ECLI:NL:OGEAA:2025:355

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
7 november 2025
Publicatiedatum
4 december 2025
Zaaknummer
AUA202503702 KG
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BW Aruba
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervangende toestemming voor buitenlandse reis met minderjarige kinderen toegewezen

Partijen zijn gescheiden ouders van twee minderjarige kinderen met hoofdverblijfplaats bij de moeder. De moeder wilde met de kinderen naar Colombia reizen, maar de vader weigerde toestemming te geven. Na bemiddeling en overleg kon geen overeenstemming worden bereikt.

De moeder verzocht het Gerecht om vervangende toestemming te verlenen voor de reis in november 2025. Het Gerecht oordeelde dat de reis in het belang van de kinderen is, ondanks de slechte communicatie en problemen in de zorgregeling tussen de ouders. De vader kon zijn zorgen over het niet terugkeren van de kinderen niet onderbouwen.

Het Gerecht verving de toestemming van de vader, waardoor de moeder zonder zijn handtekening kon reizen. Tevens werd de vader veroordeeld tot betaling van voorlopige kinderalimentatie vanaf 1 december 2025 en tot vergoeding van de proceskosten van de moeder. Beide ouders spraken af zich aan te melden voor mediation om de zorgregeling te verbeteren.

Uitkomst: Het Gerecht verleent vervangende toestemming voor de reis en veroordeelt de vader tot betaling van voorlopige kinderalimentatie en proceskosten.

Uitspraak

Vonnis in kort geding van 7 november 2025
Behorend bij AUA202503702 KG
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS IN KORT GEDING
in de zaak van:
[Eiseres]
te Aruba,
eiseres hierna ook te noemen: de moeder,
gemachtigde: de advocaat mr. N.S. Gravenstijn,
tegen:
[Gedaagde],
te Aruba,
gedaagde, hierna ook te noemen: de vader,
procederend in persoon.

1.DE PROCEDURE

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, ingekomen op 6 november 2025;
- de mondelinge behandeling op 7 november 2025, waarop zijn verschenen de moeder, bijgestaan door haar gemachtigde, de vader en de heer M. Loopstok namens de Voogdijraad.
1.2
De rechter heeft haar beslissing aan het eind van de zitting aan partijen meegedeeld. Toegezegd is dat de tekst van het vonnis vandaag beschikbaar zal worden gesteld.

2.DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1
Partijen zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [ Minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats 1];
- [ Minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2019 in [geboorteplaats 2].
2.2
Op 15 januari 2024 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Bij beschikking van 7 oktober 2024 is bepaald dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats hebben bij de moeder en is een zorgregeling tussen de vader en de kinderen vastgelegd.
2.3
De moeder wilde in de periode van 30 oktober 2025 tot 3 november 2025 met de kinderen naar Colombia reizen. De vader heeft daarvoor zijn toestemming niet verleend. De moeder heeft de reservering van de accommodatie kunnen verzetten naar de periode van 8 november 2025 tot 12 november 2025. Ondanks bemiddeling van Inmigracion heeft de vader ook voor de reis in deze periode geen toestemming gegeven.

3.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1
De moeder vordert dat het Gerecht:
- vervangende toestemming verleent (die de toestemming van de vader vervangt) om met de kinderen naar Colombia te reizen in de periode van 8 tot en met 12 november 2025;
- de vader veroordeelt om met ingang van 1 november 2025 een bedrag van Afl. 450,- per kind per maand te betalen aan kinderalimentatie;
- de vader te veroordelen in de proceskosten.
3.2
De vader heeft verweer gevoerd.
3.3
Het Gerecht zal hierna ingaan op de standpunten van partijen, voor zover die van belang zijn voor de beoordeling van de vordering.

4.DE BEOORDELING

De reis naar Colombia
4.1
Omdat de ouders samen het gezag hebben over de kinderen, heeft de moeder toestemming van de vader nodig om met de kinderen naar Colombia te reizen. De vader wil die toestemming echter niet geven.
4.2
De moeder heeft tijdens de zitting uitgelegd dat zij (in ieder geval sinds de scheiding) nog nooit met de kinderen naar het buitenland is gereisd, zodat zij niet wist dat de vader daarvoor moest tekenen. Om die reden heeft zij er niet aan gedacht om haar plannen vooraf met de vader te bespreken. De moeder heeft erkend dat zij dit anders had moeten aanpakken.
4.3
De vader heeft tijdens de zitting laten weten dat hij niet wil dat de moeder met de kinderen naar Colombia reist, omdat de zorgregeling niet goed loopt en omdat hij bang is dat de moeder en de kinderen niet terugkomen naar Aruba.
4.4
De ouders kunnen niet tot overeenstemming komen, zodat het Gerecht een beslissing moet nemen. Op grond van artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba kunnen geschillen over de gezamenlijke uitoefening van het gezag op verzoek van de ouders of één van hen aan het Gerecht worden voorgelegd. De rechter neemt een zodanige beslissing als hem in het belang van de kinderen wenselijk voorkomt.
4.5
Naar het oordeel van het Gerecht is de voorgenomen reis in het belang van de kinderen. Dat de zorgregeling niet goed loopt, is geen reden om de kinderen een korte vakantie te onthouden. De communicatie over de zorgregeling is een probleem dat de ouders onderling moeten oplossen. Het heeft er alle schijn van dat de vader zijn boosheid tegen de moeder uit over de rug van de kinderen. Volgens de vader houdt de moeder de kinderen bij hem weg, terwijl volgens de moeder de vader geen interesse toont in de kinderen. De WhatsApp-berichten die de moeder heeft overgelegd lijken erop te wijzen dat de moeder gelijk heeft, maar dat is voor deze procedure niet van belang: de zorgregeling en de vakantie zijn twee aparte onderwerpen, en bovendien moeten de kinderen niet het slachtoffer worden van ruzies tussen de ouders.
4.6
De vader heeft verder zijn gestelde zorg dat de moeder niet zal terugkeren met de kinderen op geen enkele manier onderbouwd. Daartegenover staat dat de moeder een retourticket heeft geboekt, dat zij een reservering van een bungalow voor een afgebakende periode heeft laten zien, dat zowel zij als haar partner werk hebben in Aruba en dat niemand van hen enige band heeft met Colombia. Waarom de moeder dan met de kinderen in Colombia zou willen achterblijven, heeft de vader niet duidelijk gemaakt. Bovendien heeft de moeder gesteld dat zij vorige week, toen bleek dat zij niet met de kinderen kon reizen, aan de vader heeft gevraagd of de kinderen dan een paar dagen bij hem konden blijven (wat hij overigens vervolgens heeft geweigerd). Ook die reactie van de moeder geeft geen aanleiding te denken dat de moeder van plan is de kinderen te ontvoeren.
4.7
De moeder heeft verder haar reis goed voorbereid en heeft ook toestemming gekregen van de school van de kinderen. Er zijn geen concrete zorgen over de reis, en de kinderen verheugen zich daarop. Al met al is dus de reis in het belang van de kinderen.
4.8
Het Gerecht zal daarom de toestemming van de vader vervangen. Dit betekent dat de moeder naar Arubaans recht (welk recht van toepassing is in deze situatie omdat de kinderen in Aruba wonen) niet langer de handtekening van de vader nodig heeft om naar Colombia te reizen, of om Colombia uit te reizen naar Aruba. De handtekening van de rechter vervangt immers alle handtekeningen die de vader zou moeten zetten op toestemmingsformulieren die de autoriteiten in Aruba en Colombia gebruiken.
Kinderalimentatie
4.9
De vader heeft tijdens de zitting toegezegd dat hij met ingang van 1 december 2025 – via de Voogdijraad – een bedrag van Afl. 250,- per kind per maand aan kinderalimentatie zal betalen. Dit is een voorlopige afspraak, die moet worden nagekomen totdat partijen andere afspraken hebben gemaakt of de rechter een andere beslissing neemt.
Plan di Mayor
4.1
Gebleken is dat de verhoudingen tussen de ouders slecht zijn. Zij zijn het er ook over eens dat de zorgregeling niet goed verloopt. Om die reden hebben zij op de zitting afgesproken dat zij zich zullen aanmelden bij Plan di Mayor voor (in ieder geval) communicatiebegeleiding en hulp bij het vaststellen van een nieuwe zorgregeling.
4.11
Het Gerecht gaat ervan uit dat beide ouders zich zo snel mogelijk aanmelden bij Plan di Mayor en dat zij zich inspannen om het mediationtraject te laten slagen.
Proceskostenveroordeling
4.12
De moeder heeft gevorderd dat de vader wordt veroordeeld in de proceskostenveroordeling. De vader heeft zich daartegen niet verweerd en het Gerecht zal bepalen dat de vader de proceskosten van de moeder moet betalen. Hoewel het klopt dat de moeder voorafgaand aan haar reis met de vader had moeten overleggen, heeft de vader geen enkele goede reden gegeven waarom hij niet met de reis wil instemmen. Het kan wel zijn dat hij boos is op de moeder, maar de kinderen mogen daarvan niet de dupe worden. Daarnaast heeft de vader niet betwist dat hij uiteindelijk – toen hij een advocaat had geraadpleegd – heeft toegezegd de toestemmingsformulieren te tekenen, maar dat hij vervolgens bij de advocaat is weggelopen en zijn handtekening alsnog niet heeft gezet. Daardoor heeft hij de moeder gedwongen een advocaat in te schakelen en een procedure bij het Gerecht te beginnen. Om die reden ziet het Gerecht reden om af te wijken van het gebruik dat in familiezaken de beide ouders hun eigen proceskosten dragen.
4.13
De proceskosten van de moeder worden begroot op Afl. 450,- aan griffierecht, Afl. 225,- aan explootkosten en Afl. 1.000,- aan salaris van de gemachtigde.

5.DE UITSPRAAK

Het Gerecht:
verleent vervangende toestemming aan de moeder ([eiseres]) om met de minderjarigen
- [ Minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2018 in [locatie], [geboorteplaats 1]; en
- [ Minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2019 in [geboorteplaats];
van en naar Colombia te reizen en aldaar te verblijven in de periode van 8 november 2025 tot en met 12 november 2025;
bepaalt dat de toestemming van het Gerecht de noodzakelijke toestemming van de vader ([gedaagde]) vervangt, wat betekent dat de vader de gebruikelijke toestemmingsformulieren die in Aruba en Colombia worden gebruikt niet zelf hoeft te ondertekenen (de handtekening van de rechter komt in de plaats van die van de vader);
bepaalt dat de vader voorlopig (totdat in een bodemprocedure anders wordt bepaald of partijen andere afspraken maken) een bedrag van Afl. 250,- per kind per maand zal betalen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen, vanaf 1 december 2025 maandelijks bij vooruitbetaling aan de Voogdijraad te voldoen;
veroordeelt de vader in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van de moeder worden begroot op Afl. 450,- aan griffierecht, Afl. 225,- aan explootkosten en Afl. 1.000,- aan salaris van de gemachtigde;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Brandt, rechter in dit Gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van vrijdag 7 november 2025 in aanwezigheid van de griffier.