ECLI:NL:OGEAA:2025:354
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Vonnis kort geding over terugkeer minderjarige na internationale kinderontvoering
In deze zaak vordert de vader dat de moeder wordt bevolen de minderjarige terug te brengen naar Nederland, nadat zij zonder zijn toestemming met het kind naar Aruba is vertrokken. Partijen oefenden gezamenlijk gezag uit en woonden samen in Nederland. De moeder vertrok in april 2025 naar Aruba, liet het kind achter, maar nam het kind in juli 2025 mee naar Aruba zonder toestemming van de vader.
De moeder betwistte het ontbreken van toestemming en overhandigde een toestemmingsformulier en verklaring, maar het Gerecht twijfelde aan de echtheid en juistheid van deze documenten, mede vanwege inconsistenties en verklaringen van de Voogdijraad. De vader had diverse instanties benaderd en aangifte gedaan wegens kinderontvoering.
Het Gerecht oordeelde dat de moeder onrechtmatig handelde door het kind zonder toestemming mee te nemen en dat de minderjarige voorlopig moet terugkeren naar Nederland. De hoofdverblijfplaats werd voorlopig bij de vader vastgesteld. Tevens werd een dwangsom opgelegd om naleving af te dwingen. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening genomen. Het Gerecht benadrukte het belang van crossborder mediation voor toekomstige afspraken tussen ouders.
Uitkomst: De moeder wordt bevolen de minderjarige terug te brengen naar Nederland en de hoofdverblijfplaats wordt voorlopig bij de vader vastgesteld.