Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:OGEAA:2026:143

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
1 juni 2026
Publicatiedatum
8 juni 2026
Zaaknummer
167 van 2026
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Landsverordening Verdovende MiddelenArt. 11 Landsverordening Verdovende MiddelenArt. 1:62 Strafrecht ArubaArt. 1:67 Strafrecht ArubaArt. 1:68 Strafrecht Aruba
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor langdurige kleinschalige handel in cocaïne in Aruba

De verdachte werd beschuldigd van het bezit, de verkoop en aflevering van cocaïne in Aruba gedurende de periode van 1 juni 2025 tot en met 5 december 2025. De handel betrof kleinschalige verkoop aan eindgebruikers, maar vond plaats over een lange periode.

Tijdens de terechtzitting op 11 mei 2026 werden de standpunten van de officier van justitie en de verdediging gehoord. De verdediging betwistte de betrouwbaarheid van de getuigenverklaringen, maar het gerecht achtte deze verklaringen concreet, specifiek en ondersteund door andere bewijsmiddelen zoals inbeslaggenomen drugs en laboratoriumrapporten.

Het gerecht verklaarde de ten laste gelegde feiten bewezen en kwalificeerde deze als opzettelijk handelen in strijd met de landsverordening verdovende middelen. De verdachte werd veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van negen maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest. Daarnaast werden bepaalde inbeslaggenomen voorwerpen onttrokken aan het verkeer of verbeurd verklaard, terwijl andere werden teruggegeven aan de verdachte.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot negen maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf met aftrek van voorarrest wegens langdurige kleinschalige handel in cocaïne.

Uitspraak

Parketnummer: P-2025/02284
Zaaknummer: 167 van 2026
Uitspraak van: 1 juni 2026 (op tegenspraak)
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de strafzaak tegen de verdachte:
[Verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1963 in [geboorteplaats],
wonende in [woonplaats], [adres],
thans gedetineerd in het [detentieplaats],
hierna: de verdachte.

1.Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 mei 2026.
Het Gerecht heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van de officier van justitie mr. C. van Buul, en van wat de verdachte en zijn raadsman, mr. S.O.R.’G. Faarup, advocaat in Aruba, naar voren hebben gebracht.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd:
dat hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2025 tot en met 5 december 2025 in Aruba tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een hoeveelheid cocaïne, in elk geval enige bereiding van deze stof, in bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad en/of heeft verkocht en/of heeft afgeleverd en/of heeft vervoerd.

3.Voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4.Beoordeling van het bewijs

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft aangevoerd dat de verklaringen van de getuigen, die belastend over verdachte hebben verklaard, te algemeen en niet specifiek genoeg althans tegenstrijdig zijn. De getuigenverklaringen kunnen volgens de raadsman niet als wettig en overtuigend bewijs worden gebruikt. De raadsman heeft vrijspraak bepleit van hetgeen ten laste is gelegd.
4.3
Het oordeel van het Gerecht
Het Gerecht is van oordeel dat de hierna aangehaalde verklaringen voldoende concreet en specifiek zijn. De verklaringen vinden steun in elkaar en de overige bewijsmiddelen in het dossier. Het Gerecht heeft geen reden om aan de betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen. Zij zijn daarom bruikbaar voor het bewijs.
4.4
Bewezenverklaring
Het Gerecht acht wettig en overtuigend bewezen:
dat hij op
een of meertijdstippen in
of omstreeksde periode van 1 juni 2025 tot en met 5 december 2025 in Aruba
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijk een hoeveelheid cocaïne,
in elk geval enige bereiding van deze stof,in bezit heeft gehad en
/ofaanwezig heeft gehad en
/ofheeft verkocht en
/ofheeft afgeleverd en
/of heeft vervoerd.
Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan wordt vrijgesproken.
4.4.7
Bewijsmiddelen [1]
Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring. De inhoud van de bewijsmiddelen is telkens zakelijk weergegeven.
1. De verklaring van de verdachte, op 11 mei 2026 afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting, voor zover inhoudende:
Het klopt dat ik [bijnaam van verdachte] word genoemd. Ik geef drugs aan de zwervers die ik bij [locatie] tegenkom. Ik geef de drugs niet altijd gratis.
2. Proces-verbaal onderzoek woning te [adres], d.d. 6 december 2025,
bijlage 21van het dossier:
Onderzoek woning te [adres]
Verdachte: [verdachte]
De navolgende voorwerpen werden aangetroffen:
- Een plastic potje inhoudende een X aantal witte steentjes in aluminiumfolie gelijkende aan cocaïne, op de tafel in de woonkamer (code [woonkamer code 1])
- Een plastic zakje inhoudende witte steentjes gelijkende aan cocaïne, in een zwarte heuptas in een kartonnendoos in de woonkamer (code [woonkamer code 2])
3. Proces-verbaal wegen en testen verdovende middelen, d.d. 6 december 2025,
bijlage 105van het dossier:
Waarmerken
Vervolgens werden de inbeslaggenomen verdovende middelen met de letter/cijfer combinatie gewaarmerkt, namelijk:
- Een plastic potje inhoudende een X aantal witte steentjes in aluminiumfolie gelijkende aan cocaïne, voorzien van het inbeslagname code [woonkamer code 1], gewaarmerkt C1 t/m C10.
- Een plastic zakje inhoudende witte steentjes gelijkende aan cocaïne, voorzien van het inbeslagname code [woonkamer code 2], gewaarmerkt C11.
Wegen
Wij, verbalisanten, hadden vervolgens bovengenoemde verdovende middelen, elk afzonderlijk op een geijkte fijn weger gewogen. De gewichten hiervan bedroegen: totaal 5,76 gram.
Fieldtest cocaine
Wij, verbalisanten, hebben een kleine hoeveelheid van de witte steentjes gelijkende aan cocaïne gewaarmerkt C1 genomen en in buisje bestemd voor het testen van cocaïne gedaan en vervolgens de zogenaamde fieldtest genomen. De test viel positief uit in die zin dat nadat de vloeistof in het buisje in aanraking was gekomen met de substantie, deze in een blauw kleur veranderde, hetgeen de aanwezigheid van cocaïne en/of haar zouten aanduidt.
Monsterneming en verzoek landslaboratorium
Ik, verbalisant, heb vanuit de waarmerken C4 en C11, van elk een kleine hoeveelheid genomen en in aparte potjes gedaan. Voornoemde potjes zullen later naar de Gerechtelijke deskundige, de toxicoloog, [toxicoloog], worden verzonden met het verzoek om na te gaan of de inhoud van deze potjes onder de bepalingen van de Landsverordening Verdovende Middelen vallen.
4. Een geschrift, zijnde een rapport [toxicoloog], toxicoloog, d.d. 30 januari 2026,
bijlage 106van het dossier, voor zover inhoudende:
Verdachte: [Verdachte] en [medeverdachte]
Onderzoek
Kenmerk Omschrijving Conclusie
C4 Monster witachtige brokjes bevat cocaïne
C11 Monster witachtige brokjes bevat cocaïne
5. Proces-verbaal van 2de verhoor verdachte [medeverdachte 1], d.d. 8 december 2025,
bijlage 139van het dossier, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte:
Ik gebruik crack/cocaïne base. [Getuige] komt drugs voor mijn oom brengen. [Getuige] is de leverancier van mijn oom. Hij levert crack voor mijn oom [bijnaam van verdachte]. [Bijnaam van verdachte] verkoopt crack. Hij verkoopt het bij [locatie] en levert het aan zijn klanten.
6. Proces-verbaal van 1ste verhoor verdachte [medeverdachte 2], d.d. 10 december 2025,
bijlage 159van het dossier, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte:
Ik gebruik piedra/cocaïnesteentjes. Om de twee dagen kan ik iets van 25,- Florin gebruiken. Dus cocaïne steentjes met een waarde van 25,- Florin. Ik koop de cocaïne steentjes van [bijnaam van verdachte]. Ik weet zijn echte naam niet en ook van [betrokkene]. U houdt mij een foto voor van verdachte [verdachte] en ik herken hem als [bijnaam van verdachte]. Ik koop 2 keer per week cocaïne steentjes van [verdachte]. In het begin kocht ik cocaïne steentjes voor 10,- Florin, maar in de laatste tijden verkocht hij alleen cocaïne steentjes van 25.- Florin. De eerste keer dat ik cocaïne steentjes van [verdachte] had gekocht was ongeveer 4 maanden geleden. De laatste keer dat ik cocaïne steentjes van [verdachte] had gekocht was misschien 2 weken geleden.
7. Proces-verbaal van 1ste verhoor verdachte [medeverdachte 3], d.d. 10 december 2010,
bijlage 173van het dossier, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte:
Ik gebruik piedra/cocaïnesteentjes en marihuana. Ik koop ook van [bijnaam van verdachte]. U houdt mij een foto voor van verdachte [verdachte] en ik herken hem als [bijnaam van verdachte]. Ik koop iedere dag piedra van [verdachte] en betaal Afl. 10,- voor een stuk piedra. De eerste keer dat ik piedra van hem heb gekocht was ongeveer 6 maanden geleden en de laatste dag was één dag voor zijn aanhouding.
8. Proces-verbaal van 1ste verhoor verdachte [medeverdachte 4], d.d. 11 december 2025,
bijlage 176van het dossier, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte:
Ik gebruik crack/cocaïnesteentjes/piedra. Bijna elke dag gebruik ik iets van 10,- Florin aan cocaïnesteentjes. In de weekeinde kan ik iets van 25,- Florin gebruiken. Ik koop van [bijnaam van verdachte]. Hij is een goede vriend van mij. Elke keer als ik aan hem vraag voor drugs, zorgt hij ervoor dat ik mijn drugs krijg.
U houdt mij een foto voor van verdachte [verdachte] en ik herken hem als [bijnaam van verdachte]. [Verdachte] verkoopt crack. Ik koop bijna elke dag 3 á 4 keren van hem. Als ik de geld heb, dan koop ik zeker 3 á 4 keren van hem. Ik betaal soms 20,- Florin en soms 25,- Florin. Het hangt af van mijn budget. Zo’n 6 à 7 maanden geleden was de eerste keer dat ik cocaïne steentjes van [verdachte] had gekocht. De laatste keer was vorige week.
9. Proces-verbaal van 1ste verhoor verdachte [medeverdachte 5], d.d. 13 december 2025,
bijlage 188van het dossier, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte:
Ik gebruik crack/cocaïnesteentjes/piedra. Ik koop af en toe verdovende middelen van [verdachte]. Hij is een vriend van mij. U houdt mij een foto voor van verdachte [verdachte] en ik herken hem als [bijnaam van verdachte]. Ik koop 1 a 2 keer per week crack bij hem voor 10,- Florin. Ik bel hem en zeg tegen hem dat ik crack nodig heb en komt hij het voor mij afleveren. Zes maanden geleden was de eerste keer dat ik cocaïne steentjes van [verdachte] had gekocht en vorige week was de laatste keer.

5.De kwalificatie en de strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid onder B en C, van de landsverordening verdovende middelen, strafbaar gesteld bij artikel 11 van Pro deze landsverordening,
Dit feit is strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dan ook strafbaar.

7.Motivering van de straf

7.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd de verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
7.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft subsidiair een strafmaatverweer gevoerd en verzocht, gelet op de aard en omvang van het bewezenverklaarde en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, een gevangenisstraf op te leggen gelijk aan de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht.
7.3
Het oordeel van het Gerecht
Bij het bepalen van de straf heeft het Gerecht rekening gehouden met de aard en ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Het Gerecht heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van de verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de handel in cocaïne. De rol van verdachte beperkte zich tot kleinschalige verkoop aan eindgebruikers, maar daar staat tegenover dat verdachte wel gedurende een lange periode gedeald heeft. Van verdovende middelen is algemeen bekend dat deze verslavend werken en voor de gezondheid van gebruikers daarvan zeer schadelijk zijn. De handel in verdovende middelen gaat gepaard met veel andere vormen van (zware) criminaliteit en vormt dus een groot maatschappelijk probleem. De verdachte heeft met zijn handelen hieraan bijgedragen.
Gelet op de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, is het Gerecht van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
De oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie gaan bij het met enige regelmaat verkopen/afleveren/verstrekken van gebruikershoeveelheden harddrugs gedurende een periode van minder dan zes maanden uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf tussen 12 en 18 maanden en bij een periode van meer dan zes maanden uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van18 maanden of meer.
In het voordeel van verdachte neemt het Gerecht in aanmerking dat uit een uittreksel justitiële documentatie betreffende de verdachte van 30 maart 2026, blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Dat brengt het Gerecht tot de conclusie dat een lagere straf kan worden opgelegd dan door de officier van justitie gevorderd.
Het Gerecht komt, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom dat een onvoorwaardelijk gevangenisstraf voor de duur van negen maanden passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.

8.Het beslag

8.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft ten aanzien van de inbeslaggenomen verdovende middelen onder Ad. 1 (bijlage 110 van het dossier) en de zwarte wapenstok onder Ad. 7 (bijlage 110 van het dossier) gevorderd dat deze zullen worden onttrokken aan het verkeer.
Ten aanzien van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven zwarte weegschaal onder Ad. 3 (bijlage 110 van het dossier) heeft de officier van justitie gevorderd dat deze verbeurd moet worden verklaard.
Ten aanzien van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen Ad. 2, Ad. 4 tot en met 6 en Ad. 8 (bijlage 110 van het dossier) heeft de officier van justitie gevorderd dat deze aan de verdachte worden teruggegeven. Ten aanzien van de inbeslaggenomen geldbedragen heeft de officier van justitie aangevoerd dat uit het dossier niet blijkt dat deze afkomstig zijn uit het bewezenverklaarde feit.
8.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht om teruggave van alle onder de verdachte in beslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen.
8.3
Het oordeel van het gerecht
Het Gerecht beslist dat de verdovende middelen onder Ad. 1 (bijlage 110 van het dossier) en de zwarte wapenstok onder Ad. 7 (bijlage 110 van het dossier) zullen worden onttrokken aan het verkeer. Het ongecontroleerde bezit hiervan is in strijd met de wet en het algemeen belang.
Het Gerecht beslist dat de zwarte weegschaal onder Ad. 3 (bijlage 110 van het dossier) verbeurd zal worden verklaard. Het betreft namelijk een voorwerp met behulp van welke het feit is begaan of voorbereid.
Het Gerecht gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen Ad. 2, Ad. 4 tot en met 6 en Ad. 8 (bijlage 110 van het dossier), nu zich hiertegen geen strafvorderlijk belang verzet.

12.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:62, 1:67, 1:68, 1:74, 1:75, 1:76 en 1:117 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.
DE BESLISSING
Het Gerecht:
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
kwalificeert het bewezenverklaarde als hiervoor omschreven;
verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de
negen [9] maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;
verklaart verbeurd de in beslag genomen en nog niet teruggegeven de zwarte weegschaal onder Ad. 3 (bijlage 110 van het dossier);
beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen de verdovende middelen onder Ad. 1 (bijlage 110 van het dossier) en de zwarte wapenstok onder Ad. 7 (bijlage 110 van het dossier);
gelast de teruggave van de voorwerpen Ad. 2, Ad. 4 tot en met 6 en Ad. 8 (bijlage 110 van het dossier) aan de verdachte.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Diepraam, rechter, bijgestaan door mr. S.M. Eman, (zittingsgriffier), en op 1 juni 2026 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht.

Voetnoten

1.Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in het eindproces-verbaal van het Korps Politie Aruba, Algemene Dienst Unit Narcotica, d.d. 26 maart 2025, geregistreerd onder proces-verbaalnummers 2025-02308, 2025-02284, 2025-02285, 2025-02278 en 2025-02279 en de onderzoeknaam “Dubbel”.