Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE VASTSTAANDE FEITEN
3.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
4.DE BEOORDELING
“Volgens de man (…) had hij in het buitenland geen bankrekeningen. (…)De manheeft als laatste meegedeeld dat hij geen bankrekeningen heeft in het buitenland, zoals door hem eerder meegedeeld (…).”
[Eiser in het verzet, oorspronkelijke gedaagde] heeft voorts erkend dat hij een woning in China heeft, maar heeft daaromtrent ter zitting aanvankelijk gesteld dat deze woning aan de bank is vervallen en daarna dat de woning wegens achterstallig onderhoud niet geschikt is voor de verhuur. (…)”In de daarop volgende echtscheidingsprocedure is de woning in China ook aan de orde gekomen. In de beschikking van 26 september 2011 (EJ nummer 1441 van 2011) staat daarover: “
Voorts heeft hij niet betwist dat hij een woning in China heeft”.In de derde plaats heeft de vrouw in een schriftelijke verklaring gedetailleerd verteld dat partijen tijdens het huwelijk twee tweekamerappartementen hebben gekocht, die vanaf 2008 zijn verbouwd. De stelling van de vrouw wordt bevestigd door de zoons van partijen, die in een verklaring schrijven dat de man twee appartementen bezit in Guangdon, China, en dat zij tijdens een verblijf in China in 2018 in een van deze appartementen hebben verbleven.
[Gedaagde in het verzet, oorspronkelijk eiseres] heeft er zitting kopieën getoond van bescheiden betreffende een Chinese bankrekening van de man. [Eiser in het verzet, oorspronkelijk gedaagde] heeft de juistheid van die bescheiden erkend. Gezien de hoogte van het saldo van deze rekening, zoals die uit die bescheiden blijkt, gaat het gerecht er vanuit dat [eiser in het verzet, oorspronkelijke gedaagde] huurinkomsten heeft van zijn woning in China, nu [eiser in het verzet, oorspronkelijke gedaagde] geen andere verklaring heeft gegeven omtrent de herkomst van de gelden op die rekening. (…) Het saldo van de bankrekening bedroeg in april van dit jaar rond de USD 150.000.”Gelet daarop, en gelet op de overige stellingen van de vrouw, heeft de man onvoldoende gemotiveerd bestreden dat hij huurinkomsten heeft. Het Gerecht gaat er dus vanuit dat die huurinkomsten er wel zijn.