ECLI:NL:OGEAA:2026:176

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
22 juni 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
EJ AUA202202333
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:26 BWAArt. 85 Codigo Civil VenezuelaArt. 104 Ley Orgánico de Registro Civil Venezuela
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Erkenning en inschrijving van een buitenlands huwelijk vertegenwoordigd door gevolmachtigden

De vrouw en de man, beiden van Venezolaanse nationaliteit, hebben twee huwelijken gesloten: het eerste in juli 2021 en het tweede in september 2022. Het eerste huwelijk was bigamie omdat de man nog getrouwd was, en werd ontbonden in augustus 2022. Het tweede huwelijk werd door beiden vertegenwoordigd via gevolmachtigden gesloten. De Ambtenaar van de Burgerlijke Stand (ABS) weigerde de inschrijving van het tweede huwelijk in Aruba op grond van vermeende strijd met lokale voorschriften en het vermoeden van een schijnhuwelijk.

Het Gerecht onderzocht de toepasselijke Venezolaanse wetgeving en concludeerde dat de wet niet vereist dat één van de huwelijkspartners persoonlijk aanwezig moet zijn bij de huwelijksvoltrekking, ook niet als beide door gevolmachtigden worden vertegenwoordigd. Bovendien is het tweede huwelijk geregistreerd in het Venezolaanse register, wat duidt op rechtsgeldigheid volgens de plaatselijke autoriteiten.

Ten aanzien van het vermeende schijnhuwelijk overwoog het Gerecht dat het feit dat het tweede huwelijk kort na ontbinding van het eerste werd gesloten niet automatisch wijst op een schijnhuwelijk. De partijen hebben een affectieve relatie sinds 2017 en een notariële samenlevingsovereenkomst uit 2021. Het Gerecht besloot de procedure aan te houden om partijen en de ABS in de gelegenheid te stellen nadere stukken en standpunten over de intentie van het huwelijk te overleggen, met een rolzitting gepland op 7 september 2026.

Uitkomst: De inschrijving van het tweede buitenlandse huwelijk wordt niet geweigerd op basis van strijd met lokale voorschriften, maar de procedure wordt aangehouden voor nadere bewijslevering over het vermeende schijnhuwelijk.

Uitspraak

Beschikking van 22 juni 2026
Behorend bij EJ nr. AUA202600276
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van
[Verzoekster],
wonende in Aruba,
verzoekster, hierna te noemen: de vrouw,
gemachtigde: de advocaat mr. G. de Hoogd.
Belanghebbende:
De Ambtenaar van de Burgerlijke Stand, de ABS,
[belanghebbende], te Aruba, hierna te noemen: de man.

1.DE PROCEDURE

1.1
De procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift, ingediend op 28 januari 2026,
  • het advies van de abs, ingediend op 1 april 2026.
1.2
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 24 maart 2026. Tijdens die zitting waren aanwezig de vrouw, bijgestaan door mr. G. Glas, en mr. A.M. Els namens de ABS. Na afloop van de zitting is de zaak enige tijd aangehouden om de vrouw in de gelegenheid te stellen haar verzoek te wijzigen.
1.3
Daarna heeft het Gerecht ontvangen:
  • de wijziging en aanvulling van het verzoekschrift met aanvullende producties, ingediend op 4 mei 2026,
  • de akte indiening nadere stukken van de vrouw,
  • de nadere reactie van de ABS, ingediend op 28 april 2026.
1.4
De voortzetting van de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 26 mei 2026. Aanwezig waren de vrouw, vergezeld door de man en bijgestaan door mr. G. Glas, en mr. A.M. Els namens de ABS.
1.5
Bepaald is dat vandaag uitspraak zal worden gedaan.

2.DE FEITEN

2.1
De vrouw is geboren op [geboortedatum] 1975 in [geboorteplaats 1]. De man is geboren op [geboortedatum] 1975 in de [geboorteplaats 2].
2.2
De vrouw en de man hebben op 6 mei 2021 een samenlevingsovereenkomst gesloten ten overstaan van notaris [notaris]. In deze overeenkomst hebben zij verklaard dat zij een affectieve relatie met elkaar hebben en sinds 1 maart 2017 met elkaar samenwonen aan de [adres] in Aruba.
2.3
De vrouw en de man zijn op 10 juli 2021 te [geboorteplaats 1], met elkaar getrouwd (hierna: het eerste [nationaliteit] huwelijk).
2.4
De man was al eerder getrouwd, namelijk met [ex-echtgenote]. Dit huwelijk is gesloten op 8 januari 2011 in [huwelijk plaats 1] en is ontbonden bij uitspraak van de Juzgado de Primera Incancia de la [locatie] van 8 juni 2022. Dit betekent dat de man nog was getrouwd ten tijde van het eerste [nationaliteit] huwelijk.
2.5
De vrouw en de man hebben de [nationaliteit] rechter gevraagd het eerste [nationaliteit] huwelijk te ontbinden. Dit is gebeurd is bij echtscheidingsbeschikking van 2 augustus 2022.
2.6
Een maand later, namelijk op 1 september 2022, zijn de vrouw en de man opnieuw met elkaar getrouw in [huwelijk plaats 2] (hierna: het tweede [nationaliteit] huwelijk).
2.7
De vrouw en de man hebben de ABS op 13 maart 2023 verzocht het tweede [nationaliteit] huwelijk in te schrijven. De ABS heeft bij beschikking van 1 april 2026 de inschrijving van geweigerd. Tegen deze beschikking hebben de vrouw en de man bezwaar aangetekend.

3.HET VERZOEK

De vrouw heeft – na wijziging van haar verzoek en voor zover relevant – verzocht om:
Primair
  • voor recht te verklaren dat de buitenlandse huwelijksakte, betreffende het tweede [nationaliteit] huwelijk, in Aruba voor erkenning in aanmerking komt, dan wel dat onvoldoende grond bestaat om erkenning te weigeren;
  • te bepalen dat deze akte, dan wel het daarin vermelde huwelijk, kan dienen als basis voor inschrijving in de Arubaanse registers van de burgerlijke stand en/of het bevolkingsregister, met bevel aan de bevoegde instantie om tot inschrijving over te gaan, dan wel een andere beslissing te geven die het Gerecht in goede justitie passend acht;

Subsidiair

- de vrouw in de gelegenheid te stellen het verzoek aan te vullen met de door het Gerecht noodzakelijk geachte stukken of toelichting;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

4.DE BEOORDELING

4.1
Op grond van artikel 1:26, eerste lid BWA kan een ieder die daarbij een gerechtvaardigd belang heeft, de rechter in eerste aanleg verzoeken een verklaring voor recht af te geven dat een op hem betrekking hebbende, buiten Aruba opgemaakte akte of gedane uitspraak overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of gedaan en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in een register van de burgerlijke stand, tenzij de Arubaanse openbare orde zich hiertegen verzet.
4.2
Volgens de ABS leent het tweede [nationaliteit] huwelijk zich niet voor opneming in het Arubaanse register van de burgerlijke stand, omdat
i. het tweede [nationaliteit] huwelijk niet overeenkomstig de plaatselijke voorschriften is opgemaakt, omdat zowel de man als de vrouw zich bij de huwelijksvoltrekking heeft laten vertegenwoordigen, terwijl volgens de [nationaliteit] wet- en regelgeving op zijn minst één van de huwelijkspartners bij de huwelijksvoltrekking aanwezig moet zijn;
ii. het tweede [nationaliteit] huwelijk een schijnhuwelijk is (en daarmee in strijd met de Arubaanse openbare orde), omdat vlak daarvoor het eerste [nationaliteit] huwelijk wegens duurzame ontwrichting is ontbonden.
4.3
Het Gerecht zal de stellingen van de ABS hierna achtereenvolgens bespreken.
Ad i. De gestelde strijd met lokale wet- en regelgeving
4.4
Volgens de ABS kan het tweede [nationaliteit] huwelijk niet worden ingeschreven in het bevolkingsregister, omdat het niet is gesloten volgens de toepasselijke [nationaliteit] wetgeving. Uit artikel 85 van Pro de Codigo Civil de Venezuela en artikel 104 lid 4 Ley Pro Orgánico de Registro Civil de Venezuela volgt dat bij een huwelijksvoltrekking bij volmacht één van de huwelijkspartners aanwezig moet zijn. Dat was hier niet het geval, omdat zowel de vrouw als de man zich heeft laten vertegenwoordigen. Om die reden is het huwelijk niet overeenkomstig de plaatselijke voorschriften gesloten, zo meent de ABS.
4.5
Artikel 85 Codigo Pro Civil luidt als volgt:
“El matrimonio podrá celebrarse por medio de apoderado, constituido por poder especial otorgado ante un Registro Público o por ante el funcionario competente si se confiere en el extranjero, en el cual poder se determinará la persona con quien haya de contraerse y las demás circunstancias que respecto de los contrayentes deben expresarse en el acta de matrimonio conforme el artículo 89. Si antes de que el apoderado contraiga el matrimonio el poderdante revocare el poder o se casare válidamente, el matrimonio por poder será nulo.”
Het Gerecht stelt vast dat deze bepaling niet voorschrijft dat één van de huwelijkspartners bij de huwelijkssluiting in persoon aanwezig moet zijn.
4.6
In artikel 104 van Pro de Ley Orgánica de registro civil staat het volgende:
“Todas las actas de matrimonio, además de las características generales, deben contener
1. Identificación completa de los contrayentes.
(…)
4. Identificación del poder especial si el matrimonio se celebra por medio de apoderado o apoderada.
(…)
9. Firma del funcionario o funcionaria que celebre el acto, los contrayentes, los testigos y las personas cuyo consentimiento haya sido necesario, si se prestare verbalmente.”
Ook uit deze bepaling kan niet dwingend worden afgeleid dat slechts één van de echtgenoten door middel van een volmacht mag trouwen.
4.7
Dat één van de partners tijdens de huwelijkssluiting zelf aanwezig moet zijn, blijkt ook niet uit de uitspraak waarnaar de ABS tijdens de zitting en in de beschikking van 1 april 2026 heeft verwezen. [1] In die (scheidings)uitspraak staat niet meer of anders dan dat het niet alleen mogelijk is een huwelijk aan te gaan door middel van een gemachtigde, maar dat ook door middel van een gemachtigde om een scheiding kan worden verzocht. Sterker nog: uit de beschikking kan wellicht juist worden afgeleid dat een gemachtigde namens beide huwelijkspartners kan optreden. In de beschikking staat namelijk:
“Al respecto, considera ésta Sentenciadora que un Apoderado ésta facultado para contraer matrimonio por una persona, tal como se establece en el artículo 85 del Código Civil Vigente, de igual forma se puede por medio de Apoderado Judicial representar
a sus mandantespara que
los representenen la disolución del vínculo matrimonial al cumplir con los requisitos establecidos en la mencionada norma.” (cursivering toegevoegd)
4.8
Kortom: uit de beschikbare informatie blijkt niet dat het volgens de [nationaliteit] regelgeving niet mogelijk is om een huwelijk te sluiten, als de beide huwelijkspartners door een gevolmachtigde vertegenwoordigd worden.
4.9
Maar zelfs als dat wel zo zou zijn, dan geldt dat de [nationaliteit] autoriteiten het tweede [nationaliteit] huwelijk hebben opgenomen in hun daarvoor bestemde register. De vrouw heeft immers een certificación overgelegd van de Unidad de Registro Civil Bolivar, afgegeven op 21 mei 2026, waarin staat dat de overgelegde kopie van de huwelijksakte met nummer 96 van het jaar 2022 een exacte kopie is van de gegevens die zijn opgenomen in de originele huwelijksakte, die zich bevindt in de archieven van de burgerlijke stand. Het aktenummer op deze certificación komt overeen met de huwelijksakte van de vrouw en de man (aktenummer 96 van het jaar 2022). Hieruit kan worden afgeleid dat de huwelijksakte is opgenomen in het daarvoor bestemde [nationaliteit] register, en dat de [nationaliteit] autoriteiten dus vinden dat het tweede [nationaliteit] huwelijk rechtsgeldig is.
4.9
Bij die stand van zaken kan de ABS niet volhouden dat het tweede [nationaliteit] huwelijk niet overeenkomstig de plaatselijke voorschriften is gesloten.
Ad iv. Het gestelde schijnhuwelijk
4.1
De ABS heeft daarnaast nog gesteld dat het tweede [nationaliteit] huwelijk wegens strijd met de Arubaanse openbare orde niet kan worden erkend, omdat het een schijnhuwelijk betreft. Vlak voordat het tweede [nationaliteit] huwelijk werd gesloten, hebben de vrouw en de man hun eerste [nationaliteit] huwelijk immers laten ontbinden wegens duurzame ontwrichting daarvan. Volgens de ABS hebben de vrouw en de man niet aannemelijk kunnen maken dat zij een reële en duurzame relatie hadden voordat zij het tweede [nationaliteit] huwelijk sloten.
4.11
Het is het Gerecht niet duidelijk of de ABS dit standpunt handhaaft, omdat deze afwijzingsgrond tijdens de voortzetting van de mondelinge behandeling niet opnieuw is genoemd. Voor het geval de ABS nog altijd betoogt dat sprake is van een schijnhuwelijk, overweegt het Gerecht het volgende.
4.12
Het is het Gerecht niet bekend welke informatie de vrouw en de man aan de ABS hebben verstrekt, om aan te tonen dat zij een affectieve relatie met elkaar hebben. Het Gerecht kan zich daarover dan ook geen oordeel vormen. Wel stelt het Gerecht het volgende voorop.
4.13
Anders dan de ABS kennelijk meent, betekent de enkele omstandigheid dat de man en de vrouw vlak voor het sluiten van het tweede [nationaliteit] huwelijk van elkaar gescheiden zijn, niet zonder meer dat het tweede [nationaliteit] huwelijk een schijnhuwelijk is. Het is niet heel bijzonder dat huwelijkspartners zich na een echtscheiding verzoenen. Bovendien hebben de vrouw en de man uitgelegd hoe deze situatie is ontstaan. Zij hebben verteld dat zij het eerste [nationaliteit] huwelijk hebben laten ontbinden, omdat zij erachter kwamen dat dat een bigaam huwelijk was. Toen zij het eerste [nationaliteit] huwelijk sloten, gingen zij ervan uit dat het eerdere huwelijk van de man met mevrouw [ex-echtgenote] al lang was ontbonden. Later kwamen zij er echter achter dat de behandeling van het echtscheidingsverzoek in de Dominicaanse Republiek door covid grote vertraging had opgelopen. Weliswaar hadden zij ervoor kunnen kiezen om het eerste [nationaliteit] huwelijk nietig te laten verklaren (en dat was ook de juridisch juiste route geweest), maar de uitleg die de vrouw en de man hebben gegeven voor gang van zaken komt het Gerecht niet heel vreemd voor.
4.14
Daarbij komt dat de man en de vrouw al in 2021 een notariële samenlevingsovereenkomst hebben gesloten waarin zij hebben verklaard dat zij sinds 2017 een relatie met elkaar hebben, dat is gesteld noch gebleken dat partijen niet meer met elkaar samenwonen en dat de huwelijkstoets (zo heeft de ABS zelf verklaard) in eerste instantie positief was.
4.15
Gelet daarop zal de procedure enige tijd worden aangehouden, om partijen in de gelegenheid te stellen in overleg te treden over de vragen die de ABS (mogelijk) nog heeft over de intentie waarmee de vrouw en de man het tweede [nationaliteit] huwelijk hebben gesloten. Als de ABS zich op het standpunt blijft stellen dat sprake is van een schijnhuwelijk, worden partijen in de gelegenheid gesteld om op de rolzitting van 7 september 2026 hun standpunten daarover nader kenbaar te maken.
4.16
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5.DE BESLISSING

Het Gerecht:
verwijst de zaak naar de rolzitting van
7 september 2026 om 8:40 uurvoor het in het geding brengen van een akte door de vrouw en de ABS over de vraag of de Arubaanse openbare orde zich verzet tegen de inschrijving van het tweede [nationaliteit] huwelijk;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beslissing is gegeven door mr. J. Brandt, rechter in dit Gerecht, bijgestaan door mr. C.L. van der Weide, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 juni 2026.

Voetnoten

1.https://zulia.tsj.gob.ve/decisiones/2018/febrero/3012-16-E-2390-16-2018.html