In deze zaak verzocht [verzoeker] om toepassing van artikel 3:200a BWA met betrekking tot de verdeling van een nalatenschap. Het Gerecht oordeelde dat geen sprake is van een langdurig onverdeelde gemeenschap, aangezien erflater in 2006 overleed en slechts drie kinderen had, waaronder verzoeker.
Het verzoek was mede gericht op verkoop van het onroerend goed, hetgeen volgens vaste rechtspraak niet via een 3:200a-procedure kan worden bereikt. Verzoeker stelde dat een normale procedure te kostbaar zou zijn, maar het Gerecht wees dit af omdat de groep deelgenoten niet omvangrijk is en de procedure op grond van artikel 3:200a BWA ook kosten met zich meebrengt.
Verzoeker maakte geen gebruik van de mogelijkheid om het verzoek te wijzigen in een vordering tot verdeling of machtiging tot verkoop. Het Gerecht concludeerde dat het verzoek niet kan worden toegewezen en wees het af.
De beschikking werd uitgesproken op 7 januari 2026 door rechter J. Brandt in het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba.