FCCA heeft op 29 oktober 2013 een huurovereenkomst gesloten met [gedaagde] voor een woning te Aruba tegen een maandelijkse huurprijs van Afl. 111,-. Op 19 februari 2026 heeft FCCA de huurovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden vanwege een huurachterstand van Afl. 2.558,51, het niet als hoofdverblijf gebruiken van de woning en de deplorabele staat van het gehuurde.
Tijdens wijkcontroles in februari 2026 werd vastgesteld dat [gedaagde] niet in de woning aanwezig was. In de mondelinge behandeling op 26 maart 2026 heeft [gedaagde] verklaard sinds februari 2026 een baan te hebben, maar geen betalingen te hebben verricht voor de huur van maart 2026 of de achterstand.
Het Gerecht oordeelt dat de huurachterstand van ruim 23 maanden een ernstige tekortkoming vormt die ontbinding en ontruiming rechtvaardigt. Daarnaast acht het Gerecht aannemelijk dat [gedaagde] de woning niet als hoofdverblijf gebruikt en noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden niet toestaat. De gevorderde dwangsom wordt gematigd en gemaximeerd vanwege de mogelijkheid van gedwongen ontruiming door een deurwaarder.
Het vonnis beveelt [gedaagde] de woning uiterlijk 31 mei 2026 te ontruimen en veroordeelt hem in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.