Uitspraak
1.[Eiser 1] te Aruba,
[Eiser 2]te Aruba,
,hierna te noemen [eiser 1] en [eiser 2],
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
De zaak betreft de verdeling van de nalatenschap van moeder, die in haar testament haar drie kinderen tot erfgenamen benoemde. Vader had in zijn testament een ouderlijke boedelverdeling opgenomen, waardoor de nalatenschap eerst aan moeder toekwam. Een bedrag van Afl. 213.486,82 was in 2019 van moeders rekening overgemaakt aan gedaagde, wat eisers als een gift kwalificeren die ingebracht moet worden in de nalatenschap.
Partijen zijn het eens over de verkoop van de woning, maar niet over de financiële afwikkeling. Gedaagde wenst een eerlijke verdeling, maar heeft geen concreet verweer gevoerd. Het gerecht oordeelt dat de gift uit 2019 onder het oude erfrecht valt en ingebracht moet worden, waardoor de nalatenschap een waarde van Afl. 628.486,82 heeft.
De woning is getaxeerd op Afl. 415.000,- en deze waarde wordt onbetwist in de verdeling betrokken. De verdeling leidt ertoe dat gedaagde het bedrag van de gift verrekend krijgt en verder geen aanspraak maakt op de verkoopopbrengst van de woning, die tussen eisers wordt verdeeld. Gedaagde wordt veroordeeld mee te werken aan de verkoop, met een machtiging voor eisers om zonder medewerking te verkopen indien nodig. Proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De nalatenschap wordt verdeeld waarbij de gift wordt ingebracht en de verkoopopbrengst van de woning wordt verdeeld tussen de erfgenamen, met een machtiging voor verkoop bij niet-meewerken.