In de strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van oplichting van het land Aruba door betrokkenheid bij het aanstellen van een spookambtenaar, heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba het Openbaar Ministerie ontvankelijk verklaard maar de verdachte vrijgesproken. Het onderzoek betrof het deelonderzoek “Spookambtenaren” binnen het bredere Flamingoonderzoek, gericht op fraude met arbeidsovereenkomsten bij het ministerie van Ruimtelijke Ontwikkeling, Infrastructuur en Milieu (ROIM).
De officieren van justitie stelden dat verdachte medeverdacht was van oplichting omdat een werknemer op de loonlijst van het ministerie stond zonder daadwerkelijk werkzaamheden te verrichten, terwijl hij voor het tequillabedrijf van verdachte werkte. Verdachte ontkende betrokkenheid en voerde aan dat hij grotendeels in het buitenland verbleef gedurende de ten laste gelegde periode en dat het enkel feit dat hij zoon was van de toenmalige minister ROIM onvoldoende was voor een veroordeling.
Het Gerecht oordeelde dat de bewijsvoering onvoldoende was om te concluderen dat verdachte bewust en nauw betrokken was bij de oplichting. Er was geen bewijs dat verdachte invloed had op de aanstelling of dat hij actief deelnam aan de misleiding. De enkele kennis van het dienstverband en het bestaan van het tequillabedrijf was onvoldoende voor een bewezenverklaring. Daarom sprak het Gerecht verdachte vrij van de ten laste gelegde oplichting.