In deze zaak heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba op 2 april 2025 uitspraak gedaan over de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap tussen de man en de vrouw. De procedure omvatte meerdere tussenvonnissen waarin stukken werden opgevraagd en ingediend, waaronder bankgegevens en belastingaangiften. Vanwege het ontbreken van bepaalde stukken werd het saldo van de Nederlandse ING-rekening per peildatum vastgesteld op het saldo uit 2015.
De verdeling van de gemeenschap omvat onder meer de toedeling van de woning aan de man met een overbedelingsvergoeding aan de vrouw, de verdeling van hypothecaire geldleningen, bankrekeningen, de inboedel en een auto. Daarnaast zijn schulden aan de vader van de man en een lening bij de CMB verdeeld. De vrouw is verplicht diverse bedragen aan de man te betalen, waaronder een deel van de hypotheeklasten die de man na de peildatum heeft voldaan.
Het Gerecht benoemt mevrouw S.J.B. Torres als onzijdige persoon die de vrouw zal vertegenwoordigen indien zij onwillig is bij het verlijden van de akte van verdeling. De kosten van deze onzijdige persoon komen voor rekening van de vrouw. De kosten van de notaris worden door partijen gelijkelijk gedragen. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
De uitspraak regelt tevens de wijze van betaling en verrekening van de verschillende bedragen en verplicht partijen tot gezamenlijke betaling van de grondbelasting. Het vonnis wijst alle overige vorderingen af.