ECLI:NL:OGEAA:2025:367

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
28 november 2025
Publicatiedatum
22 januari 2026
Zaaknummer
P-2025/00706
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak in strafzaak wegens verkrachting en ontucht met minderjarige stiefdochter door gebrek aan steunbewijs

In de strafzaak tegen de verdachte, geboren in 1989 en thans gedetineerd in Aruba, heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba op 28 november 2025 uitspraak gedaan. De verdachte werd beschuldigd van het plegen van ontuchtige handelingen met zijn minderjarige stiefdochter, geboren in 2012, in de periode van 1 januari 2025 tot en met 3 april 2025. Tijdens de openbare terechtzitting op 7 november 2025 was de verdachte aanwezig, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. D.M. Canwood, terwijl de benadeelde partij werd vertegenwoordigd door mr. D.G. Croes. De officier van justitie, mr. C.M.J.M. van Buul, eiste een gevangenisstraf van 48 maanden, maar de verdediging pleitte voor vrijspraak.

Het Gerecht concludeerde dat er onvoldoende wettig bewijs was om de verdachte te veroordelen. De verklaringen van het vermeende slachtoffer waren weliswaar gedetailleerd en consistent, maar er ontbrak steunbewijs uit andere bronnen. De verklaringen van getuigen waren niet voldoende om de aangifte te onderbouwen, aangezien deze voornamelijk gebaseerd waren op wat zij van het slachtoffer hadden vernomen. Het Gerecht benadrukte dat in zedenzaken, waar vaak slechts twee personen bij de vermeende handelingen aanwezig zijn, het bewijs niet uitsluitend op basis van één bron kan worden aangenomen.

Uiteindelijk werd de verdachte vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten, en werd de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard. Het Gerecht gelastte tevens de teruggave van in beslag genomen voorwerpen aan de verdachte. Deze uitspraak werd gedaan door rechter mr. I.L. Gerrits, bijgestaan door mw. M.V. Alvarez als zittingsgriffier.

Uitspraak

Parketnummer: P-2025/00706
Zaaknummer: 370 van 2025
Uitspraak: 28 november 2025 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[Verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1989 in [geboorteplaats],
wonende in [woonplaats],
thans gedetineerd in het huis van bewaring in Aruba.
Onderzoek van de zaak
Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 7 november 2025. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. D.M. Canwood, advocaat in Aruba.
Namens de benadeelde partij is verschenen mr. D.G. Croes.
De officier van justitie, mr. C.M.J.M. van Buul, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het onder 1 en 2 primair tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van achtenveertig (48) maanden, met aftrek van voorarrest.
Haar vordering behelst voorts:
- de teruggave van de onder de verdachte in beslag genomen mobiele telefoons aan de verdachte.
De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van alle aan hem ten laste gelegde feiten.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd:
1. dat hij meermalen in of omstreeks de periode van 1 januari 2025 tot en met 3 april 2025 in Aruba, met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 2012, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], immers heeft hij verdachte,
- die [slachtoffer] op haar mond gezoend en/of de borsten van die [slachtoffer] onder de kleding betast vastgehouden en/of
- zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd en/of gebracht
en/of gehouden:
2.
primair
dat hij meermalen, in of omstreeks de periode van 1 januari 2025 tot en met 3 april 2025 in Aruba, (telkens) ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig stiefkind/ een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige, te weten [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 2012, bestaande die ontucht hierin dat hij, verdachte, (telkens)
  • die [slachtoffer] op haar mond heeft gezoend en/of
  • de borsten van die [slachtoffer] onder de kleding heeft betast/vastgehouden
subsidiair
dat hij meermalen in of omstreeks de periode van 1 januari 2025 tot en met 3 april 2025 in Aruba, opzettelijk met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 2012,
  • die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande die ontucht hierin dat hij, verdachte (telkens) die [slachtoffer] op haar mond heeft gezoend en/of ,
  • de borsten van die [slachtoffer] onder de kleding heeft betast en/of
heeft vastgehouden.
Formele voorvragen
Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
Vrijspraak
Het Gerecht is van oordeel dat voor het tenlastegelegde onvoldoende wettig bewijs voorhanden is. Het Gerecht overweegt daartoe als volgt.
Aan verdachte is een zedendelict ten laste gelegd. Zedenzaken kenmerken zich doorgaans door het feit dat slechts twee personen aanwezig zijn bij de vermeende seksuele handelingen: het veronderstelde slachtoffer en de veronderstelde dader. Ook in de onderhavige zaak is dit het geval. Dit brengt met zich dat, bij een ontkennende verdachte zoals in deze zaak het geval is, veelal slechts de verklaringen van het veronderstelde slachtoffer als wettig bewijsmiddel voorhanden zijn. In de wet is bepaald dat het bewijs dat de verdachte een feit heeft begaan niet uitsluitend kan worden aangenomen op basis van één bewijsmiddel, zoals een aangifte. Ook als de verklaring van een aangever betrouwbaar wordt geacht, is die enkele verklaring onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen. De verklaring moet in ieder geval ondersteund worden door één bewijsmiddel uit een andere bron. Naast de aangifte is er dus steunbewijs nodig. Dat ondersteunend bewijsmateriaal mag niet in een te ver verwijderd verband staan met de verklaring van de aangever.
Indachtig voornoemd uitgangspunt komt het Gerecht tot de volgende overwegingen.
Het Gerecht stelt voorop dat de verklaringen van [slachtoffer] op zichzelf betrouwbaar lijken te zijn. [Slachtoffer] heeft zowel tegen de politie, haar moeder en de vriendin van haar moeder [getuige 1] verklaard over de ontuchtige handelingen die de verdachte met haar zou hebben gepleegd. Haar verklaringen zijn gedetailleerd en consistent. Maar de verklaring van [slachtoffer] wordt onvoldoende ondersteund door ander bewijs om te kunnen komen tot wettig bewijs.
Zo kunnen de verklaringen van de moeder van [slachtoffer] en van getuige [getuige 1] niet als steunbewijs dienen, omdat deze zijn te herleiden tot één bron, te weten [slachtoffer]. Beiden verklaren niet uit eigen waarneming, maar over wat zij van [slachtoffer] hebben vernomen. De getuige [getuige 1] heeft weliswaar uit eigen waarneming een gedragsverandering geconstateerd bij [slachtoffer], maar deze waarneming heeft zij gedaan nadat [slachtoffer] van huis was gelopen, waarbij [slachtoffer] in de periode dat zij weg was (ook) seksueel misbruikt zou zijn door ene Jhair en mogelijk nog anderen. Deze waargenomen gedragsverandering ziet dan ook niet zonder meer op het vermeende misbruik door de verdachte.
En ook de door getuige [getuige 2] afgelegde verklaring kan niet als ondersteunend bewijs worden gebruikt. Zij is niet getuige geweest van seksueel misbruik en spreekt enkel vermoedens uit. Haar verklaring dat [slachtoffer] bevriest als zij de verdachte ziet, duidt ook niet zonder meer op seksueel misbruik. Getuige [getuige 2] heeft daarnaar gevraagd bij de moeder van [slachtoffer] en moeder verklaarde dat het normaal is en dat [slachtoffer] en de verdachte elkaar niet leuk vinden.
Het Gerecht heeft zich ook de vraag gesteld of het aspect van de “gummy’s” als steunbewijs zou kunnen dienen. [Slachtoffer] heeft verklaard dat de verdachte haar lustopwekkende gummy’s gaf. Voor haar moeder was dit reden om [slachtoffer] te geloven, omdat de verdachte haar ook altijd die gummy’s gaf. De vergelijking met het “Zakdoekjes-arrest” (ECLI:NL:HR:2020:1095) dringt zich op. Maar anders dan in dat arrest, is het Gerecht van oordeel dat het niet zo is dat [slachtoffer] uitsluitend op de hoogte kon zijn van die gummy’s doordat zij daadwerkelijk door de verdachte is misbruikt. Zij had op het moment van haar aangifte op een andere wijze wetenschap gekregen van die gummy’s. Verdachte heeft verklaard dat hij de gummy’s invoerde en verkocht en dat zij open en bloot in zijn auto lagen. [slachtoffer] heeft er naar zijn zeggen ook wel eens naar gevraagd en verdachte heeft toen uitgelegd wat het waren. [Slachtoffer] zelf heeft verklaard dat zij de gummy’s op de dag van de bruiloft van haar moeder en de verdachte heeft gestolen en geproefd. De verklaring van [slachtoffer] over de gummy’s die zij van de verdachte zou hebben gekregen voor het vermeende seksueel misbruik, kan dan ook niet als steunbewijs dienen.
Alles overziend, moet worden geconcludeerd dat de verklaring van [slachtoffer] op zichzelf staat. Dat betekent niet dat het seksueel misbruik niet gebeurd kan zijn, maar er is onvoldoende wettig bewijs om tot een bewezenverklaring te komen.
De verdachte zal daarom worden vrijgesproken.
In beslag genomen voorwerpen
Aan de orde zijn voorts de onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen.
Het Gerecht is van oordeel dat zich geen strafvorderlijk belang verzet tegen teruggave aan de verdachte van de onder de verdachte in beslag genomen
  • mobiele telefoon van het merk Samsung, model Galaxy S23 Ultra en zwart van kleur. Daarom zal daarvan de teruggave aan de verdachte worden gelast;
  • mobiele telefoon van het merk Samsung, model Galaxy A54 en paars van kleur.
De voorwerpen behoren toe aan de verdachte. Het Gerecht zal de teruggave daarvan aan de verdachte gelasten, nu de voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring dan wel onttrekking aan het verkeer.
Schadevergoeding
[Vertegenwoordiger] heeft zich, in de hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van het slachtoffer [slachtoffer], in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt Afl. 15.000 aan immateriële schade.
De verdediging heeft de vordering betwist.
Nu de verdachte van de ten laste gelegde feiten zal worden vrijgesproken, zal de vordering van de benadeelde partij niet ontvankelijk worden verklaard.
Voorlopige hechtenis
Het geschorste bevel voorlopige hechtenis is bij afzonderlijke beslissing reeds opgeheven.

BESLISSING

Het Gerecht:
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 en 2 primair en subsidiair ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
gelast de teruggave van de onder de verdachte in beslag genomen mobiele telefoons aan de verdachte;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.
Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. I.L. Gerrits, bijgestaan door mw. M.V. Alvarez, (zittingsgriffier), en op 28 november 2025 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Aruba.
uitspraakgriffier:
Inhoudsindicatie: Vrijspraak verkrachting/ontucht met minderjarige stiefdochter gelet op gebrek aan steunbewijs.