ECLI:NL:OGEAA:2026:26

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
4 februari 2026
Publicatiedatum
12 februari 2026
Zaaknummer
AUA202501123
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot nabetaling niet genoten vakantiedagen en onrechtmatige looninhoudingen

De verzoekster was in dienst bij Burger King als General Restaurant Employee van mei 2023 tot eind maart 2024. Na beëindiging van het dienstverband vorderde zij betaling van 14,5 niet genoten vakantiedagen en zeven gewerkte feestdagen, alsmede terugbetaling van onterecht ingehouden bedragen op haar loon.

Tijdens de procedure stelde Burger King dat alle vakantiedagen waren uitbetaald en dat inhoudingen op het loon gerechtvaardigd waren wegens niet gewerkte uren. Het Gerecht oordeelde dat Burger King onvoldoende bewijs leverde dat alle vakantiedagen waren opgenomen en dat een deel van de vakantiedagen nog betaald moest worden. De gevorderde betaling voor gewerkte feestdagen werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

Ten aanzien van de looninhoudingen stelde het Gerecht vast dat Burger King onterecht 30 minuten per dag aftrok voor een pauze zonder grondslag en onjuiste urenberekeningen maakte. Hierdoor werden onterecht bedragen ingehouden, die aan verzoekster moesten worden terugbetaald. De wettelijke rente over de toe te wijzen bedragen werd eveneens toegewezen. Burger King werd veroordeeld tot betaling van de gevorderde bedragen en de proceskosten.

Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van niet genoten vakantiedagen en onterecht ingehouden loonbedragen met wettelijke rente.

Uitspraak

Beschikking van 4 februari 2026
Behorend bij AUA202501123 EJ
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
in de zaak van:
[Verzoekster],
te Aruba,
verzoekster,
hierna te noemen: [verzoekster],
gemachtigde: de advocaat mr. P.M.E. Mohamed,
tegen:
de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ISLAND BURGER RESTAURANT V.B.A.,
te Aruba,
verweerster,
hierna te noemen: Burger King,
gemachtigde: de advocaat mr. A.C. Herrera.

1.DE PROCEDURE

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties, ingediend op 14 april 2025;
- het verweerschrift met producties, ingediend op 20 oktober 2025;
- de door [verzoekster] nader toegezonden producties en akte wijziging petitum, ingediend op 3 november 2025;
- de mondelinge behandeling van de zaak ter zitting van 4 november 2025.
1.2
Tijdens de mondelinge behandeling zijn verschenen [verzoekster], bijgestaan door haar
gemachtigde voornoemd, en namens Burger King haar directeur de heer [directeur], bijgestaan door haar gemachtigde voornoemd en vergezeld door mevrouw [Hoofd Administratie] (Hoofd Administratie van Burger). Partijen hebben tijdens de zitting het woord gevoerd ([verzoekster] mede aan de hand van aan het Gerecht overgelegde pleitaantekening) en gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.
1.3
Ter zitting is aan Burger King verzocht om nadere stukken te overleggen (te weten een overzicht van de door [verzoekster] opgenomen vakantiedagen, stukken waaruit blijkt dat toestemming is gevraagd en verleend voor het opnemen van vakantiedagen en een overzicht van het in- en uitklokken door [verzoekster] in de relevante maanden), voorzien van een toelichting. Bij emailberichten van 10 en 12 november 2025 heeft Burger King de verzochte stukken overgelegd, echter zonder toelichting. [Verzoekster] heeft zich op 25 november 2025 over deze stukken uitgelaten.
1.4
Vervolgens is beschikking bepaald op vandaag.

2.DE FEITEN

2.1 [
Verzoekster] is op grond van een tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst op 5 mei 2023 als General Restaurant Employee in dienst getreden van Burger King, tegen een bruto salaris van Afl. 1.893,40 per maand. Overeengekomen is een werkduur van 8 uur per dag en 45 uur per week.
2.2
Bij brief van 4 maart 2024 heeft [verzoekster] haar arbeidsovereenkomst opgezegd per 31 maart 2024. [Verzoekster] heeft na deze datum geen werkzaamheden meer verricht voor Burger King.
2.3 [
Verzoekster] is in de periode 12 maart tot en met 14 maart 2024 arbeidsongeschikt geweest.
2.4
Blijkens de door Burger King overgelegde loonstrook van 30 maart 2024 is - na inhouding van Afl. 697,35 (67,77 uren) vanwege “niet gewerkte uren” - het bedrag van Afl. 1.986,20 aan salaris uitbetaald, waarvan Afl. 815,49 betrekking heeft op uitbetaling van niet genoten vakantiedagen (79,25 uren) en Afl. 77,17 op gewerkte feestdagen (7,50 uren).
2.5
Bij brieven van 1 en 11 oktober 2024 heeft de gemachtigde van [verzoekster] het volgende aan Burger King geschreven:
“(…).
Cliënte heeft de arbeidsovereenkomst met Burger King opgezegd, per eind maart 2024. Burger King heeft cliënte erop gewezen dat nu de opzegging niet tijdig is gedaan, de opzegging per eind april 2024 was geschied en dat Burger King aanspraak maakte op 1 maand opzeggingstermijn die uiteindelijk ook is verrekend met aan cliënte toekomend salaris.
Cliënte had echter nog 14,5 niet-opgenomen vakantiedagen tegoed. Voorts zijn 7 feestdagen waarop cliënte gewerkt heeft niet uitbetaald, waaronder 26 december 2023 en 1 januari 2024.
Gaarne verzoek ik u om mij uiterlijk binnen 3 werkdagen na heden te berichten dat voornoemde dagen alsnog worden uitbetaald.”
2.6
Burger King heeft aan het verzoek geen gehoor gegeven.

3.HET GESCHIL

3.1 [
Verzoekster] verzoekt het Gerecht - na wijziging van eis - om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad:
a. a) Burger King te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan haar te betalen het bedrag gelijk aan 14,5 opgebouwde, maar niet genoten vakantiedagen en 7 feestdagen;
b) Burger King te veroordelen om aan haar te betalen de gedurende het dienstverband op de loonstroken als “niet gewerkte uren” opgenomen, ten onrechte ingehouden bedragen;
c) Burger te veroordelen om aan haar te betalen de wettelijke rente over de onder a) en b) toe te wijzen bedragen, te rekenen vanaf de dag van opeisbaarheid tot de dag van algehele voldoening;
d) Burger King te veroordelen in de kosten van de procedure, inclusief Afl. 15,- voor de kosten van uittreksel van de Kamer van Koophandel.
3.2 [
Verzoekster] heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat zij bij het einde van haar dienstverband met Burger King nog 14,5 niet genoten vakantiedagen had. Deze vakantiedagen heeft Burger King niet uitbetaald. Daarnaast heeft Burger King 7 gewerkte feestdagen aan haar niet uitbetaald. Verder heeft Burger King zonder haar medeweten bedragen ingehouden, terwijl daarvoor geen enkele wettelijke grondslag bestaat, aldus [verzoekster].
3.3
Burger King heeft verweer gevoerd en heeft geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek, met veroordeling van [verzoekster] in de kosten van de procedure, uitvoerbaar bij voorraad.
3.4
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.DE BEOORDELING

Niet genoten vakantiedagen
4.1 [
Verzoekster] verzoekt uitbetaling van niet genoten vakantiedagen. Volgens Burger King zijn alle openstaande dagen aan haar uitbetaald.
4.2
Blijkens de overgelegde arbeidsovereenkomst heeft [verzoekster] recht op 18 vakantiedagen per jaar. Gedurende de looptijd van haar dienstverband heeft [verzoekster] derhalve 16.5 vakantiedagen opgebouwd. Nu [verzoekster], te meer nu Burger King niet – zoals tijdens de mondelinge behandeling besproken – een door [verzoekster] ingevuld en/of ondertekend vakantie-aanvraagformulier heeft overgelegd, onvoldoende weersproken heeft gesteld dat zij (slechts) 3.5 vakantiedagen heeft opgenomen, resteren nog 13 vakantiedagen. De door Burger King overgelegde vakantiekaart van [verzoekster] is, zeker nu een toelichting daarop ontbreekt, onvoldoende duidelijk om tot een ander oordeel te kunnen komen. Aangezien blijkens de loonstrook van maart 2024 Burger King een totaal van 79,25 uren (9,9 dagen) aan niet genoten vakantiedagen aan [verzoekster] heeft uitbetaald, dient Burger King nog 24,8 uren (3,1 dagen) aan niet genoten vakantiedagen aan [verzoekster] uit te betalen. Het verzoek ter zake van de niet genoten vakantiedagen zal daarom tot een bedrag van Afl. 255,19 worden toegewezen.
Gewerkte feestdagen
4.3 [
Verzoekster] vordert uitbetaling van feestdagen. Zij heeft echter nagelaten te stellen en te onderbouwen welke door haar gewerkte feestdagen volgens haar niet zijn uitbetaald. Gelet hierop en nu [verzoekster] de door Burger King tijdens de mondelinge behandeling gegeven uitleg over de wel dan wel door [verzoekster] niet gewerkte feestdagen niet heeft weersproken dan wel (voor een deel) heeft erkend, kan niet worden gezegd dat niet alle gewerkte feestdagen zijn uitbetaald. Dit deel van het verzoek wordt daarom afgewezen.
Ingehoudingen op het loon
4.4
Ten aanzien van de inhoudingen op het loon wordt het volgende overwogen. Vaststaat dat Burger King elke maand bedragen op het salaris van [verzoekster] heeft ingehouden vanwege “niet gewerkte uren”. [Verzoekster] stelt dat dit is gebeurd zonder haar medeweten en instemming en zonder dat daarvoor grond bestaat. Burger King heeft hiertegenover gesteld dat zij de bedragen heeft ingehouden in verband met de door [verzoekster] niet gewerkte uren, bijvoorbeeld als [verzoekster] te laat heeft ingeklokt of als [verzoekster] helemaal niet kwam opdagen. Dit heeft [verzoekster] op haar beurt weer bestreden.
4.5
Zoals tijdens de mondelinge behandeling besproken, heeft Burger King een overzicht van het in- en uitklokken door [verzoekster] overgelegd. Een toelichting op dit overzicht ontbreekt. Het Gerecht begrijpt dat Burger King met dit overzicht betoogt dat [verzoekster] iedere maand een (van de duur van de maand afhankelijk) bepaald aantal uren had moeten werken, dat zij op (veel) dagen te weinig heeft gewerkt en dat het verschil met het haar toekomende loon is verrekend. Blijkens het overzicht baseert Burger King haar stelling dat [verzoekster] te weinig huren heeft gewerkt mede op een door haar toegepaste aftrek van 30 minuten per dag voor een ‘break’. Nu echter is gesteld noch gebleken dat Burger King is gerechtigd om 30 minuten per dag op het gewerkte aantal uren in mindering te brengen (de arbeidsovereenkomst bepaalt daarover niets, de grondslag voor deze aftrek is ook niet toegelicht en evenmin is gesteld of gebleken welke uren [verzoekster] de betreffende dagen volgens Burger King dan wel had moeten werken), bestaat daarvoor geen grond. Verder geldt dat Burger King in haar berekening aanneemt dat [verzoekster] in de periode van 8 mei 2023 tot en met 21 mei 2023 196 uren zou moeten werken, terwijl dit maar iets meer dan twee weken zijn en [verzoekster] derhalve op grond van de arbeidsovereenkomst iets meer 90 uren zou moeten werken. Deze uren heeft zij blijkens het overzicht gewerkt. Ditzelfde geldt voor de periode van 22 november 2023 tot en met 21 december 2023. In die periode zou [verzoekster] volgens Burger King 196 uren hebben moeten werken. Daarbij gaat Burger King er echter aan voorbij dat zij de periode van 18 december tot en met 21 december 2023 (4 dagen) overslaat (toen [verzoekster] kennelijk niet hoefde werken), zodat [verzoekster] in die periode 164 uren had moeten werken, hetgeen zij (ruim) heeft gedaan. Ook voor de maanden mei/juni 2023, augustus/september 2023, september/oktober 2023 en oktober/november 2023 geldt dat [verzoekster], rekening houdende met de ten onrechte onder de noemer ‘break’ in aftrek genomen uren en de naar het oordeel van het Gerecht ten onrechte in mindering gebrachte ziekte- en verlofdagen, (meer dan) het overeengekomen aantal uren heeft gewerkt.
4.6
Voor wat betreft de periode van 22 december 2023 tot en met 21 januari 2024 is in het overzicht opgenomen dat [verzoekster] van 22 december 2023 tot en met 30 december 2023 196 uren zou moeten werken en van 1 januari 2024 tot en met 21 januari 2024 204 uren. Aldus wordt derhalve van een teveel te werken uren uitgegaan (400 in plaats van rond de 200 uren) en verwijt Burger King [verzoekster] ten onrechte dat zij in die periode te weinig heeft gewerkt. Door Burger King is maar liefst Afl. 1.245,21 op het salaris van [verzoekster] ingehouden, waardoor [verzoekster] voor de wel gewerkte uren (volgens het overzicht van Burger King 205 uur) slechts Afl. 624,55 aan loon heeft ontvangen.
4.7
Verder blijkt uit het overzicht weliswaar dat [verzoekster] een aantal dagen minder dan 8 uren heeft gewerkt (zoals bijvoorbeeld op 10 februari 2024 slechts anderhalf uur, op 22 juni 2023 vier uur, op 7 juli 2023 iets meer dan een uur), maar zonder een toelichting, die ontbreekt, kan niet worden gezegd dat van ongeoorloofde afwezigheid sprake was en dus dat de reden voor het minder uren werken voor rekening en risico van [verzoekster] komt. Tot slot geldt dat [verzoekster] op grond van de arbeidsovereenkomst tegen een vast maandsalaris 45 uur per week dient te werken. Indien en voor zover Burger King ertoe heeft besloten [verzoekster] niet voor voldoende uren in te roosteren (zo heeft [verzoekster] in de periode juli/augustus 2023 21 dagen gewerkt), is dat een omstandigheid die voor haar rekening en risico komt.
4.8
Naar het oordeel van het Gerecht heeft Burger King derhalve maandelijks ten onrechte gelden ingehouden. In totaal betreft dit blijkens de overgelegde loonstroken over de maanden juni 2023 tot en met september 2023 en november 2023 tot en met maart 2024 Afl. 4.010,80. Burger King is gehouden dit bedrag aan [verzoekster] te betalen. De loonstroken over mei 2023 en oktober 2023 zijn niet overgelegd. Burger King zal daarom worden veroordeeld het in die maanden ten onrechte wegens “niet gewerkte uren” ingehouden bedrag aan [verzoekster] te betalen.
Wettelijke rente
4.9
De gevorderde wettelijke rente is niet weersproken en zal worden toegewezen zoals verzocht.
Proceskosten
4.1
Burger King zal als de grotendeels in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het geding. Deze kosten worden tot op heden begroot op Afl. 50,- aan griffierecht, Afl. 15,- aan verschotten en Afl. 3.125,- aan gemachtigdensalaris.

5.DE BESLISSING

Het Gerecht:
5.1
veroordeelt Burger King om aan [verzoekster] ter zake van niet genoten vakantiedagen het bedrag van Afl. 255,19 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van opeisbaarheid tot de dag van algehele voldoening;
5.2
veroordeelt Burger King om ter zake van de ten onrechte als “niet gewerkte uren” ingehouden gelden te betalen het bedrag van Afl. 4.010,80, vermeerderd met de eventueel aldus in mei 2023 en oktober 2023 ten onrechte ingehouden bedragen, alles vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de dag van opeisbaarheid tot de dag van algehele voldoening;
5.3
veroordeelt Burger King in de kosten van het geding aan de zijde van [verzoekster] gevallen en tot op heden begroot op Afl. 50,- aan griffierecht, Afl. 15,- aan verschotten en Afl. 3.125,- aan gemachtigdensalaris;
5.4
wijst het meer of anders gevorderde af.
Deze beschikking is gegeven door mr. T.A.M. Tijhuis, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 4 februari 2026 in aanwezigheid van de griffier.