ECLI:NL:OGEAA:2026:138
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Bodemzaak
- A.H.M. van de Leur
- Rechtspraak.nl
Verdeling ontbonden huwelijksgoederengemeenschap en gebruiksvergoeding woning
In deze civiele bodemzaak heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba op 13 mei 2026 uitspraak gedaan over de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap tussen eiseres en gedaagde. Partijen konden geen akkoord bereiken over de verdeling na hun echtscheiding in juni 2019, waarna het Gerecht zelf de verdeling heeft vastgesteld.
De gemeenschap omvatte onder meer een woning, twee auto's, inboedel, bankrekeningen en diverse schulden. De woning wordt verkocht via een makelaar met een onderhands verkooptraject van 12 maanden, waarna een openbare veiling kan volgen. De netto verkoopopbrengst wordt gelijkelijk verdeeld, rekening houdend met de schulden en verrekeningen.
Gedaagde woont sinds de echtscheiding in de woning en gebruikt de inboedel, waarvoor een gebruiksvergoeding is vastgesteld op 5% van de helft van de woningwaarde, resulterend in een maandelijkse vergoeding van Afl. 494,30 vanaf juni 2019. Na verrekening van overbedelingen en schulden is gedaagde aan eiseres een bedrag van Afl. 66.858,83 verschuldigd, te vermeerderen met de gebruiksvergoeding voor elke maand na mei 2026.
De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders verzochte is afgewezen.
Uitkomst: Het Gerecht stelt de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap vast en bepaalt dat gedaagde een gebruiksvergoeding aan eiseres moet betalen.