my husband) has expressed that he is willing to continue to raise her. (…)
My name will need to be removed from the child’s birth certificate.”
3.2
Het Gerecht vat dit verzoek op als (primair) een verzoek tot ongedaanmaking (herroeping) van de adoptie, onder verbetering van de geboorteakte van [belanghebbende 2]. Subsidiair verzoekt de adoptiemoeder, zo begrijpt het Gerecht, om de vader te belasten met het eenhoofdig gezag, of te bepalen dat het hoofdverblijf van [belanghebbende 2] bij de adoptievader zal zijn.

4.DE BEOORDELING

Inleidende overwegingen
4.1
Dit is een verdrietige zaak. [Belanghebbende 2] is, toen zij bijna 4 jaar oud was, samen met haar broertje (toen 2 jaar) vanuit Grenada geadopteerd door de adoptieouders. Die adoptie heeft (in ieder geval) de adoptiemoeder niet gebracht wat zij ervan had gehoopt. Het broertje van [belanghebbende 2] kampte met gedragsproblemen, die een grote stempel drukten op het gezin. De adoptiemoeder heeft tijdens de zitting verteld dat zij in Aruba niet de hulp kon krijgen die de adoptiezoon nodig had, en dat zij hem uiteindelijk heeft teruggebracht naar het kindertehuis waar hij vandaan kwam. In het gesprek met de rechter heeft [belanghebbende 2] verteld dat zij niet wist dat dat zou gaan gebeuren: haar broertje is van het ene moment op het andere uit haar leven verdwenen. De band tussen de adoptiemoeder en [belanghebbende 2] is altijd moeizaam geweest, en is op dit moment ronduit slecht, daarover zijn zij het eens. Ook de relatie tussen de adoptieouders is stukgelopen: zij zijn onlangs gescheiden.
4.2
De rechter heeft geluisterd naar de verhalen die de adoptiemoeder tijdens de zitting heeft verteld. De adoptiemoeder heeft de adoptie vooral negatief ervaren en zij heeft duidelijk laten weten dat zij niet langer de adoptiemoeder van [belanghebbende 2] wil zijn. In procedures die over kinderen gaan, moet de rechter echter het belang van het kind voorop stellen. De belangen van anderen (in dit geval de adoptiemoeder) komen op de tweede plaats.
4.3
Het Gerecht is zich bewust van de emotionele lading van deze zaak. Toch moet het Gerecht de verzoeken van de adoptiemoeder juridisch beoordelen. Zo’n juridische beoordeling komt zakelijk, en voor niet-juristen misschien afstandelijk, over. Dat kan echter niet anders in een juridische procedure als deze.
Het verzoek tot herroeping van de adoptie
Rechtsmacht en toepasselijk recht
4.4
De adoptie is uitgesproken in Grenada. Daarom moet eerst de vraag worden beantwoord of de Arubaanse rechter bevoegd is het verzoek te beoordelen.
4.5
In het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van Aruba en in het Burgerlijk Wetboek is geen regel opgenomen over de vraag of de Arubaanse rechter een verzoek tot herroeping van een buitenlandse adoptie-uitspraak kan behandelen. Op grond van artikel 429c van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de Nederlandse Antillen is de Arubaanse rechter bevoegd, omdat de adoptiemoeder (en overigens ook [belanghebbende 2]) in Aruba woont.
4.6
De volgende vraag is dan welk recht moet worden toegepast. Dit kan het recht van Grenada zijn (omdat de adoptie daar is uitgesproken), of het Arubaanse recht. Het Burgerlijk Wetboek bevat geen regels van zogenoemd conflictenrecht, dat wil zeggen regels aan de hand waarvan kan worden bepaald welk recht van toepassing is. Omdat [belanghebbende 2] haar gewone verblijfplaats op Aruba heeft, zal het Gerecht het Arubaanse recht toepassen. [1]
Inhoudelijke beoordeling
4.7
De adoptiemoeder wil dat de adoptie van [belanghebbende 2] wordt herroepen. Ter onderbouwing van haar verzoek voert de adoptiemoeder (samengevat) aan dat zij er pas vlak voor de adoptie achter kwam dat [belanghebbende 2] een belast verleden heeft. Door haar verleden kampt [belanghebbende 2], zo schrijft de adoptiemoeder, met gedragsproblemen en heeft zij zich nooit aan de adoptiemoeder kunnen hechten. Door de gedragsproblemen van [belanghebbende 2] heeft de adoptiemoeder gezondheidsklachten ontwikkeld. De adoptiemoeder schrijft dat zij nu voor zichzelf kiest en niet langer een rol wil spelen in het leven van [belanghebbende 2].
4.8
Een adoptie is een ingrijpende beslissing in het leven van alle betrokken personen. De adoptie verbreekt immers in de meeste gevallen de juridische band tussen het adoptiekind en zijn oorspronkelijke juridische ouders (dat zijn meestal de biologische ouders). Vervolgens wordt een nieuwe juridische band gecreëerd met de adoptieouders. Toen de mogelijkheid van adoptie in de wet werd geïntroduceerd, was de gedachte dat een adoptie in alle gevallen onherroepelijk moest zijn. [2] Pas na veel discussie is besloten dat de geadopteerde zelf in uitzonderlijke gevallen moet kunnen vragen om een herroeping van de adoptie, maar dat die mogelijkheid niet bestaat voor de adoptieouders en de oorspronkelijke ouders. Op die manier, zo was de gedachte van de wetgever, zou voor het betrokken kind een zo groot mogelijke rechtszekerheid worden gecreëerd. [3]
4.9
De mogelijkheid tot herroeping van een adoptie is opgenomen in artikel 1:231 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA). Dit artikel luidt als volgt:
De adoptie kan door een uitspraak van het gerecht in eerste aanleg op verzoek van de geadopteerde worden herroepen.
Het verzoek tot herroeping wordt door de geadopteerde bij het gerecht in eerste aanleg ingediend binnen vijf jaren nadat het kind bekend is geworden met de adoptie. Indien het kind evenwel gedurende zijn minderjarigheid bekend is geworden met dit feit, kan het verzoek tot uiterlijk twaalf jaren nadat het kind meerderjarig is geworden, worden ingediend.
De in het tweede lid gestelde termijn kan door de rechter buiten toepassing worden gelaten voor zover toepassing in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.
4.1
Een verzoek tot herroeping kan dus alleen door de geadopteerde worden gedaan, en niet door de adoptieouder(s). De adoptiemoeder kan dus niet vragen om herroeping van de adoptie en is daarom niet-ontvankelijk in haar verzoek.
Onderzoek door de Voogdijraad
4.11
In beginsel betekent een niet-ontvankelijkverklaring dat het verzoek niet inhoudelijk wordt behandeld. De Voogdijraad heeft echter tijdens de zitting laten weten dat hij bereid is om als bijzondere curator van [belanghebbende 2] op te treden en te onderzoeken of hij namens [belanghebbende 2] een verzoek tot herroeping van de adoptie wil indienen. Het Gerecht zal – zoals ook op de zitting is besproken en gelet op de belangen van [belanghebbende 2] – de Voogdijraad als bijzondere curator vragen onderzoek te doen naar de vraag of herroeping van de adoptie (voor wat betreft de adoptiemoeder) in het belang van [belanghebbende 2] is.
4.12
Het Gerecht verzoekt de Voogdijraad om de volgende punten mee te nemen in zijn onderzoek.
i. Herroeping van de adoptie heeft ingrijpende gevolgen. Door herroeping houdt de familierechtelijke betrekking tussen de geadopteerde en de adoptieouder(s) op te bestaan (1:232 lid 1 BWA) en herleeft in beginsel de familierechtelijke betrekking met de oorspronkelijke juridische ouders (1:232 lid 2 BWA). Dit heeft verschillende juridische gevolgen. Zo zou het doorbreken van de juridische band met de adoptiemoeder tot gevolg hebben dat de adoptiemoeder niet langer onderhoudsplichtig is. Zij hoeft dan dus geen kinderalimentatie meer te betalen. Ook heeft herroeping van de adoptie erfrechtelijke gevolgen: als [belanghebbende 2] niet langer de dochter van de adoptiemoeder is, zal zij in principe niet van haar erven. Daarnaast kan herroeping van de adoptie gevolgen hebben voor de nationaliteit van [belanghebbende 2]. Het is het Gerecht niet bekend welke nationaliteit de adoptiemoeder heeft en of [belanghebbende 2] door de adoptie diezelfde nationaliteit heeft gekregen. Als dat zo is, kan [belanghebbende 2] die nationaliteit verliezen als zij niet langer de juridische dochter is van de adoptiemoeder. Ook zal door herroeping van de adoptie de juridische band tussen [belanghebbende 2] en haar broertje (deels) worden doorbroken. Hoewel het broertje niet meer in Aruba woont, is hij – voor zover het Gerecht bekend – nog altijd het juridische kind van de adoptieouders. Door de herroeping van de adoptie (voor wat betreft de adoptiemoeder) zouden [belanghebbende 2] en haar broertje juridisch alleen nog via de adoptievader aan elkaar verwant zijn.
Vanwege de hiervoor (niet limitatief) opgesomde ingrijpende gevolgen, moet volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens een herroeping steunen op “
sufficiently sound and weighty considerations in the interests of the child”. [4] Het is aan de bijzondere curator om te onderzoeken of van zulke zwaarwegende omstandigheden sprake is en of de hiervoor weergegeven gevolgen opwegen tegen een eventueel emotioneel belang bij herroeping van de adoptie.
Vast staat dat [belanghebbende 2] en de adoptiemoeder geen hechte band met elkaar hebben. Het is echter de vraag of een slechte relatie aanleiding kan zijn om – zeker op deze jonge leeftijd – een adoptie te herroepen. Dat zou eventueel anders kunnen zijn, als zou kunnen worden vastgesteld dat herroeping van de adoptie positieve gevolgen zal hebben voor het
private lifevan [belanghebbende 2], in die zin dat zij haar eigen identiteit en persoonlijkheid daardoor beter kan ontwikkelen. [5]
Zoals hiervoor weergegeven, herleeft na een herroeping van de adoptie in beginsel de juridische band met de oorspronkelijke juridische ouders (1:232 lid 2 BWA). In dit geval zal een eventuele herroeping slechts betrekking hebben op de adoptiemoeder: de band tussen [belanghebbende 2] en de adoptievader is immers goed en niet ter discussie staat dat de adoptie van [belanghebbende 2] door de adoptievader in stand moet blijven. De adoptie zou dan in feite worden teruggebracht tot een eenouderadoptie door de adoptievader, waardoor de juridische band met de biologische moeder niet wordt hersteld.
Een mogelijk juridisch obstakel is ook dat de autoriteiten in Grenada een Arubaanse uitspraak – waarin de in Grenada uitgesproken adoptie door de adoptiemoeder wordt herroepen – misschien niet erkennen. Het is het Gerecht bijvoorbeeld tot nog toe onduidelijk of herroeping van een adoptie ook mogelijk is naar het recht van Grenada. Als de autoriteiten in Grenada de eventuele Arubaanse herroeping niet zouden erkennen, ontstaat een zogenoemde “hinkende rechtsverhouding”. Naar Arubaans recht is de adoptiemoeder immers in dat geval niet langer de juridische moeder van [belanghebbende 2], maar naar het recht van Grenada wel. Zo’n situatie is natuurlijk onwenselijk.
Het is de vraag of [belanghebbende 2] – die net 14 is – al deze mogelijke gevolgen kan overzien en dus in staat is een keuze te maken die (op lange termijn) in haar belang is.
Voor het geval de bijzondere curator na zijn onderzoek zou twijfelen over de vraag of het in het belang van [belanghebbende 2] is om al op dit moment namens haar om herroeping van de adoptie (ten aanzien van de adoptiemoeder) te vragen, geldt dat [belanghebbende 2] op het moment waarop zij meerderjarig is geworden altijd zelf kan besluiten een verzoek in te dienen. Dit kan zij doen totdat zij 30 wordt (artikel 1:231 lid 2 BWA) en deze termijn kan onder omstandigheden buiten toepassing worden gelaten (artikel 1:231 lid 3 BWA).
4.13
Het Gerecht verzoekt de Voogdijraad als bijzondere curator om zijn onderzoek niet te beperken tot de vraag of het in het belang van [belanghebbende 2] is om een verzoek tot herroeping van de adoptie (voor wat betreft de adoptie door de adoptiemoeder) in te dienen. Ook wordt de Voogdijraad verzocht om aandacht te besteden aan de vraag of voor [belanghebbende 2] hulpverlening moet worden ingeschakeld, en zo ja welke. [Belanghebbende 2] is op jonge leeftijd afgestaan door haar biologische moeder. Vervolgens is zij, toen zij bijna vier jaar was, samen met haar broertje geadopteerd en vanuit Grenada naar Aruba verhuisd. Een paar jaar later is haar broertje ineens uit haar leven verdwenen. De band met haar adoptiemoeder was al slecht, en deze procedure (waarin de adoptiemoeder uitdrukkelijk afstand heeft genomen van [belanghebbende 2]) zal dat er niet beter op hebben gemaakt. Bovendien heeft [belanghebbende 2] enige tijd geleden samen met haar adoptievader het ouderlijk huis verlaten, en zijn haar adoptieouders recentelijk van elkaar gescheiden. [Belanghebbende 2] is dus in haar leven geconfronteerd met een groot aantal ingrijpende verlieservaringen, die hoogstwaarschijnlijk hun sporen hebben achtergelaten. Onderzocht moet worden op welke manier [belanghebbende 2] daarbij ondersteund kan worden.
4.14
De (mogelijke) beslissing over het verzoek tot herroeping van de adoptie zal worden aangehouden in afwachting van het rapport van de Voogdijraad als bijzondere curator.
Gezag en hoofdverblijfplaats
4.15
Als de bijzondere curator zou beslissen om geen verzoek tot herroeping van de adoptie namens [belanghebbende 2] in te dienen, of als zo’n verzoek zou worden afgewezen, moet het Gerecht oordelen over de zogenoemde “subsidiaire” verzoeken van de adoptiemoeder. Dit zijn de verzoeken om alleen de adoptievader te belasten met het gezag, en/of om de hoofdverblijfplaats van [belanghebbende 2] bij de adoptievader vast te stellen. Voor die situatie overweegt het Gerecht alvast het volgende.
4.16
Het Gerecht is ook bevoegd over deze verzoeken te oordelen, omdat [belanghebbende 2] in Aruba woont. Het Gerecht zal Arubaans recht toepassen.
4.17
Het is het Gerecht ambtshalve bekend dat bij beschikking van 27 oktober 2025 de echtscheiding tussen de adoptieouders is uitgesproken. In deze beschikking is ook bepaald dat voortaan alleen de adoptievader zal zijn belast met het gezag over [belanghebbende 2]. Dit betekent dat [belanghebbende 2] op grond van de wet in beginsel haar hoofdverblijfplaats zal hebben bij de adoptievader.
4.18
Om die reden hoeft niet meer te worden beslist over de subsidiaire verzoeken van de adoptiemoeder.
Verwijzing naar de rol
4.19
De zaak zal worden verwezen naar de rolzitting van maandag 2 februari 2025 voor het indienen van een rapport door de Voogdijraad als bijzondere curator. Deze rolzitting is alleen een administratieve zitting. Nadat de bijzondere curator zijn rapportage heeft ingediend, zal een datum voor de voortzetting van de inhoudelijke behandeling worden bepaald.

5.DE BESLISSING

Het Gerecht:
benoemt de Voogdijraad tot bijzondere curator van [belanghebbende 2];
verwijst de zaak naar de rolzitting van
maandag 2 februari 2025 om 8.40 uurvoor het indienen van een rapportage door de Voogdijraad in zijn hoedanigheid van bijzondere curator over de vragen:
  • of hij namens [belanghebbende 2] een verzoek tot herroeping van de adoptie (voor wat betreft de adoptiemoeder) indient (waarbij onder meer de onder 4.12 genoemde omstandigheden in aanmerking moeten worden genomen), en
  • of voor [belanghebbende 2] hulpverlening moet worden ingeschakeld, en zo ja welke;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. J. Brandt, rechter in dit Gerecht, bijgestaan door mr. K.M. Geerman, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op dinsdag 11 november 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.

Voetnoten

1.Vgl. artikel 7 van de Wet Algemene Bepalingen en (omdat Grenada geen verdragsluitende staat is: bij wijze van richtsnoer) artikelen 2 en 4 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1961.
2.Memorie van Toelichting, kamerstukken II 1953/1954, 3530, nr. 3, pag. 6.
3.Kamerstukken 1954/1955, 3530 nr. 4 pag. 3.
4.EHRM 20 mei 2010, 42276/08 (Kurochkin / Oekraïne); EHRM 18 april 2013, 7075/10 (Ageyevy / Rusland).
5.Vgl. EHRM 8 april 2021 zaaknummer 47261/13 (Vavřička en anderen / Tsjechie).