ECLI:NL:OGEAA:2026:16

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
16 januari 2026
Publicatiedatum
27 januari 2026
Zaaknummer
373 van 2025
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor het medeplegen van uitvoer en bezit van verdovende middelen (9177 gram cocaïne)

Op 16 januari 2026 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba uitspraak gedaan in de strafzaak tegen de verdachte, die beschuldigd werd van het medeplegen van uitvoer en bezit van verdovende middelen, specifiek 9177 gram cocaïne. De zaak werd behandeld op tegenspraak, waarbij de verdachte aanwezig was, samen met zijn raadsman mr. P.M.E. Mohamed en de officier van justitie mr. E.D. Schwengle. De tenlastelegging betrof het opzettelijk uitvoeren, afleveren, vervoeren en in bezit hebben van cocaïne in de periode van 1 januari 2025 tot en met 25 februari 2025. Tijdens de zitting op 8 december 2025 werd het onderzoek gesloten en op 16 januari 2026 werd het vonnis uitgesproken.

Het Gerecht oordeelde dat de dagvaarding geldig was en dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk was in zijn vervolging. De verdachte had het ten laste gelegde feit bekend, en er werden geen bewijsverweren gevoerd door de verdediging. Het Gerecht achtte het bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit had begaan, en sprak hem vrij van andere tenlasteleggingen. De strafbaarheid van de verdachte werd niet uitgesloten, en het Gerecht legde een gevangenisstraf op van dertig maanden, met aftrek van voorarrest.

Daarnaast werd er een beslissing genomen over het beslag. De officier van justitie had gevorderd dat de in beslag genomen kisten met cocaïne aan het verkeer zouden worden onttrokken, en dat bepaalde mobiele telefoons en geldbedragen verbeurd zouden worden verklaard. Het Gerecht volgde deze vordering en gelastte de onttrekking aan het verkeer van de cocaïne en verklaarde de mobiele telefoons en geldbedragen verbeurd. De uitspraak is gedaan door mr. I.L. Gerrits, bijgestaan door mr. J. van der Vegte als zittingsgriffier.

Uitspraak

Parketnummer: P-2025/01010
Zaaknummer: 373 van 2025
Uitspraakdatum: 16 januari 2026 (op tegenspraak)
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de strafzaak tegen de verdachte:
[Verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1984 in [geboorteplaats],
wonende in [woonplaats], op het adres [adres],
thans gedetineerd in het [detentieplaats],
hierna: de verdachte.

1.Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 8 december 2025. Het onderzoek is gesloten op 16 januari 2026.
Ter terechtzitting waren aanwezig de officier van justitie mr. E.D. Schwengle, de verdachte en zijn raadsman mr. P.M.E. Mohamed, advocaat in Aruba.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd:
dat hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2025 tot en met 25 februari 2025 in Aruba tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een hoeveelheid cocaïne, in elk geval enige bereiding van deze stof, heeft uitgevoerd en/of afgeleverd en/of heeft vervoerd en/of in bezit en/of aanwezig heeft gehad.

3.Voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4.Beoordeling van het bewijs

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft geen bewijsverweren gevoerd.
4.3
Bewezenverklaring
Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande:
dat hij in
of omstreeksde periode van 1 januari 2025 tot en met 25 februari 2025 in Aruba tezamen en in vereniging met een of meer anderen
, althans alleen,opzettelijk een hoeveelheid cocaïne
, in elk geval enige bereiding van deze stof,heeft uitgevoerd en
/ofafgeleverd en
/ofheeft vervoerd en
/ofin bezit en
/ofaanwezig heeft gehad.
Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan wordt vrijgesproken.
4.4
Bewijsmiddelen [1]
Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.
Nu de verdachte het ten laste gelegde feit heeft bekend en er ter terechtzitting geen vrijspraak is bepleit, volstaat het Gerecht met een opsomming van de bewijsmiddelen:
De
bekennende verklaring van de verdachte, op 8 december 2025 afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting;
Proces-verbaal verdenking d.d. 3 april 2025, nr. 2504031200.AMB, met bijlagen waaronder proces-verbaal van bevinding van Departamento di Aduana Aruba, sectie Douane Recherche en Informatie, d.d. 3 april 2025, nr. 019-BVEV/2025,
bijlage 4van het dossier.
Proces-verbaal wegen en testen verdovende middelen, d.d. 4 april 2025, nr. 2504041020.OIG,
bijlage 61van het dossier.
Geschriften, zijnde een rapport van [toxicoloog], toxicoloog, d.d. 4 april 2025, en een rapport d.d. 24 juni 2025,
bijlage 62van het dossier.

5.Kwalificatie en de strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid onder A, B en C, van de Landsverordening verdovende middelen,
strafbaar gesteld bij artikel 11 van de Landsverordening verdovende middelen.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten.

6.Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dan ook strafbaar.

7.Oplegging van straf

7.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden, met aftrek van voorarrest.
7.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft in het kader van de strafmaat aangevoerd dat de berekening van de hoeveelheid cocaïne in het dossier, die uitkomt op 9177 gram, niet betrouwbaar is en dat er dient te worden uitgegaan van een hoeveelheid van vier kilo cocaïne, en daarmee een lagere straf aan de orde is dan door de officier van justitie is geëist.
7.3
Het oordeel van het Gerecht
Bij het bepalen van de straf heeft het Gerecht rekening gehouden met de aard en ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Het Gerecht heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van de verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft zich samen met een of meer anderen schuldig gemaakt aan – kort gezegd – uitvoer en bezit van verdovende middelen. Van verdovende middelen is algemeen bekend dat deze verslavend werken en voor de gezondheid van gebruikers daarvan zeer schadelijk zijn. De verspreiding van en handel in verdovende middelen gaat gepaard met veel andere vormen van (zware) criminaliteit en vormt dus een groot maatschappelijk probleem. De verdachte heeft met zijn handelen hieraan bijgedragen.
Het Gerecht heeft kennis genomen van een uittreksel justitiële documentatie betreffende de verdachte van 2 oktober 2025, waaruit blijkt dat hij niet eerder voor soortgelijke of andersoortige strafbare feiten is veroordeeld.
Het Gerecht heeft acht geslagen op de oriëntatiepunten straftoemeting, waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid van het Hof en de Gerechten in eerste aanleg zijn neerslag heeft gevonden. Daarin wordt voor de uitvoer van cocaïne met een omvang van 5.001 gram – 10.000 kilogram als indicatie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden gegeven. Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezenverklaarde ook niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
Van de kant van de verdediging is aangevoerd dat uitgegaan moet worden van een lagere hoeveelheid cocaïne. Verdachte heeft immers bekend, maar daarbij aangegeven dat het de bedoeling was ‘slechts’ 4 kilo cocaïne uit te voeren. Voor het bepalen van de straf gaat het Gerecht aan deze stelling voorbij. Het dossier bevat geen aanknopingspunten voor de stelling van verdachte en de wijze van berekening is in het dossier toegelicht. De kern is dat de cocaïne is aangetroffen in geperste houten platen van kisten met een totaalgewicht van 61050 gram. Hiervan zijn 21 monsters genomen en in al deze monsters is cocaïne aangetroffen. Het totale gewicht van de monsters bedraagt 44,4 gram. Hiervan is 15,3 gram gebruikt voor het verrichten van onderzoek. Bij dit onderzoek is 2,3 gram cocaïne aangetroffen. Dat komt dus neer op grofweg (2,3 / 15,3) x 100 = 15% (afgerond) van het onderzochte materiaal. Ervan uitgaande dat de cocaïne gelijkmatig over de kisten is verdeeld, bedraagt de totale hoeveelheid 15% (afgerond) van 61050. Zonder afronding komt dat uit op 9177 gram cocaïne. Van de kant van de verdediging is enkel gesteld dat deze berekening niet betrouwbaar is, maar dat is niet verder toegelicht. Er is niet aangevoerd dat en waarom het onderzochte materiaal niet representatief zou zijn. Het Gerecht is van oordeel dat deze berekening in het kader van de strafmaat voldoende nauwkeurig is.
Het Gerecht is, na een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat een onvoorwaardelijk gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.

8.Het beslag

8.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft ten aanzien van de inbeslaggenomen acht kisten inhoudende cocaïne gevorderd dat deze worden onttrokken aan het verkeer. Ten aanzien van de inbeslaggenomen mobiele telefoons en geldbedragen van 175 AWG en 182 USD heeft de officier van justitie gevorderd dat deze verbeurd worden verklaard. Ten aanzien van de overige voorwerpen is de teruggave aan de rechthebbende gevorderd.
8.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich ten aanzien van het beslag gerefereerd aan het oordeel van het Gerecht.
8.3
Het oordeel van het Gerecht
Het Gerecht beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven verdovende middelen, op de beslaglijst onder 9, te weten acht kisten inhoudende cocaïne. Het ongecontroleerde bezit van de voorwerpen is in strijd met de wet en het algemeen belang.
Het Gerecht verklaart verbeurd de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen op de beslaglijst onder:
1. Een zwarte mobiele telefoon van het merk Samsung, model Galaxy A05 in een doorzichtig hoesje en een zwarte mobiele telefoon van het merk Samsung, model Galaxy A06 in een doorzichtig hoesje.
Deze voorwerpen zijn vatbaar voor verbeurdverklaring. De voorwerpen behoren immers toe aan de verdachte en het zijn voorwerpen met behulp waarvan het bewezen verklaarde is begaan of voorbereid.
Het Gerecht gelast de teruggave aan de rechthebbende van de nog niet teruggegeven voorwerpen op de beslaglijst onder:
2. Twee simkaart pakjes van ‘Claro’ en een simkaart pakje van ‘Digicel’
3. Een Colombiaans paspoort;
4. Een blauw notitieboek met opschrift “Little Big Book”;
5. Een geel vaccinatieboek;
6. Reisdocumenten
7. Een geldtransactiefactuur van Western Union;
8. Geldbedragen van 175 AWG en 182 USD.
Het Gerecht is van oordeel dat zich geen strafvorderlijk belang verzet tegen teruggave aan de rechthebbende van deze voorwerpen.

9.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:67, 1:68, 1:74, 1:75 en 1:123 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba, en de artikelen 3 en 11 van de Landsverordening verdovende middelen, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.
BESLISSING
Het Gerecht:
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
kwalificeert het bewezenverklaarde als hiervoor omschreven;
verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de
30 (dertig) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;
beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen genoemd onder 9 van de beslaglijst, te weten acht kisten inhoudende cocaïne;
verklaart verbeurd de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen genoemd onder 1 op de beslaglijst, te weten een zwarte mobiele telefoon van het merk Samsung, model Galaxy A05 in een doorzichtig hoesje en een zwarte mobiele telefoon van het merk Samsung, model Galaxy A06 in een doorzichtig hoesje;
gelast de teruggave aan de rechthebbende van de voorwerpen op de beslaglijst genoemd onder nummer:
2. Twee simkaart pakjes van ‘Claro’ en een simkaart pakje van ‘Digicel’
3. Een Colombiaans paspoort;
4. Een blauw notitieboek met opschrift “Little Big Book”;
5. Een geel vaccinatieboek;
6. Reisdocumenten
7. Een geldtransactiefactuur van Western Union;
8. Geldbedragen van 175 AWG en 182 USD.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Gerrits, rechter, bijgestaan door mr. J. van der Vegte (zittingsgriffier), en op 16 januari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit Gerecht.
INHOUDSINDICATIE:

Voetnoten

1.Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in het eindproces-verbaal van het Korps Politie Aruba (afdeling Narcotica) d.d. 27 september 2025, geregistreerd onder administratienummer UN-74/25 en de onderzoeknaam “Griselda”.