ECLI:NL:OGEAA:2025:352

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
19 november 2025
Publicatiedatum
4 december 2025
Zaaknummer
AUA202503491 KG
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing contact- en gebiedsverbod na eerdere veroordeling wegens seksueel misbruik

In deze zaak vordert de wettelijk vertegenwoordiger van een minderjarige contact- en gebiedsverboden tegen een persoon die eerder is veroordeeld voor seksueel misbruik van de minderjarige. De veroordeelde heeft zijn straf uitgezeten en woont in de nabijheid van de eiseres en de minderjarige.

De eiseres baseert haar vorderingen op observaties van de veroordeelde bij een bushalte tussen hun woningen en op het hacken van het PlayStation-account van de minderjarige, gevolgd door dreigende e-mails. De veroordeelde ontkent betrokkenheid bij het hacken en verklaart dat hij de bushalte gebruikte vanwege een medische afspraak.

Het Gerecht stelt dat voor het opleggen van een contact- en gebiedsverbod een reële dreiging van toekomstig onrechtmatig handelen vereist is. Gezien het ontbreken van concrete aanwijzingen voor een dergelijke dreiging en de gemotiveerde betwisting van de feiten door de veroordeelde, wijst het Gerecht de vorderingen af. Wel wordt aan de eiseres verlof tot kosteloos procederen verleend.

Uitkomst: Het gevorderde contact- en gebiedsverbod wordt afgewezen wegens het ontbreken van een reële dreiging van toekomstig onrechtmatig handelen.

Uitspraak

Vonnis in kort geding van 19 november 2025
Behorend bij AUA202503491 KG
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS IN KORT GEDING
in de zaak van:
[Eiseres],in de hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van [minderjarige],
te Aruba,
eiseres,
hierna te noemen: [eiseres],
gemachtigde: de advocaat mr. M.B. Boyce,
tegen:
[Gedaagde],
te Aruba,
gedaagde,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.

1.DE PROCEDURE

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van 23 oktober 2025;
- de mondelinge behandeling van de zaak ter terechtzitting van 30 oktober 2025.
1.2 [
Eiseres] is ter zitting verschenen met haar gemachtigde, mr. Arendsz-Marchena en [gedaagde] is in persoon verschenen. Partijen hebben in twee termijnen het woord gevoerd en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.
1.3
Vonnis is nader bepaald op vandaag.

2.DE FEITEN

2.1
Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende bestreden alsmede op grond van overgelegde producties voor zover niet of onvoldoende bestreden staat onder meer het volgende vast tussen partijen.
2.2 [
Gedaagde] is bij vonnis van de strafrechter van 18 februari 2022 veroordeeld voor het seksueel misbruiken van de inmiddels 15-jarige zoon van eiseres. [Eiseres], [minderjarige] (hierna te noemen: [minderjarige]). Als gevolg daarvan heeft [gedaagde] tot en met 24 juli 2025 een vrijheidsstraf ondergaan in de penitentiaire inrichting KIA.
2.3 [
Eiseres] en [gedaagde] wonen in elkaars nabijheid. Op of omstreeks 10 of 11 augustus 2025 is [gedaagde] door [eiseres] waargenomen bij een bushalte die is gelegen tussen de woning van [eiseres] en [gedaagde].
2.4
Op of omstreeks 11 of 12 augustus 2025 is het PlayStation-account van [minderjarige] gehackt. Vanaf of in verband met dat account zijn vervolgens dreigende e-mails verzonden, waarin werd gesteld dat video-opnamen waren gemaakt van seksuele handelingen van [minderjarige] en waarin werd geëist dat een geldbedrag zou worden overgemaakt naar een Bitcoin-wallet.

3.HET GESCHIL

3.1
Ter zitting is besproken dat een aantal van de door [eisers] ingestelde vorderingen betrekking heeft op haar eigen belangen en niet op de belangen van [minderjarige]. [Eiseres] heeft daarop verklaard dat die ter zitting besproken vorderingen worden ingetrokken, en dat uitsluitend worden gehandhaafd de vorderingen voor zover deze zijn ingesteld in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van [minderjarige].
3.2
Dit leidt ertoe dat de vorderingen thans als volgt luiden:
[Eiseres] verzoekt, uitvoerbaar bij voorraad:
I. toestemming om kosteloos te kunnen procederen met Krb-kaart [kenmerk];
II. [Gedaagde] te verbieden om op enigerlei wijze, direct of indirect, contact te leggen of te onderhouden met [minderjarige], waaronder begrepen fysiek aanspreken, benaderen of volgen, alsmede alle digitale/elektronische benaderingen (telefonie, sms, WhatsApp, e-mail, sociale media, gaming- en chatplatforms) en benadering via derden;
III. [Gedaagde] te verbieden zich te bevinden binnen een straal van 150 meter van (i) de woning van [eiseres], (ii) de school van [minderjarige] ([school van minderjarige]) en (iii) de door [minderjarige] frequent gebruikte bushalte(s)/bushalte/bank nabij de woning, waaronder de betreffende bank en locaties zoals de woning, de school, en genoemde bushaltes incl. bank;
IV. [Gedaagde] te verbieden om zich op te houden, te posteren of te loeren in de directe omgeving van de onder III genoemde locaties, waaronder de bushalte/bank, teneinde elke vorm van observatie, intimidatie of toevallige confrontatie te voorkomen;
V. [Gedaagde] te verbieden enige vorm van digitale toegang te verkrijgen of te (doen) behouden tot accounts, apparaten of gegevens van [minderjarige], waaronder (pogingen tot) hacken, phishing, inloggen of anderszins toegang nemen, evenals benadering via gaming- of social media-accounts;
VI. [Gedaagde] te verbieden om (doen) vervaardigen, (doen) voorhanden hebben, (doen) verspreiden of (doen) dreigen te verspreiden van beeld- of geluidsopnamen waarop [minderjarige] herkenbaar voorkomt, en hem te bevelen eventuele dergelijke opnames/bestanden onverwijld te verwijderen en te vernietigen, inclusief kopieën, reservekopieën en bestanden onder door hem gecontroleerde accounts/opslag;
VII. [Gedaagde] te bevelen om binnen 48 uur na betekening van het vonnis aan de gemachtigde van [eiseres] een ondertekende schriftelijke verklaring te overleggen waaruit blijkt dat (i) hij de onder IV en V bedoelde gedragingen heeft gestaakt en (ii) geen opnames/bestanden (meer) onder hem bevinden of door hem bereikbaar zijn;
VIII. te bepalen dat dit vonnis, voor zover nodig, ten uitvoer kan worden gelegd met behulp van de sterke arm van politie en justitie, waaronder identiteitscontrole van gedaagde en verwijdering uit de aangewezen zones;
IX. [Gedaagde] te veroordelen tot vergoeding van de door [eiseres] eventueel te lijden schade;
X. [Gedaagde] te veroordelen in de proceskosten en de wettelijke rente over deze kosten tot de algehele voldoening daarvan.
De vorderingen onder II tot en met VII zijn door [eiseres] ingesteld onder oplegging van een dwangsom voor het geval [gedaagde] niet aan de veroordelingen voldoet.
3.3 [
Gedaagde] heeft verweer gevoerd en geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen.

4.DE BEOORDELING

4.1
De vordering, zoals in 3.2 onder IX is vermeld, is ter zitting niet besproken en is door [eiseres] ook niet ingetrokken. Het Gerecht overweegt dat [eiseres] voor deze vordering niet-ontvankelijk is, nu deze ziet op haarzelf en niet op [minderjarige], terwijl zij optreedt in de hoedanigheid van de wettelijk vertegenwoordiger van laatstgenoemde.
4.2
Het spoedeisend belang volgt in voldoende mate uit de aard van het gevorderde.
4.3
Voor toewijzing van het gevorderde gebieds- en contactverbod, dat een vergaande inbreuk oplevert op het aan [gedaagde] toekomende grondrecht op bewegingsvrijheid, is vereist dat sprake is van een reële dreiging van toekomstig onrechtmatig handelen van [gedaagde] jegens [minderjarige]. De vraag of oplegging van een dergelijk verbod noodzakelijk en proportioneel is, dient te worden beantwoord aan de hand van alle omstandigheden van het geval en met afweging van de belangen van beide partijen.
4.4
Het Gerecht stelt voorop dat de door [gedaagde] in het verleden gepleegde misdrijven jegens [minderjarige] een zeer grote impact hebben gehad. Nu [gedaagde] zijn gevangenisstraf inmiddels heeft uitgezeten, is voorstelbaar dat een eventuele confrontatie met hem bij [minderjarige] sterke emoties en gevoelens van onveiligheid oproept. Hoewel dergelijke gevoelens invoelbaar zijn, geldt dat voor het opleggen van een contact- en/of gebiedsverbod meer is vereist. Daartoe moet sprake zijn van een reële dreiging van toekomstig onrechtmatig handelen van [gedaagde] jegens [minderjarige].
4.5 [
Eiseres] legt aan haar vorderingen drie concrete feiten ten grondslag: (i) dat [gedaagde] is waargenomen in de voortuin van [eiseres], (ii) dat [gedaagde] is waargenomen bij de bushalte tussen de woningen van [eiseres] en [gedaagde], en (iii) dat [gedaagde] het PlayStation-account van [minderjarige] heeft gehackt. Tijdens de terechtzitting heeft [eiseres] verklaard dat [gedaagde] niet bij haar woning is waargenomen, maar alleen bij de bushalte. Om die reden gaat het Gerecht voor de beoordeling uitsluitend uit van de gestelde feiten zoals hiervoor genoemd onder (ii) en (iii).
4.6 [
Gedaagde] erkent dat hij bij de bushalte tussen zijn woning en die van [eiseres] is geweest, maar geeft aan dat hij van die halte gebruik moest maken in verband met een medische afspraak. Volgens [gedaagde] is dit de dichtstbijzijnde halte bij zijn woning; het gebruik van een andere halte zou een extra loopafstand van ongeveer vijftien minuten betekenen. Om confrontaties te voorkomen en de situatie rustig te laten verlopen, werd hij vergezeld door zijn zus. Verder ontkent [gedaagde] dat hij het PlayStation-account van [minderjarige] heeft gehackt. [Gedaagde] stelt dat hij geen kennis heeft van hacken, niet bereid is zijn vrijheid daarvoor op het spel te zetten en ook geen opdracht heeft gegeven om het account te hacken. Verder ontkent [gedaagde] enige wetenschap of betrokkenheid te hebben bij bitcoins.
4.7
Op basis van het verzoekschrift en hetgeen ter zitting is besproken, kan het Gerecht niet vaststellen dat van [gedaagde] een zodanige reële dreiging jegens [minderjarige] uitgaat dat een gebieds- of contactverbod gerechtvaardigd is. Het enkele feit dat [gedaagde] eerder is veroordeeld voor een (ernstig) strafbaar feit jegens [minderjarige] acht het Gerecht daarvoor onvoldoende, temeer nu [gedaagde] – afgezien van het eenmalige gebruik van de bushalte – de door [eiseres] gestelde feiten gemotiveerd heeft betwist. Daarbij weegt mee dat de woningen van [eiseres] en [gedaagde] dicht bij elkaar zijn gelegen, zodat het bezoek van [gedaagde] aan de bushalte nabij de woning van [eiseres] niet zonder meer opzettelijk en dus als dreiging kan worden aangemerkt. Uit niets is concreet gebleken dat [gedaagde] na zijn periode van detentie contact heeft gezocht met [minderjarige] dan wel het PlayStation-account van [minderjarige] heeft gehackt. Al het hiervoor genoemde leidt ertoe dat de vorderingen van [eiseres] door het Gerecht worden afgewezen.
4.8
De afweging van de belangen van partijen leidt niet tot een ander oordeel. Het Gerecht onderkent dat de gebeurtenissen uit het verleden voor [minderjarige] en zijn omgeving ingrijpend en belastend zijn (geweest). Die omstandigheden verdienen erkenning en begrip. Toch ziet het Gerecht, gelet op hetgeen thans is gebleken, geen grond om aan te nemen dat van [gedaagde] op dit moment een reële dreiging jegens [minderjarige] uitgaat. Bij gebreke van concrete aanwijzingen voor dergelijk gevaar wegen de belangen van [eiseres] bij toewijzing van de gevorderde verboden niet zwaarder dan de belangen van [gedaagde] bij afwijzing daarvan.
4.9
Aan [eiseres] zal verlof worden verleend tot kosteloos procederen, nu zij een bewijs van onvermogen heeft overgelegd.

5.DE UITSPRAAK

Het Gerecht:
5.1
wijst de vorderingen van [eiseres] af;
5.2
verleent aan [eiseres] verlof tot kosteloos procederen.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en in zijn afwezigheid ondertekend door mr. T.A.M. Tijhuis, rechter, ter openbare terechtzitting van
woensdag 19 november 2025 in aanwezigheid van de griffier.