Uitspraak
1.[Gedaagde 1],
gemachtigde: de advocaat mr. S.M. Paesch,
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
In deze zaak vordert eiser de onmiddellijke opheffing van een loonbeslag dat op zijn salaris is gelegd door gedaagde 2, wegens onrechtmatigheid en onjuiste betekening van de grosse van de beschikking. Het beslag is gelegd nadat eiser geen partneralimentatie had voldaan, maar eiser had zijn adres gewijzigd zonder dat dit correct was verwerkt bij de betekening.
Het Gerecht stelt vast dat de grosse van de beschikking en het loonbeslag aan het oude adres van eiser zijn betekend, terwijl hij op dat moment al was verhuisd. Dit is in strijd met artikel 430 lid 3 Rv Pro, dat vereist dat executoriale titels op de juiste wijze aan de geëxecuteerde worden betekend. Hierdoor is het beslag onrechtmatig en wordt het opgeheven.
Eiser vordert ook restitutie van de ingehouden bedragen, maar het Gerecht oordeelt dat deze betalingen niet onverschuldigd zijn gedaan omdat eiser op grond van een geldige titel verplicht was tot betaling. Daarnaast wijst het Gerecht de vorderingen tot schadevergoeding en herberekening van alimentatie af wegens onvoldoende onderbouwing.
De proceskosten worden gecompenseerd tussen partijen. Het vonnis is gewezen door rechter A.H.M. van de Leur en uitgesproken op 7 januari 2026.
Uitkomst: Het loonbeslag wordt opgeheven wegens onjuiste betekening, maar restitutie en schadevergoeding worden afgewezen.