Uitspraak
[Gedaagde 1],
[Gedaagde 2],
DE PROCEDURE
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
In deze zaak heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba op 7 januari 2026 uitspraak gedaan in een vordering tot ontruiming van een woning. De eiser, [eiser], fungeert als curator van de nalatenschap van wijlen [erflater], die op 7 februari 2021 is overleden. De gedaagden, [gedaagde 1] en [gedaagde 2], zijn respectievelijk de weduwe en de zoon van de erflater. De curator vordert dat de gedaagden de woning, die deel uitmaakt van de failliete nalatenschap, binnen drie maanden na betekening van het vonnis ontruimen. De curator stelt dat de nalatenschap meer schulden dan bezittingen heeft, waardoor de woning moet worden verkocht om de schuldeisers te kunnen betalen. De gedaagden voeren verweer, maar het Gerecht oordeelt dat zij geen recht hebben om in de woning te blijven wonen, aangezien het vruchtgebruik dat aan [gedaagde 1] was gelegateerd nooit is gerealiseerd. Het Gerecht wijst de vordering van de curator toe en bepaalt dat de gedaagden de woning moeten verlaten, met een termijn van drie maanden voor ontruiming. Tevens worden de gedaagden veroordeeld in de proceskosten.