ECLI:NL:OGEAA:2025:354
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Kinderontvoering van Nederland naar Aruba zonder toestemming van de vader
In deze zaak, die zich afspeelt in het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, heeft de vader een kort geding aangespannen tegen de moeder vanwege internationale kinderontvoering. De minderjarige, geboren in Nederland, is zonder toestemming van de vader door de moeder naar Aruba gebracht. De vader heeft diverse stappen ondernomen, waaronder aangifte bij de politie en het indienen van een bezwaarschrift, om de terugkeer van de minderjarige naar Nederland te bewerkstelligen. Tijdens de mondelinge behandeling op 6 november 2025 hebben beide partijen hun standpunten toegelicht. De vader vordert dat de moeder de minderjarige terugbrengt naar Nederland en dat de hoofdverblijfplaats bij hem blijft. De moeder betwist de vordering en stelt dat er afspraken zijn gemaakt over het verblijf van de minderjarige op Aruba. Het Gerecht heeft geoordeeld dat de moeder in strijd met het gezagsrecht van de vader heeft gehandeld door de minderjarige zonder toestemming mee te nemen. Het Gerecht heeft de vorderingen van de vader toegewezen, met uitzondering van de voorlopige toevertrouwing van de minderjarige aan de vader, en heeft een dwangsom opgelegd aan de moeder voor het geval zij niet aan het bevel voldoet. De proceskosten zijn gecompenseerd, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt.